Waterbeheer

Waterbeheer

Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel en veel rivieren vinden er hun weg naar zee. Die lage ligging en de vele rivieren en meren maken ons land kwetsbaar voor overstromingen. Bovendien stijgt de zeespiegel en zakt de bodem op veel plaatsen in. Ook zijn er steeds vaker heftige buien en hoge rivierstanden, terwijl onze zomers warmer en droger lijken te worden.

Als beheerder van de grote rivieren, meren, Noordzee en Waddenzee houdt Rijkswaterstaat het waterpeil dan ook continu in de gaten. Zowel bij hoog- als laagwater nemen we maatregelen, net als de waterschappen, provincies en gemeenten. Ook monitoren we de waterkwaliteit en als het nodig is verbeteren we die. Zo houden we het water geschikt voor onder meer drinkwaterbedrijven, landbouw en natuur.

Hoe verdelen we het water?

Water komt via neerslag en de Rijn en Maas ons land binnen. Rijkswaterstaat verdeelt het water daarna over de rest van Nederland. Hierdoor zijn we bij hoogwater beschermd tegen overstromingen. Bij laagwater zorgen we zo voor voldoende water voor onder meer de natuur, landbouw en scheepvaart.

(Een animatie. Beeldtitel: Hoe verdeelt Rijkswaterstaat het water?) VOICE-OVER: Het water in Nederland komt als neerslag of via de Rijn en de Maas ons land binnen. Rijkswaterstaat verdeelt dit water zo dat we bij hoge waterstanden het land zo goed mogelijk beschermen tegen overstromingen en dat er bij lage waterstanden en droogte zo lang mogelijk voldoende water beschikbaar blijft voor drinkwater, natuur, landbouw, industrie en scheepvaart. (De rivieren op een kaart.) De Rijn komt bij Lobith ons land binnen. Het water komt dan aan bij het splitsingspunt Pannerden waar Rijkswaterstaat al meer dan 200 jaar het water volgens een vaste verdeling verdeelt tussen de Rijn en de Waal. De hoogte van de dijken langs de IJssel, Nederrijn en de Lek is op deze vaste verdeling afgestemd. Het stuwcomplex bij Driel verdeelt bij lage waterstanden het beschikbare water over de Nederrijn en de IJssel. Hiermee zorgt stuw Driel voor voldoende water voor het IJsselmeer onze nationale regenton. De 3 stuwen in de Nederrijn en Lek zorgen er samen voor dat het waterpeil hoog genoeg is voor een vlotte en veilige scheepvaart op de Nederrijn en IJssel. Bij lage waterstanden houden we het water in de rivieren vast en verdelen we het beschikbare water, samen met de waterschappen via de stuwen, sluizen, gemalen en pompen. (Aan een oever ligt een schip.) De Maas kent een groot hoogteverschil. Om de rivier bevaarbaar te maken, zijn hier zeven stuwen aangelegd. Op de Maas zetten we bij lage waterstanden beperkt schutten in zodat we minder water verliezen en de scheepvaart zo lang mogelijk kan doorgaan. Bij hoge waterstanden willen we het water zo snel mogelijk kwijt. Met maatregelen zoals het openzetten van stuwen, baggeren het verlagen van kribben en oevers en het onderhoud van uiterwaarden zorgen we ervoor dat het water goed kan wegstromen naar zee. Ook geven we de rivieren ruimte via hoogwatergeulen of een verlaagd zomerbed. Rijkswaterstaat verdeelt ons water 365 dagen per jaar bij hoge en lage waterstanden. (Beeldtekst: Nederland veilig, leefbaar, bereikbaar. Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het beeld wordt geel met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)

Stuwen en sluizen spelen een belangrijke rol in de verdeling van het water.

Overstromingen voorkomen

Hoogwater vormt een constante dreiging voor Nederland. Rijkswaterstaat neemt diverse maatregelen om grote hoeveelheden water nu en in de toekomst aan te kunnen.

We houden het waterpeil voortdurend in de gaten en geven waterstandsverwachtingen af. Met dijken, dammen en andere waterkeringen beschermen we ons land zo goed mogelijk tegen overstromingen. Bij hoge rivierstanden spuien sluizen zoals in de Haringvlietdam overtollig water naar zee. En bij stormachtig weer en hoge waterstanden langs de kust kunnen we stormvloedkeringen zoals de Oosterscheldekering sluiten. Ook hebben we samen met waterschappen, provincies en gemeenten de grote rivieren meer ruimte gegeven. Onder meer door uiterwaarden te verdiepen en extra geulen aan te leggen. De komende jaren versterken we met de waterschappen 1.300 km dijken.

Wat we doen bij laagwater en droogte

Omdat de zomers in Nederland warmer en droger lijken te worden, krijgen we vaker te maken met een lage waterstand in onze rivieren. Bij droogte verdelen we via stuwen, pompgemalen en sluizen het schaarse zoete water uit de grote rivieren en meren zo goed mogelijk onder alle watergebruikers.

Zorgen voor schoon water

Een belangrijke taak van Rijkswaterstaat is de zorg voor de waterkwaliteit van de grote rivieren, meren, Noordzee en Waddenzee. Samen met andere waterbeheerders in Nederland en Europa werken we aan schoon water dat gebruikt kan worden door landbouw, visserij, industrie en drinkwaterbedrijven. En dat geschikt is voor natuur en recreatie.

We monitoren ons water dan ook permanent op stoffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. Daarnaast handhaven we het verbod voor schepen om afval(water) te lozen. Ook leggen we natuurvriendelijke oevers aan: we vervangen beton en steen door zand en riet. Zo keren er weer allerlei dieren en planten in de rivier terug. De planten dragen bovendien op een natuurlijke manier bij aan het zuiveren van het water én vormen een belangrijke schuilplaats, opgroeiplek en voedselbron voor bijvoorbeeld de otter, bever en voorn.

Beheer en ontwikkeling van rijkswateren

We beheren en ontwikkelen de grote wateren van Nederland, zoals de Waddenzee, Noordzee en het IJsselmeergebied. Hierbij houden we onze oren en ogen goed open voor onder meer technische ontwikkeling, kansen op samenwerking en wensen van gebruikers.