Minder files en betere doorstroming

Minder files en betere doorstroming

De Nederlandse snelwegen behoren tot de meest intensief gebruikte wegen ter wereld. De afgelopen jaren is het aantal voertuigen en daarmee de files op de rijkswegen gegroeid. Rijkswaterstaat pakt files op verschillende manieren aan.

Wat is een file?

Rijkswaterstaat gebruikt het woord ‘file’ als een verzamelbegrip voor 3 soorten stagnerend verkeer, namelijk:

  • langzaam rijdend verkeer: verkeer dat over minstens 2 km nergens harder rijdt dan 50 km/h, maar vaak wel sneller gaat dan 25 km/h
  • stilstaand verkeer: verkeer dat over tenminste 2 km bijna overal minder dan 25 km/h rijdt
  • langzaam rijdend tot stilstaand verkeer: langzaam rijdend verkeer over grotere lengte met op sommige stukken stilstaand verkeer

Files ontstaan als er in één keer een heleboel auto’s op de weg zijn (in piekuren) of door tijdelijke verstoringen, veroorzaakt door incidenten zoals ongevallen, pech of wegwerkzaamheden.

Maatregelen voor een betere doorstroming

Het verkeer op de rijkswegen wordt vanuit regionale verkeerscentrales bewaakt, geleid en geïnformeerd. De verkeersleiders zorgen dat het verkeer zo goed mogelijk en veilig kan doorrijden. Dit doen zij bijvoorbeeld door het informeren van weggebruikers over alternatieve routes en reistijden. Maar ook door het dynamisch aanpassen van de maximumsnelheid, het inzetten van toeritdoseerinstallaties en spits- en bufferstroken.

Met incidentmanagement wordt geprobeert om een incident zo snel mogelijk van de weg te krijgen. Zo levert het zo min mogelijk hinder op voor overig verkeer. Daarnaast neemt Rijkswaterstaat een aantal praktische aanvullende maatregelen om hinder door incidenten zoveel mogelijk te beperken, zoals:

  • Het beperken van files door gestrande vrachtwagens met pech en tunnelsluitingen, door op strategische punten de bandenspanning en hoogte van vrachtwagens te meten.
  • Het neerzetten van weginspecteurs op slimme plekken tijdens de ochtend- en avondspits. Doordat weginspecteurs sneller aanwezig zijn, kan Rijkswaterstaat incidenten ook sneller afhandelen.
  • Het eerder openen van spitsstroken bij verstoringen als mist. Hiermee bevordert Rijkswaterstaat de doorstroming.
  • Het versneld en uitgesteld bergen van gestrande vrachtauto’s. De bergingstechniek van vrachtauto’s is vaak geavanceerd en tijdrovend. Bij versneld bergen wordt de vrachtauto eerst snel verplaatst naar een veilige plek (vaak een verzorgingsplaats of bij een afrit). Daarna kan deze op de meer geavanceerde bergingswijze worden afgevoerd. Bij uitgesteld bergen wordt de vrachtauto in eerste instantie de berm ingeschoven om op een later, rustiger moment, door een berger te worden afgevoerd.

Maatregelen bereikbaarheid ringwegen bij grote steden en knooppunten

We ontwikkelen extra maatregelen bovenop de verschillende spitsstroken die worden aangelegd. Dit doen we om de ringwegen bij grote steden en knooppunten de komende jaren bereikbaar te houden. Door bijvoorbeeld op toeleidende wegen 1 rijstrook tijdens de spits af te sluiten, komt het verkeer gedoseerd op de ringweg. Daardoor kunnen de automobilisten op de ringweg blijven rijden. Zouden deze maatregelen niet worden genomen, dan blokkeert de ringweg, waardoor files zich als een olievlek uitbreiden over een veel groter gebied.

Bij verschillende opritten wordt gebruik gemaakt van hetzelfde idee: door toeritdosering wordt het verkeer 1 voor 1 op de snelweg toegelaten. De doorstroming op de snelweg is hierdoor beter. Voor de automobilist betekent het wel dat het langer duurt voordat je op de snelweg bent. Als je eenmaal op de snelweg zit, dan kun je ook doorrijden.

Beter Benutten

Werken aan bereikbaarheid kan op veel manieren. Rijkswaterstaat doet dit onder andere door wegen aan te leggen en uit te breiden. Maar ook slimme, goedkopere maatregelen hebben veel invloed op de doorstroming. In het programma Beter Benutten werken Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, regionale overheden en het bedrijfsleven samen aan een beter gebruik van de bestaande infrastructuur.