Rijkswaterstaat in de winter: elke dag schoon, veilig en voldoende water

Interview

Rijkswaterstaat in de winter: elke dag schoon, veilig en voldoende water

Gepubliceerd op: 11 februari 2021, 08:55

Vroeg donker, een dalende temperatuur en stamppot op het menu. Het is duidelijk, de winter klopt op de deur. Een periode van sneeuw, ijzel en storm. En hoogwater op de Nederlandse rivieren. Maar welke maatregelen worden getroffen om toch droge voeten te houden? En welke partijen werken hierbij samen?

We spraken met Hanneke Kloosterboer (37), Adviseur waterkering van Waterschap Aa en Maas en Pascal Weerts (51), Operationeel leider van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Waterpartners in droge én natte tijden.

Hanneke Kloosterboer en Pascal Weerts in gesprek

Waterbeheerders

Rijkswaterstaat en de waterschappen zijn de waterbeheerders in Nederland. In Zuid-Nederland werkt Rijkswaterstaat samen met 5 waterschappen. Eén van de Brabantse waterschappen is Aa en Maas. De organisatie heeft een beheergebied van maar liefst 161.000 ha, verdeeld over 25 gemeenten in het oosten van Brabant. ‘Elke dag werken we aan schoon, veilig en voldoende water voor zo’n 745.000 inwoners.’

Schoon, veilig en voldoende

Wat Rijkswaterstaat landelijk voor de grotere wateren doet, verzorgt een waterschap op lokaal niveau voor een regionaal gebied. ‘Een belangrijke taak is het beheren van dijken om burgers en bedrijven te beschermen tegen overstromingen’, vertelt Hanneke Kloosterboer. Hanneke werkt 10 jaar voor Waterschap Aa en Maas en kent het werkgebied als haar broekzak. Ze houdt zich als Adviseur waterkering bezig met beheer en onderhoud van de dijken. ‘Maar we doen veel meer dan dijkbeheer. We onderhouden beken, weteringen en sloten om wateroverlast te voorkomen en zorgen voor voldoende water voor de land- en tuinbouw én natuurgebieden. En voor onze burgers en bedrijven maken we het afvalwater weer schoon, controleren we de waterkwaliteit van recreatieplassen en zorgen we dat beken, sloten en weteringen schoon zijn. Een groot takenpakket dus.’

Piek van 1775 m3/s

Juist in de winter zijn droge voeten een uitdaging. Regen en smeltwater zorgen voor grotere waterafvoer. En hoogwater is actueler dan ooit. Zaterdag 30 januari 2020 bereikte de Maas bij St. Pieter -de plaats waar de Maas Nederland binnenkomt- een piek van 1775 m3/s. De hoogste waterafvoer van de afgelopen 10 jaar (in januari 2011 was de afvoer 2277 m3/s). Pascal: ‘De waterafvoer is de hoeveelheid water dat langs een bepaald punt stroomt. Deze drukken we uit in kubieke meters per seconden.’

Pascal Weerts weet waar hij het over heeft. Hij werkt sinds 1995 bij Rijkswaterstaat en sinds 2006 als waterexpert. ‘Vanaf 1000 m3/s krijgen diverse partijen zoals gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties actief informatie over de afvoerverwachtingen. Zij hebben zelf draaiboeken klaar liggen en samen met hun jarenlange ervaring weet men precies welke maatregelen genomen moeten worden. Agrariërs weten zo bijvoorbeeld dat ze hun vee uit de uiterwaarden moeten halen. We willen voorkomen dat mensen verrast worden.’

Zandzakken en slootpeilen

Maar welke maatregelen treft een waterschap bij een dreigende overstroming? Hanneke: ‘Wij voeren vooral hoogwaterinspecties uit, sluiten kunstwerken die in de dijk liggen en beoordelen of de inzet van pompen noodzakelijk is. We werken met een calamiteitenbestrijdingsboek waar gerichte maatregelen in opgenomen zijn. Waar moeten zandzakken gelegd worden? Waar zogenaamde slootpeilen gezet tegen ‘piping’ (zanduitspoeling dijk)? Of er zeil aangelegd moet worden tegen erosie. Dat soort zaken. Een aannemer voert deze werkzaamheden voor ons uit. Maar gemeenten hebben ook een rol. Zij bekijken bijvoorbeeld of er wegen afgesloten moeten worden voor het verkeer.'

