Waterbeheer

Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel en veel rivieren vinden er hun weg naar zee. Die lage ligging en de vele rivieren en meren maken ons land kwetsbaar voor overstromingen.

Ook stijgt de zeespiegel en zakt de bodem op veel plaatsen in. Verder zijn er steeds vaker heftige buien en hoge rivierstanden, terwijl onze zomers warmer en droger lijken te worden.

De grote rivieren van Nederland

Voor Nederland zijn de grote rivieren, de Rijn en de Maas, belangrijke bronnen van zoetwater. In onderstaande video zie je waar het Nederlandse rivierwater vandaan komt. Ook zie je hoe we stuwen en sluizen gebruiken om het water vast te houden of af te voeren. En waarom we dat doen.

De grote rivieren van Nederland

VOICE-OVER: Nederland is een delta. Delta's zijn de plekken waar rivieren uitmonden in zee, zoals bij ons de Rijn en de Maas. Wat kenmerkt deze rivieren? En hoe onderscheiden ze zich van elkaar? (Een animatie.) Dit is de Maas. Die komt bij Eijsden het land binnen en stroomt langs Roermond en Den Bosch om vervolgens in de Noordzee uit te monden. (Een gele lijn volgt de rivier naar de zee.) De Rijn komt Nederland binnen bij Lobith. Die splitst vervolgens op in de Rijntakken. Het meeste water gaat door de Waal langs Nijmegen en Tiel richting de Noordzee. Via het Pannerdensch Kanaal stroomt de Rijn ook door naar de Nederrijn bij Arnhem en gaat over in de Lek, langs Culemborg, richting Rotterdam. Hier, in de westelijke delta van Nederland, komen deze Rijntakken en de Maas elkaar weer tegen en stromen in elkaar over, de zogenoemde Rijn-Maasmonding. De noordelijke afsplitsing van het Pannerdensch Kanaal heet de IJssel, die langs Deventer en Zwolle in het IJsselmeergebied uitstroomt. (Links bovenaan een blauwe landkaart van Nederland liggen het Markermeer en het IJsselmeer met daarnaast de Afsluitdijk.) DOOR RUSTIGE MUZIEK KLINKT KLOTSEND WATER De ene rivier is breder dan de andere. De Rijn is 400 meter breed, terwijl de Maas maar 130 meter breed is. Binnen de Rijntakken is het verschil ook groot. De Waal is op veel plekken 400 meter breed en de IJssel slechts 80 meter. (Foto's van de rivieren maken plaats voor de animatie.) Vergeleken met hun breedte zijn de Nederlandse rivieren erg ondiep, slechts enkele meters, zoals hier in de Rijn maar ongeveer 6 meter. (De tekst met de breedte en de diepte van de Rijn verdwijnt.) Door de Rijn stroomt een stuk meer water dan door de Maas. Dit zogenoemde debiet is bij Lobith gemiddeld zo'n 2200 kubieke meter per seconde. Het debiet van de Rijn is een combinatie van smeltwater uit de Alpen en regen uit het hele stroomgebied. Door de Maas stroomt alleen regenwater. Met gemiddeld 220 kubieke meter per seconde is dit debiet slechts een tiende van dat van de Rijn. (Boven de Rijn en de Maas hangen wolken waar regen uit valt. Twee kronkelende lijnen tonen de lengte van de twee rivieren.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER In Nederland is de Maas een stuk langer dan de Rijn. Van Maastricht tot aan de Noordzee is ze ruim 300 kilometer. De Rijn via de Waal slechts 160 kilometer. (Een soort grafiek verschijnt.) Maar vergis je niet, de Rijn komt van verder. De Maas vindt haar oorsprong in Frankrijk en is 925 kilometer lang. De Rijn komt helemaal uit de Zwitserse Alpen en stroomt via Duitsland in 1230 kilometer naar de Noordzee. (De grafiek verdwijnt weer.) Water uit de Bodensee op de Zwitserse grens doet er gemiddeld vijf dagen over om in de Noordzee uit te komen. Het water uit de oorsprong van de Maas slechts twee dagen. (Een gebied in Zwitserland en Duitsland.) Dit is het stroomgebied van de Rijn. Al het smelt- en regenwater in dit gebied komt via beekjes en rivieren, zoals de Aare, Neckar, Main en de Moezel, aan bij ons in Lobith. Het Maasstroomgebied is een stuk kleiner. Vandaar ook het lagere debiet. Onderweg voegen onder andere de Lesse, de Sambre en de Ourthe water toe aan de Maas. (De beekjes en rivieren verdwijnen van de kaart.) De Rijn ontspringt dus in de Alpen en daalt van 2345 meter af tot 11 meter boven zeeniveau bij Lobith. (Een grafiek geeft de lengte en de hoogte van een rivier weer.