Verkeers- en vervoermodellen LMS en NRM

Voor het maken van prognoses over mobiliteitsontwikkelingen op de langere termijn (15 à 30 jaar vooruit) beheert en ontwikkelt Rijkswaterstaat twee strategische modellen: het Landelijk Model Systeem (LMS) en het Nederlands Regionaal Model (NRM). Deze modellen kijken naar verschillende soorten vervoer, zoals auto’s, openbaar vervoer, fietsen en wandelen.

Het LMS kijkt naar heel Nederland en is dus geschikt voor landelijke analyses en wegvakken tussen knooppunten. Het NRM kent een hoger detailniveau voor een specifiek landsdeel. Daarmee is het mogelijk om prognoses te maken op het niveau van wegvakken tussen twee aansluitingen op de belangrijkste wegen in Nederland. Er zijn vier regionale modellen van het NRM in gebruik: NRM-Noord, NRM-Oost, NRM-Zuid, NRM-West.

Het LMS en NRM helpen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om goed onderbouwde beslissingen te nemen over beleid, investeringen en maatregelen voor veilige, bereikbare en duurzame mobiliteit in de toekomst.

Nederland heeft een van de zwaarst belaste wegen- en spoornetwerken ter wereld. Over duizenden kilometers spoor en rijksweg rijden dagelijks miljoenen voertuigen. Hoe zorgen we ervoor dat dit verkeer goed blijft doorstromen? Hoe weten we bijvoorbeeld waar knelpunten op de snelweg ontstaan? En hoe weten we waar snelwegen aangelegd, verbreed of onderhouden moeten worden? Daarvoor gebruikt Rijkswaterstaat verkeerscijfers uit 2 verkeers- en vervoersmodellen: het Landelijk Model Systeem Verkeer en Vervoer en het Nederlands Regionaal Model. Met deze modellen schatten we in hoe het verkeer er in de toekomst uitziet. We kijken wel 15 tot 30 jaar vooruit! Dat is belangrijk, omdat het verkeer en gebruik van het openbaar vervoer constant groeien en veranderen. In de prognoses van verkeers- en vervoersmodellen wordt daarom rekening gehouden met ontwikkelingen in de bevolking, economie en werkgelegenheid. Maar ook met ontwikkelingen van het inkomen, energieprijzen en van technologie. Als er bijvoorbeeld meer woonwijken of bedrijventerreinen op een bepaalde locatie komen, gaat het verkeer in de regio zich anders verdelen. Over andere bestemmingen, vervoersmiddelen, tijdstippen en routes. De verkeerscijfers geven een geschat toekomstbeeld van het woon-werkverkeer, verkeer naar school of winkels en verschillende vervoerswijzen. Op basis van de uitkomsten van deze modelberekeningen weten we hoeveel voertuigen er op de weg rijden, welke wegen ze gebruiken, hoe druk het is in het openbaar vervoer, hoe lang de reistijd is en waar files ontstaan. Kortom: met de verkeers- en vervoersmodellen ondersteunt Rijkswaterstaat het ministerie bij de besluitvorming over aan welke wegen en spoorverbindingen we de komende jaren gaan werken. Zo houden we Nederland veilig, leefbaar en bereikbaar. Meer weten? Kijk op rijkswaterstaat.nl/verkeersenvervoersmodellen.

Besluitvorming van infrastructuur

Waar de infrastructuur mogelijk een aanpassing nodig heeft, bedenken we van tevoren. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maakt om de paar jaar berekeningen over wat aan extra ruimte van infrastructuur nodig is op het hoofdwegennet, hoofdspoornet en hoofd vaarwegennet.

Dit is te zien in de Integrale Mobiliteits Analyse, afgekort IMA. Deze berekeningen komen onder andere tot stand door het gebruik van het strategische verkeers- en vervoermodel LMS. om het toekomstig te verwachten gebruik van het wegennet in beeld te brengen In combinatie met de politieke keuzes ten aanzien van prioriteit van infrastructurele ingrepen helpen de resultaten van de IMA de besluitvorming van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Dat betekent: waar liggen de toekomstige opgaves met betrekking tot de Nederlandse infrastructuur. De verschillende programma’s en projecten als resultaat van deze besluitvorming zijn terug te vinden in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport Overzicht (MIRT).

Toepassingsmogelijkheden verkeers- en vervoermodellen

De modellen kennen veel toepassingsmogelijkheden. Naast het gebruik voor de landelijke verkenning IMA, zetten we de modellen ook in om de gevolgen van infrastructurele aanpassingen te analyseren. Denk aan nieuwe wegen, aanpassingen van de maximumsnelheid, afsluitingen of wegverbredingen. Ook voor andere beleidsmaatregelen, zoals belastingwijzigingen of veranderingen in de ruimtelijke ordening (waar mensen wonen, werken en recreëren), bieden de modellen waardevolle inzichten.

Om te bepalen of nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande wegen verantwoord mogelijk is en bijdraagt aan de doelstellingen van het Ministerie van IenW, moeten we weten hoeveel auto’s en vrachtwagens er in de toekomst zullen rijden en waar. Met onze prognoses kunnen we de effecten van verschillende beleidskeuzes vergelijken, bijvoorbeeld op verkeersdrukte, reistijden, geluidsoverlast, luchtvervuiling en de gevolgen voor de natuur.

Daarnaast dienen deze prognoses als invoer voor maatschappelijke kosten-batenanalyses (een methode om de totale maatschappelijke kosten en baten van een beleidsvoorstel of project in beeld te brengen) en milieueffectrapportages waarin de milieubelastende effecten van het beleidsvoorstel of project geïdentificeerd worden.

