Pech, file, ongeval of brand in een tunnel

Natuurlijk hoopt u nooit een brand of ongeval in een tunnel mee te maken. Gebeurt dit wel, dan is het belangrijk dat u weet wat u moet doen.

In de volgende animaties leggen we dat uit. Ook geven we instructies wat u moet doen bij pech of file in een tunnel.

Brand in een tunnel. Weet u wat u moet doen?

Deze animatie vertelt wat je als weggebruiker moet doen bij brand in een tunnel. Niet alleen als uw eigen voertuig in brand staat, maar ook als een ander voertuig brandt.

(Beeldtitel: Brand in een tunnel. Weet u wat u moet doen? Een animatie. In een tunnel rijden auto's. Voice-over:) INLEIDENDE MUZIEK VOICE-OVER: Natuurlijk hoopt u nooit brand in een tunnel mee te maken maar als het wel gebeurt, weet u dan wat u moet doen? Staat uw eigen voertuig in brand? Rij als het kan de tunnel uit en parkeer uw voertuig op een vluchtstrook of vluchthaven. (Een rokende auto parkeert op een vluchthaven.) Lukt dat niet? Parkeer het voertuig dan zo ver mogelijk aan de rechterkant in de tunnel. Verlaat, samen met eventuele medepassagiers, uw voertuig het liefst met een veiligheidsvest aan. Loop van de brand vandaan naar de dichtstbijzijnde hulppostkast. (Een poppetje staat bij een hulppostkast.) Met de noodtelefoon neemt u contact op met de wegverkeersleider. Hij geeft u verdere instructies. In de hulppostkast bevindt zich ook een handblusser waarmee u kunt proberen de beginnende brand te blussen. Maar let daarbij altijd op uw eigen veiligheid en neem geen risico's. De wegverkeersleider houdt de situatie in de tunnel vanuit de verkeerscentrale in de gaten en neemt maatregelen zoals het afsluiten van de tunnel, het activeren van de ventilatie en het alarmeren van de hulpdiensten. Ook zal hij een omroepbericht aanzetten waarmee u wordt verzocht de tunnel te verlaten. Als u dit bericht hoort, doe dit dan meteen via de dichtstbijzijnde vluchtdeur. (Twee poppetjes staan bij een vluchtdeur.) Staat een ander voertuig in brand? Hou afstand en parkeer uw auto zo ver mogelijk aan de rechterkant van de tunnel. Keer nooit om en rij nooit achteruit. Doe uw motor uit en laat de sleutel in het contact. De hulpdiensten moeten uw auto later misschien verzetten. Verlaat, samen met eventuele medepassagiers, uw voertuig het liefst met een veiligheidsvest aan. Loop van de brand vandaan naar de dichtstbijzijnde nooduitgang en verlaat de tunnel via de nooddeur. (In een gang staat een poppetje.) De nooduitgangen geven toegang tot een speciale vluchtgang die leidt naar een verzamelplaats buiten de tunnel. Hier wordt u opgevangen door de hulpdiensten. Blijf nooit in de tunnel, rook kan zich snel verspreiden en dat is levensgevaarlijk. (Beeldtekst: Parkeer zo ver mogelijk rechts. Keer nooit om en rijd nooit achteruit. Zet motor uit en laat sleutel in het contact. Alarmeer de wegverkeersleider via de dichtstbijzijnde noodtelefoon. Volg altijd de instructies op van de wegverkeersleider.) RUSTIGE MUZIEK AFSLUITENDE MUZIEK (Het Nederlandse wapenschild op een blauwe achtergrond. Beeldtekst: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Een productie van Rijkswaterstaat, 2015.)

Instructies bij brand

Rook of brand in een tunnel betekent direct gevaar. Als u rook of brand ziet aan uw eigen voertuig of verderop in de tunnel, dan moet u evacueren:

  • Staat uw eigen auto in brand? Zet dan uw alarmlichten aan en parkeer uw auto zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand.
  • Staat een ander voertuig in brand? Houd afstand en zet uw alarmlichten aan.
  • Keer nooit om en rijd niet achteruit!
  • Zet uw motor uit en laat uw sleutel in het contact zitten.
  • Verlaat uw voertuig samen met uw passagiers, het liefst met een veiligheidsvest aan.
  • Volg de instructies uit de luidsprekers in de tunnel op.
  • Loop langs de tunnelwand van de brand vandaan en verlaat de tunnel via de dichtstbijzijnde nooduitgang.
  • In de hulppostkast hangt een brandblusser waarmee een kleine, beginnende brand kan worden geblust.

Advies bij pech of ongeval in een tunnel

Deze animatie legt uit hoe u het beste kunt handelen als u met uw voertuig stil komt te staan in een tunnel door pech of een ongeval.