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER De Maas vindt haar oorsprong in het noordoosten van Frankrijk en daalt van 280 meter af tot zo'n 44 meter bij de Nederlandse grens. (De grafiek verdwijnt.) De Nederlandse Maas is grotendeels gestuwd. Hier zie je hoe deze trapsgewijs naar beneden stroomt. (Een druppel water valt een trede af.) De stuwen zijn er om het water vast te houden en het waterpeil te reguleren. Zo zorgen we ervoor dat er genoeg water in de rivier zit om onder andere scheepvaart mogelijk te maken. Als gevolg van een enorme regenbui in onder andere België kwam er in juli 2021 een hoogwatergolf via de Maas ons land binnen. Bij zo'n hoogwatersituatie worden de stuwen opengezet om het water zo snel mogelijk af te voeren en waterschade te voorkomen. (Een 3D-weergave van de loop van de Maas.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER Het water stroomt dan vrij door de Maas richting zee. Op deze manier is Rijkswaterstaat continu bezig om te balanceren tussen water afvoeren en water vasthouden. (De 3D-weergave verdwijnt.) Soms stroomt er een periode juist heel weinig water door de rivier. Dan spreken we van laagwater. We hebben dat water in Nederland hard nodig. Bijvoorbeeld voor de bereiding van drinkwater, maar ook voor scheepvaart, landbouw, natuur en industrie. Rijkswaterstaat zorgt samen met de waterschappen voor de optimale verdeling van dit water. Door bijvoorbeeld stuw Driel, Amerongen en Hagestein dicht te zetten, zoekt het water van de Rijn een andere weg en komt er meer in de IJssel en de Waal. (Witte pijltjes volgen de verschillende vertakkingen van de Rijn. Zo volgen tientallen pijltjes de kronkels in de IJssel richting het IJsselmeergebied.) DOOR DE RUSTIGE MUZIEK KLINKT STROMEND WATER Het water uit de IJssel stroomt uit in het IJsselmeergebied, waar het tijdens periodes van droogte wordt vastgehouden als in een soort regenton. Rijkswaterstaat en de waterschappen kunnen dit water vervolgens over Noord-Nederland verdelen. We moeten er tegelijkertijd ook op letten dat het water niet te hoog komt, om waterschade te voorkomen. Bij een harde wind wordt het water één kant op geduwd. Dit zorgt voor soms wel twee meter scheefstand in het IJsselmeer. Het is dus van groot belang om het meerpeil onder controle te houden. Het teveel aan water wordt, wanneer mogelijk, afgevoerd in de Waddenzee. (Het water in het Markermeer en het IJsselmeer deint op en neer.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER De andere Rijntakken en de Maas komen uit in de Rijn-Maasmonding. Die staat bijna altijd in open verbinding met de Noordzee. Dat betekent dat eb en vloed een grote invloed hebben op de rivieren tot diep in Nederland. Tot stuw Hagestein in de Lek, tot ongeveer Zaltbommel in de Waal en tot stuw Lith in de Maas. Zo brengt het getij ook zout water uit de zee landinwaarts. Dat heeft negatieve gevolgen voor de landbouw, de industrie en het drinkwater. Door onder andere de Haringvlietsluizen slim in te zetten, wordt het zoute water zo veel mogelijk onder controle gehouden. (De Noordzee heeft op de kaart even een felrode kleur. Daarna wordt hij weer lichtblauw.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER Rivieren zijn dynamisch, altijd in beweging en hebben elk hun eigen karakter. Van regen- tot smeltwater, van vasthouden tot afvoeren, Nederland is het resultaat van een continu samenspel tussen mens en natuur. (Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het beeld wordt geel met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op www.rijkswaterstaat.nl/water.) STROMEND WATER