Het LMS en het NRM laten de effecten zien van beleid. Bijvoorbeeld een rijstrook erbij, wat betekent dat dan voor een file? Lost de file dan op of juist niet? Komt er extra verkeer bij door de verbreding? Hiermee kan onder meer bepaald worden wat dat betekent voor de luchtkwaliteit of de hoeveelheid geluid.

De basisgegevens

De basisgegevens van de modellen hebben betrekking op de huidige situatie of het recente verleden. Het zijn dus feitelijkheden of waarnemingen waarvan we precies weten hoe het zit (omdat het al heeft plaatsgevonden of bestaat). Hiervoor put Rijkswaterstaat onder andere uit een groot onderzoek onder Nederlanders (ODiN).

In dit onderzoek staat het verplaatsingsgedrag van de Nederlander centraal. Bijvoorbeeld over hoe de Nederlander zich verplaatst, met welke vervoerwijzen en waarom hij/zij deze verplaatsing maakt (werk/zakelijk/kinderen naar school brengen, et cetera.)

Het door het CBS uitgevoerde ODiN-onderzoek vindt jaarlijks plaats in opdracht van Rijkswaterstaat. Overige belangrijke basisgegevens die gebruikt worden voor met name het NRM, hebben betrekking op sociaal-economische aspecten, zoals waar mensen van welke leeftijdsklasses wonen, welke type banen zich waar bevinden, et cetera.

Ook omvat het informatie over het wegennet voor wegverkeer, openbaar vervoer (trein, metro, tram en bus), fietsen en lopen. Maar ook tellingen van wegverkeer en kosten voor het maken van reizen.

Elke vier jaar is er een actualisatie van de basisgegevens van de modellen. Zo is de modelleninvoer weer helemaal van de nieuwste informatie voorzien en vormt het een solide basis die het mogelijk maakt om de actuele mobiliteit te beschrijven (en verklaren) en van daar uit prognoses te maken op basis van toekomstige verwachtingen over veranderingen ten opzichte van de basisgegevens.

De toekomstjaren/zichtjaren van de prognoses

Om goede prognoses te maken, kijken we naar verschillende mogelijke situaties in de toekomst. We voegen gegevens toe over hoe Nederland er dan uit zou kunnen zien. Dit doen we naast de gegevens van het huidige wegennet, het verkeer nu, en waar bedrijven en woningen staan. We nemen ook plannen mee voor wegen die nu nog niet zijn gebouwd, maar die in de toekomst wél af zijn.

Het model berekent daarna de vervoerstromen in de toekomst. Dit gebeurt met verschillende scenario’s voor de economische, demografische en ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt op dit moment gebruik gemaakt van de WLO 2025.

De prognoses doen uitspraken over: hoe vaak reizen we, met welke vervoerwijze, op welke tijdstippen en via welke routes. Het resultaat gaat vooral over de drukte op wegen voor verschillende toekomstjaren, maar ook over de hoeveelheid spoorvervoer.

Kwaliteit van het LMS en NRM

Wij zijn de eigenaar en beheerder van het LMS en NRM. We zijn daarmee ook verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan. De kwaliteit houden we op ieder moment in orde door:

  • Actualisaties: de verkeersmodellen gebruiken invoerdata die aan verandering onderhevig zijn. Er worden nieuwe besluiten genomen over infrastructuur en/of ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast hanteren we nieuw beleid of nemen soms vernieuwde versies van de modelsoftware in gebruik. Elke twee jaar actualiseren we daarom de uitgangspunten voor bijvoorbeeld het wegennet of de verwachte brandstofkosten voor de toekomst en maken daarmee nieuwe referentieprognoses die de basis vormen voor milieumaatregelen (zie eerder) en de afweging van beleidsvarianten van voorgenomen beleid of ingrepen in de infrastructuur. Op die manier worden alle projecten van IenW op dezelfde manier afgewogen. Deze nieuwe referentieprognoses toetsentesten we uitgebreid op plausibiliteit om te kijken of ze logisch en realistisch zijn, gegeven de uitgangspunten die aan de prognoses ten grondslag liggen. Een keer per vier jaar is er een actualisatie van de basisgegevens en is er een controle op een groot aantal kwaliteitscriteria.
  • Met deze actualisaties sluiten de verkeersprognoses weer zo goed mogelijk aan op de nieuwste inzichten. Ook vormen ze zo een robuuste basis voor besluitvorming en mogelijke procedures bij de Raad van State waarbij belanghebbenden of belangenorganisaties protest aantekenen tegen (voorgenomen) besluiten van de minister.
  • Geregeld worden de modellen onderworpen aan een onafhankelijke review, voor het laatst in 2022. Hierbij wordt onder andere gekeken in welke mate de modellen geschikt zijn om voldoende gedetailleerde, redelijke en nauwkeurige antwoorden te kunnen maken op een breed scala aan beleidsvragen (fit for purpose). Maar ook in welke mate de modellen aansluiten op hedendaagse (internationale) wetenschappelijke inzichten en ervaringen met verkeers- en vervoermodellen (state of the art en state of the practice), bijvoorbeeld of de zogenaamde elasticiteiten die aanduiden wat de gevoeligheid van het model is ten aanzien van ander reisgedrag ten gevolge van veranderingen in reistijd of reiskosten.

Meer informatie over verkeers- en vervoermodellen

Meer informatie over hoe het LMS en NRM werken kunt u vinden in de folder Landelijk Model Systeem (LMS). U kunt ook contact opnemen met het Steunpunt Verkeersprognose via het contactformulier Steunpunt verkeersprognoses.