Wiepen in de Lopikse Lek

Nieuwsbericht

Wiepen in de Lopikse Lek

Gepubliceerd op: 16 december 2020

Wiepen zijn wilgentenen, die onder meer worden gebruikt om oevers te beschermen. Bijvoorbeeld in een nevengeul van de Lek: De Hordewaar. Hier brokkelde de oever af. Dankzij de wiepen blijft de inmiddels herstelde oever op z’n plek.

Getijdenwerking en scheepvaartgolven zetten hun tanden steeds dieper in de oever van de nevengeul van de Lek, een proces dat zich begon te verplaatsen richting de hoofdvaargeul. Afgelopen winter zat er op het smalste punt nog maar 5 m tussen de geul en de hoofdvaargeul. Tijd voor Rijkswaterstaat om in actie te komen. Het weggespoelde, in de geul belande zand is teruggeplaatst naar waar het vandaan kwam. Maar hoe voorkom je dat het erosieproces zich onmiddellijk weer herhaalt? Daar komen de wiepen in beeld.

Ecologische meerwaarde

Om oevererosie tegen te gaan, zijn in de Hordewaar dubbele palenrijen geplaatst met daartussen samengebonden wilgentakken: de wiepen. De palen en het vlechtwerk verlagen samen de dynamiek in de geul. Golven van scheepvaart worden door de palenrijen tegengehouden en verliezen aan kracht. De geul stroomt bij getijdewerking wel leeg en vol, maar dit gaat dermate geleidelijk dat er weinig schade optreedt. Zowel de houten palen als de wiepen hebben ecologisch meerwaarde: ze bieden een natuurlijke onderwaterstructuur waar allerlei kleine waterdiertjes en ook jonge visjes van profiteren.

Vervangen na 5 jaar

Maar hout heeft natuurlijk niet het eeuwige leven. Ervaring bij palenrijen bovenstrooms leert dat wiepen zo’n 5 jaar meegaan. Rijkswaterstaat heeft met de opdrachtnemer afspraken gemaakt over inspectie, beheer en onderhoud. Die afspraken zijn vastgelegd in een onderhoudscontract.

Het hele traject kon rekenen op de instemming van de provincie Utrecht en Staatsbosbeheer, partijen met wie vanaf het begin veelvuldig is overlegd. Het herstelplan kwam tot stand op basis van een advies van Rijkswaterstaat, waarna de provincie Utrecht werk maakte van de uitvoering.