Monitoring water

Als beheerder van de grote rivieren, meren, Noordzee en Waddenzee houdt Rijkswaterstaat het waterpeil dan ook continu in de gaten. Zowel bij hoog- als laagwater nemen we maatregelen, net als de waterschappen, provincies en gemeenten. Ook monitoren we de waterkwaliteit en als het nodig is, verbeteren we die. Zo houden we het water geschikt voor onder meer drinkwaterbedrijven, landbouw en natuur.

Hoe verdelen we het water?

Water komt via neerslag en de Rijn en Maas ons land binnen. Rijkswaterstaat verdeelt het water daarna over de rest van Nederland. Hierdoor zijn we bij hoogwater beschermd tegen overstromingen. Bij laagwater zorgen we zo voor voldoende water voor onder meer de natuur, landbouw en scheepvaart. Stuwen en sluizen spelen een belangrijke rol in de verdeling van het water.

(Een animatie. Beeldtitel: Hoe verdeelt Rijkswaterstaat het water?) VOICE-OVER: Het water in Nederland komt als neerslag of via de Rijn en de Maas ons land binnen. Rijkswaterstaat verdeelt dit water zo dat we bij hoge waterstanden het land zo goed mogelijk beschermen tegen overstromingen en dat er bij lage waterstanden en droogte zo lang mogelijk voldoende water beschikbaar blijft voor drinkwater, natuur, landbouw, industrie en scheepvaart. (De rivieren op een kaart.) De Rijn komt bij Lobith ons land binnen. Het water komt dan aan bij het splitsingspunt Pannerden waar Rijkswaterstaat al meer dan 200 jaar het water volgens een vaste verdeling verdeelt tussen de Rijn en de Waal. De hoogte van de dijken langs de IJssel, Nederrijn en de Lek is op deze vaste verdeling afgestemd. Het stuwcomplex bij Driel verdeelt bij lage waterstanden het beschikbare water over de Nederrijn en de IJssel. Hiermee zorgt stuw Driel voor voldoende water voor het IJsselmeer onze nationale regenton. De 3 stuwen in de Nederrijn en Lek zorgen er samen voor dat het waterpeil hoog genoeg is voor een vlotte en veilige scheepvaart op de Nederrijn en IJssel. Bij lage waterstanden houden we het water in de rivieren vast en verdelen we het beschikbare water, samen met de waterschappen via de stuwen, sluizen, gemalen en pompen. (Aan een oever ligt een schip.) De Maas kent een groot hoogteverschil. Om de rivier bevaarbaar te maken, zijn hier zeven stuwen aangelegd. Op de Maas zetten we bij lage waterstanden beperkt schutten in zodat we minder water verliezen en de scheepvaart zo lang mogelijk kan doorgaan. Bij hoge waterstanden willen we het water zo snel mogelijk kwijt. Met maatregelen zoals het openzetten van stuwen, baggeren het verlagen van kribben en oevers en het onderhoud van uiterwaarden zorgen we ervoor dat het water goed kan wegstromen naar zee. Ook geven we de rivieren ruimte via hoogwatergeulen of een verlaagd zomerbed. Rijkswaterstaat verdeelt ons water 365 dagen per jaar bij hoge en lage waterstanden. (Beeldtekst: Nederland veilig, leefbaar, bereikbaar. Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het beeld wordt geel met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)

Overstromingen voorkomen

Hoogwater vormt een constante dreiging voor Nederland. Rijkswaterstaat neemt verschillende maatregelen om grote hoeveelheden water nu en in de toekomst aan te kunnen.

We houden het waterpeil voortdurend in de gaten en geven waterstandsverwachtingen af. Met dijken, dammen en andere waterkeringen beschermen we ons land zo goed mogelijk tegen overstromingen. Bij hoge rivierstanden spuien sluizen zoals in de Haringvlietdam overtollig water naar zee. En bij stormachtig weer en hoge waterstanden langs de kust kunnen we stormvloedkeringen zoals de Oosterscheldekering sluiten.

Ook hebben we samen met waterschappen, provincies en gemeenten de grote rivieren meer ruimte gegeven. Onder meer door uiterwaarden te verdiepen en extra geulen aan te leggen. De komende jaren versterken we met de waterschappen 1.300 km dijken.

Wat we doen bij laagwater en droogte

Omdat de zomers in Nederland warmer en droger lijken te worden, krijgen we vaker te maken met een lage waterstand in onze rivieren. Bij droogte verdelen we via stuwen, pompgemalen en sluizen het schaarse zoete water uit de grote rivieren en meren zo goed mogelijk onder alle watergebruikers.

Ook houden we vanaf half maart zoveel mogelijk water vast. We benutten dan alle beschikbare capaciteit in bijvoorbeeld het IJsselmeer en in het grondwater. Maar we kunnen niet al het water dat in de herfst en winter ons land binnenkomt (via rivieren en neerslag) vasthouden. Daar hebben we niet genoeg ruimte voor.

Zorgen voor schoon water

Een belangrijke taak van Rijkswaterstaat is de zorg voor de waterkwaliteit van de grote rivieren, meren, Noordzee en Waddenzee. Samen met andere waterbeheerders in Nederland en Europa werken we aan schoon water dat gebruikt kan worden door landbouw, visserij, industrie en drinkwaterbedrijven. En dat geschikt is voor natuur en recreatie.

We monitoren ons water dan ook permanent op stoffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. Daarnaast handhaven we het verbod voor schepen om afval(water) te lozen.

Ook leggen we natuurvriendelijke oevers aan: we vervangen beton en steen door zand en riet. Zo keren er weer allerlei dieren en planten in de rivier terug. De planten dragen bovendien op een natuurlijke manier bij aan het zuiveren van het water én vormen een belangrijke schuilplaats, opgroeiplek en voedselbron voor bijvoorbeeld de otter, bever en voorn.

Beheer en ontwikkeling van rijkswateren

We beheren en ontwikkelen de grote wateren van Nederland, zoals de Waddenzee, Noordzee en het IJsselmeergebied. Hierbij houden we onze oren en ogen goed open voor onder meer technische ontwikkeling, kansen op samenwerking en wensen van gebruikers.