Early Warning van de maand: nemen we methaan-uitstoot uit oppervlaktewater wel serieus genoeg?

Nieuwsbericht

Early Warning van de maand: nemen we methaan-uitstoot uit oppervlaktewater wel serieus genoeg?

Gepubliceerd op: 7 juli 2022 - Laatste update: 7 juli 2022, 12:38

Eén van de taken van het programma Strategische Verkenningen is om ontwikkelingen in de omgeving tijdig te signaleren. Deze kunnen immers gevolgen hebben voor het werk en de organisatie van Rijkswaterstaat. We gaan naar buiten, spreken met experts en anderen om ons heen, en schrijven de kern van de signalen op in korte ‘Early Warnings’.

Het broeikasgas methaan is 25 tot 80 keer schadelijker dan CO2. Het draagt voor 20% bij aan de opwarming van de aarde. Daartegenover staat dat methaan korter in de atmosfeer blijft hangen dan CO2, waardoor de effecten van reductie eerder zichtbaar zijn. Het verminderen van methaanuitstoot kan dus een belangrijke stuurfactor zijn richting klimaatneutraliteit.

Bij methaanuitstoot denken we al snel aan de veehouderij, maar minder bekend is de methaanuitstoot uit oppervlaktewater. Hoe ontstaat het, hoe groot is het probleem en wat zijn de handelingsperspectieven?

Methaanuitstoot ontstaat door een microbiologisch proces in het water

Methaanuitstoot uit oppervlaktewater, zoals rivieren en meren, ontstaat door een microbiologisch proces. Micro-organismen breken organisch materiaal in het bodemslib af en wanneer er onvoldoende zuurstof in het slib aanwezig is, ontstaat hierbij methaan.

De methaanbubbels borrelen naar de oppervlakte . Een deel wordt onderweg alsnog omgezet in CO2, maar wat overblijft komt als methaan in de atmosfeer terecht. Aangezien micro-organismen beter gedijen bij hogere temperaturen, versterkt de opwarming van de aarde het proces. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, waarbij methaanuitstoot resulteert in hogere temperaturen, met meer methaanuitstoot tot gevolg.

Er is onvoldoende zicht op de omvang van het probleem

De methaanuitstoot van oppervlaktewater kun je op verschillende manieren reduceren Afhankelijk van de dikte van de organische laag in de bodem kan baggeren bijvoorbeeld een oplossing zijn. Echter, er wordt op dit moment nog nauwelijks gemeten wat de omvang van de methaanuitstoot van oppervlaktewater is en welke wateren het grootste probleem vormen. Dus waar te beginnen?

Wat we weten, is dat door intensieve veeteelt veel nitraat, fosfaat en ammonium in het water terechtkomen. Deze stoffen versterken het microbiologische proces van methaanuitstoot, dus de emissies zullen in Nederland relatief hoog zijn. En vooral wateren in weidegebieden zullen dus mogelijk veel methaan uitstoten. Maar ook andere wateren vragen aandacht.

Meten is weten

Cornelia Welte, universitair hoofddocent Ecologische Microbiologie van de Radboud Universiteit pleit daarom voor het verrichten van meer metingen.

Om de waterkwaliteit te monitoren en te verbeteren wordt al veel biochemische data verzameld. Methaanuitstoot valt echter niet binnen die parameters. Als het aan de microbioloog ligt komt daar dus verandering in, want met die informatie kunnen we maatregelen nemen in het belang van ons klimaat.