Pascal gaat verder: ‘Rijkswaterstaat houdt de waterafvoer in de gaten en adviseert de scheepvaart. Onze aannemers voeren jaarlijks dijkinspecties bij de kanalen uit. En we strijken de stuwen om het water door te laten. Maatregelen zoals de rivierverruiming vanuit de Maaswerken hebben effect gehad op het strijken van de stuwen. Zo hoeft stuw Belfeld nu pas bij ongeveer 1000 m3/s gestreken te worden, terwijl dit eerst bij 700 m3/s was. De bediencentrales weten precies wanneer welke stuw uit bedrijf moet worden genomen, zodat het water zo vlot mogelijk door kan stromen.’

Dijk aan mankracht

Voordat de winter intreedt, is er bij Aa en Maas al veel werk verzet. Hanneke: ‘In het najaar houden we een nauwkeurige dijkinspectie en trainen we onze dijkwachten, de collega’s die de dijkinspecties verrichten. De jaarlijkse training bestaat uit een theoretisch deel en praktijkoefeningen in het werkveld. We beoordelen of alles en iedereen klaar is voor het hoogwaterseizoen. Sinds 3 jaar kunnen we op extra mankracht rekenen; vrijwilligers die affiniteit hebben met water, vaak bij een dijk wonen en voor ons een oogje in het zeil houden. In totaal zijn er zo ongeveer 150 mensen actief met onze dijkinspectie. Het gaat dan ook om bijna 200 km aan dijken.’

Dassen, bevers en konijnen

Hanneke vertelt verder: ‘In de winterperiode zelf inspecteren we wekelijks de Maasdijk op schade door dassen, bevers en konijnen. Zijn er gaten of scheuren? Is er sprake van een dijkverzakking of piping? Het komt bijvoorbeeld ook voor dat er schade aan onze waterkeringen ontstaat door sporen van een voertuig na een verkeersongeval. Dijkwachten kunnen een schade simpel en snel melden via de Dijkwachtapp. Na een schademelding gaat 1 van onze 6 dijkbeheerders ter plaatse om zo nodig, samen met onze aannemer, snel actie te ondernemen. Dat gaat 24/7 door, alles voor de veiligheid. Verder inspecteren we onze kunstwerken: uitwateringssluisjes, gemalen zoals Gansoyen en Gewande en spuisluis Crevecoeur. We voeren ook snoeiwerkzaamheden uit aan het groen. Goed te weten trouwens dat burgers ook een schade bij ons kunnen melden.’

In droge én natte tijden

Rijkswaterstaat en Aa en Maas werken zo al jarenlang samen in de waterketen. Pascal: ‘We komen elkaar niet alleen tegen bij hoogwater. Richting het voorjaar kan er zomaar weer een droge periode aanbreken met watertekort. Dan gaat het juist om de verdeling van het schaarse water.’ Elkaar regelmatig zien in de ‘koude’ fase helpt in de samenwerking. Hanneke: ‘We hebben tweemaal per jaar accountoverleg en we nemen allebei zitting in een provinciaal overleg voor regionale keringen. Daarnaast vinden we elkaar makkelijk via een groepsapp; hier wordt informatie gedeeld over actuele ontwikkelingen in onze wateren. Zodat we vroegtijdig actie kunnen ondernemen. Een ander voorbeeld is de gezamenlijke telefooncentrale. Tot voor kort maakten we gebruik van de centrale van de brandweer, maar nu werken we samen met de centrale van Rijkswaterstaat, het Nautisch centrum. Korte lijnen dus, effectief in droge én in natte tijden.’