CO2-Prestatieladder als inkoopinstrument

Opdrachtnemers die een aanbieding doen waaruit blijkt dat ze aantoonbaar hun best doen om minder CO2 uit te stoten, krijgen van Rijkswaterstaat een voordeel bij de gunning.

Rijkswaterstaat gebruikt daarvoor de CO2-Prestatieladder als instrument om te komen tot concrete en meetbare afspraken in contracten.

Hoe werkt het?

Een inschrijving met een emissiearme uitvoering gaat als volgt. De aanbieder geeft in de aanbieding aan dat hij de opdracht zal uitvoeren op een van de eerste drie treden van de CO2-Prestatieladder. Hoe hoger de trede, des te hoger de inspanning moet zijn om minder CO2 uit te stoten.

Ambitieniveau en fictieve korting

Een toezegging van een hogere trede, resulteert in een hogere fictieve aftrek van de inschrijfprijs waardoor de kans om de opdracht te winnen toeneemt. De hoogte van deze korting en de wijze waarop deze berekend wordt, in combinatie met andere kwalitatieve elementen van de inschrijving, staat beschreven in de aanbestedingsdocumenten (BPKV-criteria).

Realisatie

Bij de gunning wordt het aangeboden ambitieniveau onderdeel van de overeenkomst en dient deze gehaald te worden bij de realisatie van het project.

Mogelijke sanctie

De opdrachtnemer moet de toezegging wel waarmaken. Blijkt na een afgesproken tijd dat het niveau niet gehaald wordt, dan volgt er een sanctie die 1,5 keer het genoten voordeel bij de inschrijving is.

Meer informatie

Meer over de CO2-Prestatieladder, de treden, de ontwikkeling en het gebruik ervan door de overheid en andere sectoren is te lezen op de website over de CO2-Prestatieladder van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO)

Overgang naar handboek 4.0

Rijkswaterstaat blijft de CO₂-Prestatieladder hanteren als gunningscriterium bij aanbestedingen in de GWW-sector. Met de publicatie van Handboek 4.0 door SKAO sluiten wij onze manier van aanbesteden hierop aan, zodat het reduceren van CO₂-uitstoot ook in de toekomst wordt gestimuleerd.

Wat verandert er?

Tenders na 1 juli 2026

Het Handboek 4.0 wordt per 1 juli 2026 in de aanbestedingsleidraad opgenomen. Rijkswaterstaat past Handboek 4.0 alleen toe op projecten die ná 1 juli 2026 op TenderNed worden gepubliceerd.

De verwachting is dat de sluitingsdata van deze nieuwe aanbestedingen pas in 2027 of later vallen. Marktpartijen kunnen daarom in hun reguliere auditcyclus in 2026 opgaan voor certificering volgens Handboek 4.0. Na gunning geldt, volgens de werkwijze van SKAO, dat opdrachtnemers maximaal één jaar de tijd hebben om het certificaat op de aangeboden trede aan te tonen.

Als er bij de audit blijkt dat nog niet aan alle eisen is voldaan dan is er ook in 2027 tijd om maatregelen uit het herstelplan uit te voeren en het certificaat alsnog te behalen.

De waardering bij inschrijving na 1 juli 2026 op basis van Handboek 4.0 wordt als volgt:

  • trede 1: 2% fictieve vermindering inschrijfsom 
  • trede 2: 4% fictieve vermindering inschrijfsom 
  • trede 3: 6% fictieve vermindering inschrijfsom 

Tenders voor 1 juli 2026

Voor aanbestedingen die vóór 1 juli 2026 op TenderNed gepubliceerd worden, blijft Handboek 3.1 van toepassing. In deze periode accepteert Rijkswaterstaat ook een certificering op basis van Handboek 4.0 als inschrijvers daar al over beschikken. De waardering vindt dan plaats op basis van de niveaus uit Handboek 3.1.

Meer informatie over 4.0-certificaten inzetten in 3.1-aanbestedingen vindt u op de website van SKAO.

Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met Servicedesk Zakelijk.

Wat doet Rijkswaterstaat verder aan CO2-management?

Naast het uitvragen van de CO2-Prestatieladder als inkoopinstrument, is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zelf ook gecertificeerd. Lees hierover in het CO2- en energiemanagementplan.