Waterstanden en afvoeren rivieren
De Rijn en de Maas zijn de belangrijkste rivieren van Nederland. Samen zorgen zij voor het grootste deel van de aanvoer van zoetwater. Het is essentieel om continu inzicht te hebben in de actuele waterstanden en afvoeren van deze rivieren.
Deze informatie is onmisbaar voor het dagelijkse waterbeheer van Nederland, maar speelt ook een cruciale rol tijdens bijzondere situaties:
- Tijdens perioden van droogte geeft inzicht in waterstanden, duidelijkheid over de beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, natuur, scheepvaart en drinkwater.
- Tijdens milieu-incidenten is kennis van de waterafvoer en stroomsnelheid nodig om de verspreiding en concentratie van stoffen te berekenen. Drinkwaterbedrijven kunnen op basis hiervan tijdig hun inname van oppervlaktewater stoppen.
- Bij hoge rivierafvoeren en hoogwater helpt actuele informatie om risico’s te beperken en maatregelen te nemen.
Actuele en betrouwbare waterstanden maken het verschil tussen tijdig ingrijpen en te laat reageren
Een uitgebreid meetnetwerk van Rijkswaterstaat meet continu de waterhoogte en afvoer (debiet) op vaste locaties. Deze metingen worden aangevuld met modelberekeningen die verwachtingen geven voor de komende dagen en weken. Zo kunnen partners, zoals waterschappen en veiligheidsregio's, maar ook het publiek op tijd reageren op bijzondere situaties. Ga voor een volledige weergave van alle meetlocaties en de beschikbare parameters naar de applicatie Waterinfo.
Actuele waterafvoer en pluimverwachting van Rijn en Maas
Onderstaande grafieken tonen de verwachte afvoeren van de Maas bij Sint Pieter en de Rijn bij Lobith. Deze locaties zijn maatgevend voor de hoeveelheid water die Nederland binnenstroomt. Er worden twee verwachtingstermijnen weergegeven:
- 4-daagse verwachting: de gevalideerde eindverwachting (dieprode kleur), vastgesteld door het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN).
- 15-daagse verwachting: deze pluimverwachting komt direct uit watermodellen van Rijkswaterstaat, zonder expertcontrole (niet gevalideerd). Het laat meerdere scenario’s zien en geeft inzicht in de onzekerheid.
Voor de Rijn is naast de afvoer ook een verwachting beschikbaar voor de waterstand bij Lobith. Voor de Maas geldt dit niet, omdat deze rivier grotendeels gestuwd is.
De Maas: afvoer, stuwen en onzekerheid in verwachtingen
De Maas ontspringt in Noord-Frankrijk en stroomt via België Nederland binnen bij Eijsden. Via de Bergsche Maas en de Amer mondt de rivier uit in het Hollandsch Diep en Haringvliet. Onderweg voegen rivieren als de Samber, de Lesse en de Ourthe ook water toe. Met een lengte van ongeveer 940 km en een kleiner stroomgebied van circa 33.000 km2 dan de Rijn, is de Maas gevoeliger voor snelle veranderingen.
Stuwen bepalen meestal de stand van de Maas, maar bij hoge afvoer stroomt de rivier vrij
De Maas is vrijwel helemaal gestuwd om scheepvaart mogelijk te maken. Hierdoor komen waterstanden meestal overeen met de zogenoemde vaste stuwpeilen. Bij hoge rivierafvoeren worden de stuwen gestreken (geopend), zodat de Maas vrij kan afvoeren. Daarom ligt de focus bij de Maas vooral op de afvoer en minder op de waterstand. Door de eigenschappen van het Maasstroomgebied en het stuwbeheer, zijn de verwachtingen voor de Maas onzekerder dan voor de Rijn.
De Rijn: waterstand, afvoer en aanvoer naar Nederland
De bron van de Rijn ligt in Zwitserland. Via het Bodenmeer stroomt het water richting Duitsland. Onderweg voegen rivieren als de Aare, Neckar, Main en Moezel grote hoeveelheden water toe. Daarnaast draagt smeltwater van gletsjers in Zwitserland, met name in het voorjaar, bij aan hogere aanvoeren.
Water dat uiteindelijk allemaal bij Lobith Nederland binnenkomt en haar weg vervolgt via onder andere de Waal, de Merwede en de Lek richting de Zuidwestelijke Delta. En via de IJssel richting het IJsselmeergebied. De Rijn is ongeveer 1.230 km en het stroomgebied is circa 185.000 km2.
In Nederland stroomt bij Lobith al het Rijnwater binnen dat uit Zwitserse gletsjers, meren en grote zijrivieren onderweg is verzameld