Getij

Getij

Wanneer het hoog- en laagwater is, verschilt per plaats. Daarom bieden we getijvoorspellingen voor verschillende plekken in Nederland.

In de kaart hieronder kunt u voor een plaats op de kaart de astronomisch getijgegevens bekijken. U kunt ook een plek opzoeken in het zoekvenster. Hierna kunt u met de knop 'Meer details' de tabel en grafiek bekijken.

Met de knop Hoog-Laag ziet u wanneer het hoogwater of laagwater wordt. Met de optie 'Expert' in het tabel- en grafiekvenster, kunt u zelf een gewenste periode kiezen. Maar ook bepaalde instellingen kiezen over het referentievlak en de tijdzone. De gegevens die u ziet zijn berekende astronomisch getijgegevens. De weersinvloeden zitten nog niet in de berekende gegevens in.

Wilt u graag een pdf bekijken met de hoog- en laagwaters, kies dan voor Export/Delen en selecteer 'PDF extremen'.

Wilt u een pdf of xml-bestand aanvragen met de hoog- en laagwaters op een locatie? Bezoek dan de getijwebsite.

Getijvoorspellingen buitenland

Hoe ontstaan eb en vloed?

Eb en vloed ontstaan door de aantrekkingskracht van de maan op het water op aarde. De maan trekt als het ware aan het water, waardoor het water in de zee├źn een bepaalde kant op beweegt. De aarde draait om haar eigen as en om de zon heen. Daardoor is de plek waar de maan het sterkst aan het water trekt telkens verschillend. Het water gaat dus steeds een andere kant op, waardoor hoog- en laagwater elkaar afwisselen. Dit noemen we eb en vloed of ook wel astronomisch getij.

Ook de aantrekkingskracht van de zon op de aarde speelt een rol bij de getijden. Doordat de zon een stuk verder weg staat, is deze alleen een stuk kleiner.

Ritme van eb en vloed

een getijcyclus duurt 12 uur en 25 minuten

Omdat de bewegingen van de aarde en de maan heel constant zijn, is het ritme van eb en vloed dat ook. Het is in Nederland 2 keer hoogwater en 2 keer laagwater per 24 uur en 50 minuten. Met dit ritme hebben we eigenlijk altijd te maken. Dat wil zeggen: als er geen bijzondere weersomstandigheden en/of andere zaken spelen. Het astronomisch getij kunnen we met een redelijke nauwkeurigheid jaren vooruit voorspellen.

Het getij verschuift in bijna 12 uur van het zuidwesten naar het noordoosten van Nederland

Verschillen per locatie

De tijden waarop het hoog- en laagwater is aan de Nederlandse kust, lopen sterk uiteen. Het getij verschuift in bijna 12 uur van het zuidwesten naar het noordoosten van Nederland. Ook kan er op de ene locatie een veel groter hoogteverschil zitten tussen de hoog- en laagwaterstand. In Zeeland is dit verschil het grootst. Vanaf daar neemt het in noordelijke richting langzaam af, tot in de buurt van Den Helder. Hier zit dus het minste verschil tussen de waterstanden bij hoog- en laagwater. Vanaf Den Helder neemt het verschil in oostelijke richting weer toe.

Bijzondere getijvormen

Het weer en andere factoren kunnen voor variaties op het astronomisch getij zorgen. Denk bijvoorbeeld aan de diepte van het water en de vorm van de kust. Ook veranderingen in de positie van de zon en de maan vergeleken met elkaar, zijn van invloed op het getij. Deze factoren zorgen voor het optreden van:

  • spring- en doodtij
  • wantij
  • dubbel eb en vloed

Spring- en doodtij

Als de zon en de maan in elkaars verlengde staan, neemt de aantrekkingskracht die ze op de aarde uitoefenen toe. Dit gebeurt tijdens volle en nieuwe maan. Ongeveer 2 dagen later treedt dan springtij op: het hoogwater is hierbij extra hoog en het laagwater extra laag.

Het omgekeerde kan ook voorkomen. In dat geval staan de zon en de maan haaks op elkaar. 2 verschillende kanten trekken dan aan het water. Dit treedt op tijdens het 1e en laatste kwartier van de maan (halve maan). Het effect is een paar dagen later merkbaar. Tijdens hoogwater komt het water dan niet zo hoog als normaal. Wanneer het laagwater is, zakt het minder. Dit noemen we doodtij.

Wantij

Bijzonder aan de Waddenzee is het verschijnsel wantij. Het getij op de Waddenzee komt eerst aan de westkant van de Waddeneilanden opzetten. Enkele tientallen minuten later zet het water op aan de oostkant. Achter de eilanden is een gebied waar de 2 getijgolven elkaar ontmoeten. Op deze plek staat het water dan bijna stil.

Dubbel eb en vloed

Waterdiepte, de vorm van de kust en de uitmonding van rivieren, kunnen invloed hebben op het gedrag van het getij. De astronomische getijcyclus van 12 uur en 25 minuten blijft hetzelfde. Op sommige plekken kan het door deze invloeden 2 keer zo lang eb of vloed zijn. Zo is er in Hoek van Holland sprake van een dubbel laagwater bij springtij en komen in Den Helder dubbele hoogwaters voor.

Onderliggende pagina