Deltaroute A4

Deltaroute A4

Aan de snelweg A4 komen alle kenmerken van het Nederlandse snelwegennet voor, variƫrend van hoogstedelijke centra tot open en uitgestrekte polderlandschappen.

Vanaf Amsterdam passeert de snelweg A4 economische kerngebieden als de Zuidas, Schiphol, Den Haag en de haven van Rotterdam. Tot slot passeert de A4 de haven van het Vlaamse Antwerpen. De A4 snijdt ook de laagveenpolders van het Groene Hart, Midden-Delfland en de Hoeksche Waard, net als de kleipolders van West-Brabant.

Deze afwisseling vraagt om een samenhangend idee over de relatie tussen de A4 en de steeds wisselende landschappen. Maar ook tussen deze landschappen onderling.

Visie

Het idee 'Deltaroute' gebruikt voor de inrichting van de weg zelf, 3 basisprincipes:

  • Het vooruitkijken door steeds in de gaten te houden welke technische ontwikkelingen zich voordoen. Daarnaast wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor het Routeontwerp van de A4.
  • Het verduurzamen door het beeld van snelwegen en autogebruik te verbeteren.
  • Het vormgeven als een rivier, door de gescheiden ligging van de snelweg. Omgeven door bossages, hellingen en geluidsschermen, beweegt de A4 als een rivier met uiterwaarden door het landschap. Een lineaire ruimte, met eigen regels en een eigen dynamiek. Door de A4 als rivier op te vatten, komt het idee met ontwerpregels om deze eigen dynamiek te verbeteren en dwarsrelaties te versterken. Er is onderscheid gemaakt in bouwkundige en groene elementen.

Voor bouwkundige onderdelen als viaducten, moet het ontwerp iets zeggen over de tijd en de cultuur van ontstaan en de functie. Een goed voorbeeld hiervan is de reeks Schipholbaan-kruising HSL Prins Clausplein-Beneluxtunnel. Voor onderdelen in de lengterichting, wordt een vormfamilie voorgesteld. Deze sluit aan bij de plek van de snelweg A4 in verschillende landschappen.

Groene onderdelen

Voor de groene onderdelen kiest het idee duidelijk: water- en rietvegetaties in bermen en overhoeken geven een eigen gezicht aan de snelweg A4. Er zijn 2 pijlers voor de inrichting van de omgeving: contrast en contact.

Het 1e gaat over het aanzetten van het verschil tussen de open polders aan de ene kant en de hoogstedelijke gebieden aan de andere kant. Dit wordt bereikt door in de stabiele poldergebieden panorama`s vast te leggen. Daarnaast in snelle gebieden als Schiphol, de Zuidas en Rotterdam intensivering te stimuleren.

Met contact streeft het idee naar een versterking van de landschappelijke en stedelijke dwarsrelaties over en onder de A4. Dit gaat onder meer over het bewaren van belangrijke landschappen en de ontwikkeling van snelwegparken. Maar ook over het accentueren van waterstelsels en cultuurhistorische linies (landschappelijk). En niet te vergeten de verbetering van stedelijke en mainportnetwerken en van aansluitingen van verschillende infrastructurele lijnen (stedelijk).

Document