Rijkswaterstaat regelt dat het licht langs de autosnelweg aan of uitgaat. We zorgen ervoor dat er altijd voldoende licht is voor goed zicht. Vraagt u zich af waarom het licht langs de autosnelweg soms wel of juist niet brandt? Of soms minder fel is? Op deze pagina leest u wanneer we het licht aan- en uitzetten of dimmen. En wat we doen als lampen kapot zijn.
Wanneer gaat de verlichting aan of uit?
De verlichting langs de autosnelweg gaat automatisch aan (en uit) als dat nodig is. Per weg kan verschillen hoe lang de verlichting aan staat en hoe fel. Timers bepalen wanneer en sensoren passen het licht aan als het slecht weer is. Of als het druk is.
Waarom staat de verlichting niet altijd aan als het donker is?
De verlichting staat niet altijd overal aan. Zo besparen we energie, verminderen we CO2-uitstoot, zorgen we voor minder lichtvervuiling en verlagen we de kosten voor onderhoud.
Is er geen verlichting of is de verlichting kapot? Meld het!
Let op! Wij zorgen alleen voor de verlichting langs de autosnelwegen. De verlichting langs provinciale wegen of gemeentelijke wegen verzorgen we niet. Hiervoor kunt u bij de gemeente, provincie of andere wegbeheerder terecht.
Kapotte lampen kunnen we niet altijd direct repareren. Openbare verlichting is belangrijk voor de veiligheid en het gebruik van de autosnelweg in Nederland. We houden daarom goed in de gaten of de lichten langs deze wegen werken. Maar we vervangen niet altijd meteen iedere lamp die stuk is.
We repareren sneller op gevaarlijke plekken
Is er een lamp stuk op een gevaarlijke plek? Dan repareren we deze meestal binnen een week. Gevaarlijke plekken zijn:
in bochten
bij invoegstroken
bij kruisingen
op andere plekken waar goed zicht extra belangrijk is
Waarom we niet altijd meteen repareren
We kijken niet alleen naar de veiligheid. We kijken ook naar kosten, planning en mogelijke overlast.
Een lamp repareren is duur.
We moeten vaak een deel van de weg afzetten.
Dit zorgt voor files en hinder.
Bij weinig verkeer zetten we de lichten langs de autosnelwegen uit of dimmen ze. Dit doen we meestal tussen 21.00 en 05.00 uur. Het kan per weg verschillen. We zorgen zo voor een balans tussen veiligheid en duurzaamheid.
Waarom doen we dit?
We besparen energie en verminderen CO2-uitstoot.
We zorgen voor minder lichtvervuiling in natuur- en woongebieden.
We verlagen de kosten voor onderhoud.
We plaatsen verlichting zorgvuldig op basis van veiligheid. Soms blijft het licht langer branden dan u verwacht. Dit heeft meestal een goede reden.
Meest voorkomende redenen
Bij onderhoud of een storing. We laten het licht dan vaak aan. Dit is veiliger dan het handmatig uit te schakelen.
Bij testen van installaties. We controleren regelmatig of alles goed werkt. Dan kan het licht tijdelijk aan blijven staan.
Niet op alle stukken van de autosnelweg staan lichtmasten. Verlichting kost energie en geld. We plaatsen daarom alleen verlichting waar het echt nodig is voor de veiligheid. Er staan bijvoorbeeld geen lampen:
op rechte stukken waar het zicht goed is
op plekken waar duidelijke lijnen op de weg staan
waar de weg zonder licht ook veilig is
Regelmatige check
Onze experts bekijken de plaatsen en adviseren ons waar verlichting nodig is. Zo zorgen we ervoor dat weggebruikers veilig rijden en besparen we op energie. De situatie op de weg kan veranderen. Daarom bekijken we geregeld of we de verlichting aan moeten passen. Zo blijft de verlichting passen bij de weg.
Verlichting is een belangrijk onderdeel van de autosnelwegen in Nederland. Rijkswaterstaat zorgt ervoor dat de verlichting past bij de situatie op de weg.