Rijkswaterstaat gunt baggeren Zandkreekgeul en suppletie Verdronken Land van Zuid-Beveland aan De Klerk Werkendam

Nieuwsbericht

Rijkswaterstaat gunt baggeren Zandkreekgeul en suppletie Verdronken Land van Zuid-Beveland aan De Klerk Werkendam

Gepubliceerd op: 21 juni 2021

Rijkswaterstaat heeft het bedrijf De Klerk Werkendam de opdracht gegund om de vaargeul in de Zandkreek in Zeeland te baggeren en met een deel van het slib de slikken bij het Verdronken Land van Zuid-Beveland op te hogen.

Toegang voor de scheepvaart en natuurherstel zijn gecombineerd in deze opdracht, die in nauwe samenwerking met Natuurmonumenten tot stand is gekomen. De werkzaamheden worden in het najaar van 2021 uitgevoerd.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een belangrijke eis binnen de aanbesteding. Rijkswaterstaat heeft in de uitvraag een CO2-emissiereductie van 30% voorgeschreven van de uitvoerende werkzaamheden. Het project sluit hiermee aan bij het zogeheten transitiepad Kustlijnzorg en Vaargeulonderhoud, dat als doel heeft om alle kust- en binnenlandse baggerprojecten te verduurzamen. Dit transitiepad is onderdeel de ambitie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om als grote opdrachtgever van infraprojecten in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair te werken.

Noodzaak

De vaargeul van de Zandkreek, tussen Noord- en Zuid-Beveland in Zeeland, is in de loop der jaren sterk verzand. Bij de uitgang van de Zandkreeksluis en bij de invaart van de Zandkreekgeul aan de zijde van de Oosterschelde waren op de bodem flinke drempels ontstaan. Daarom wordt de vaargeul gebaggerd. In 2019 is de eerste 3.000 m3 gebaggerd. Om ook op langere termijn te borgen dat schepen kunnen doorvaren, wordt in het najaar van 2021 nog eens 125.000 m3 gebaggerd. Daarmee is de vaargeul weer terug op de vereiste diepte.

Slimme samenwerking

Zo’n 50.000 m3 van de in totaal 125.000 m3 te baggeren slib wordt ingezet om de slikken bij het Verdronken Land van Zuid-Beveland op te hogen. Dit doet Rijkswaterstaat in nauwe samenwerking met Natuurmonumenten. Door de aanleg van de Oosterscheldekering is de stroming minder sterk geworden, waardoor er geen natuurlijke opbouw meer is van slikken en platen. Dit wordt zandhonger genoemd. In eerdere projecten, zoals de suppletie Roggenplaat in 2019, leerden we steeds beter hoe we slim met sediment kunnen omgaan. Dat heeft er onder andere toe geleid dat we het baggerwerk in de Zandkreekgeul nu combineren met het ophogen van slikken bij het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Zo werken we circulair én aan broodnodig natuurherstel. Het is voor het eerst dat Rijkswaterstaat deze techniek toepast in de Oosterschelde.

Natuurherstel

Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat werken al jaren samen om de effecten van zandhonger tegen te gaan. Platen en slikken in de Oosterschelde zijn voor vogels een belangrijke bron van voedsel, zij voeden zich er dankzij het rijke bodemleven met onder andere wormen, schelp- en schaaldieren. Door platen en slikken op te hogen blijven ze behouden voor de toekomst.

Meer informatie over dit project is te vinden op de projectpagina Oosterschelde: baggeren Zandkreekgeul.