(Beeldtitel: Pech of ongeval in een tunnel. Weet u wat u moet doen? Een animatie. Voice-over:) INLEIDENDE MUZIEK VOICE-OVER: Stel, u rijdt in een tunnel en u krijgt pech of u raakt betrokken bij een ongeval weet u dan wat u moet doen? Als het kan, parkeert u uw voertuig op de eerstvolgende parkeerplaats of op de vluchtstrook of vluchthaven buiten de tunnel. Lukt dat niet, parkeer het voertuig dan aan de rechterkant van de tunnel of zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand. De wegverkeersleider houdt de situatie in de tunnel vanuit de verkeerscentrale in de gaten. Als het nodig is, sluit hij rijstroken af en verlaagt hij de snelheid van het overige verkeer. Verlaat, samen met eventuele medepassagiers, uw voertuig het liefst met een veiligheidsvest aan. Let goed op het andere verkeer en steek nooit de weg over. Voor u hulp inschakelt, zorgt u dat medepassagiers op een veilige plek staan dicht bij de tunnelwand en zeker vijftig meter voorbij de auto. Op die manier kan uw auto de klap opvangen bij een eventuele aanrijding. Loop langs de tunnelwand met het verkeer mee naar de dichtstbijzijnde hulppost. Met de noodtelefoon neemt u contact op met de wegverkeersleider, die u verdere instructies geeft. (Het verkeer op de linker- en middenrijbaan passeert voertuigen en poppetjes rechts bij de tunnelwand.) RUSTIGE MUZIEK U loopt terug naar de plek waar uw voertuig staat en wacht, samen met uw medepassagiers zo dicht mogelijk langs de tunnelwand op hulp. Verleen, als dat nodig is, eerste hulp aan gewonden. (Een geel voertuig en een ambulance zijn gestopt. Er komen poppetjes uit die naar de poppetjes bij de tunnelwand gaan.) DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER (Beeldtekst: Zet alarmlichten aan en motor uit. Parkeer uw auto zo dicht mogelijk langs de tunnelwand. Verlaat de auto, let goed op het verkeer en steek nooit over. Neem contact op met de wegverkeersleider via de noodtelefoon. Wacht langs de tunnelwand op hulp.) AFSLUITENDE MUZIEK (Het Nederlandse wapenschild op een blauwe achtergrond. Beeldtekst: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Een productie van Rijkswaterstaat, 2015.)

Instructies bij pech of een ongeval

Rij indien mogelijk de tunnel uit en parkeer uw voertuig op de vluchtstrook of vluchthaven, buiten de tunnel. Als u de tunnel niet kunt verlaten:

  • Zet uw alarmlichten aan en parkeer zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand.
  • Zet uw motor uit en laat uw sleutel in het contact zitten. Hulpdiensten kunnen uw voertuig dan eventueel verplaatsen.
  • Verlaat samen met uw passagiers voorzichtig uw voertuig, het liefst met een veiligheidsvest aan. Steek nooit de weg over!
  • Zorg dat uw passagiers 50 m voorbij uw voertuig gaan staan. Zij lopen dan geen gevaar als achteroprijdend verkeer op uw voertuig botst.
  • Loop langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost. Neem via de telefoon contact op met de wegverkeersleider, zodat hij maatregelen kan nemen en u veiligheidsinstructies kan geven.
  • In de hulppostkast hangt ook een brandblusser waarmee een kleine, beginnende brand kan worden geblust.
  • Wacht zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand op hulp.

Instructies bij file

File in een tunnel kan op een ongewone situatie wijzen. Zo kan er verderop een ongeval zijn gebeurd. Daarom is oplettendheid gewenst:

  • Nadert u een file, houd dan afstand tot uw voorganger en zet uw alarmlichten aan.
  • Zorg dat u belangrijke instructies kunt ontvangen: stem uw radio af op een veelgebruikte FM-frequentie. De meeste tunnels zijn voorzien van een systeem dat bij incidenten instructies via de radio uitzendt.
  • Houd verkeerslichten en bebording in de gaten.
  • Wees u bewust van de omgeving en kijk waar een nooduitgang is.
  • Zorg ervoor dat u en uw passagiers gereed zijn om na een instructie uw auto te verlaten.

Acties van Rijkswaterstaat bij incident in tunnel

Rijkswaterstaat stelt alles in het werk om incidenten in tunnels te voorkomen. Is er toch een incident, dan doen we ons uiterste best u zo snel mogelijk in veiligheid te brengen.

Onze wegverkeersleiders spelen hierbij een belangrijke rol. Zij bewaken al onze tunnels 24 uur per dag, 7 dagen per week. Zij houden het verkeer in de tunnels nauw in de gaten met detectiesystemen en camera’s. Bij incidenten kunnen zij de tunnel sluiten, installaties in de tunnel bedienen en de hulpdiensten alarmeren.

Factsheet

Wilt u meer weten? Bekijk dan de Factsheet Veilig rijden in autotunnels voor beroepschauffeurs.