Verkeers- en vervoerprognoses maken
De actuele verkeers- en vervoerprognoses maken we samen met onze partners. Dat zijn bijvoorbeeld provincies, gemeenten en ingenieursbureaus. Door veel informatie te verzamelen, kunnen we inschatten hoe het verkeer er in de toekomst uitziet als we nieuw beleid toepassen.
LMS en NRM
Bij de berekeningen voor het opstellen van de prognoses voor het personenvervoer maken we onder meer gebruik van de volgende twee strategische modellen:
- LMS – Landelijk Model Systeem, voor prognoses op landelijk niveau
- NRM – Nederlands Regionaal Model, voor prognoses op regionaal niveau
Het LMS gebruiken we voor landelijke berekeningen. Voor meer gedetailleerde regionale berekeningen gebruiken we het NRM. Samen met onze partners controleren we de verzamelde informatie, de modeltoepassing en de prognoseresultaten. Zo bewaken we de kwaliteit van de prognoses.
We maken de prognoses met behulp van het LMS en het NRM
Input voor de modellen
Om in te schatten hoe het verkeer en vervoer er in de toekomst uitzien, hebben de modellen veel informatie nodig. We moeten namelijk rekening houden met verschillende ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op het verkeer. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat we informatie hebben over bevolkingsgroei, economie, werkgelegenheid, inkomen, energieprijzen en technologie.
Deze gegevens leveren het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan. Het CBS levert actuele informatie aan over de huidige situatie in Nederland welke in de modellen wordt gebruikt als basisgegevens.
Het CPB en PBL geven informatie over de toekomstige verwachtingen voor de zichtjaren van de prognoses. Verandering van de samenstelling of groei van de bevolking heeft bijvoorbeeld een grote impact op de drukte op de weg of het spoor.
Het CBS, CPB en PBL zijn waardevolle informatiebronnen voor de modellen
Scenario’s
De modellen houden rekening met verschillende situaties in de toekomst. Dit noemen we scenario’s. Het PBL en het CPB schetsen bijvoorbeeld scenario’s over WLO. Deze WLO-scenario's gaan over bevolkingsgroei en economische groei. In het ene scenario vinden grotere ontwikkelingen plaats dan in het andere scenario. We onderscheiden twee soorten scenario's:
- scenario Laag Vertraagd: een bevolkingsgroei en economische groei van ongeveer 0,5% per jaar
- scenario Hoog Snel: een bevolkingsgroei en economische groei van ongeveer 2% per jaar
De modellen houden bovenop de WLO-scenario's ook rekening met beleidsscenario’s. Dit zijn de situaties die in de toekomst kunnen ontstaan door het gekozen beleid. Een beslissing over de prijs van het openbaar vervoer kan bijvoorbeeld invloed hebben op het verkeer in de toekomst. Ook plannen en projecten rondom de aanleg of verbreding van infrastructuur nemen we mee. Deze informatie halen we uit het MIRT.
Op de website MIRToverzicht vindt u meer informatie over het MIRT. Het MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport en omvat alle rijksprojecten uit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De modellen vergelijken scenario’s over bijvoorbeeld welvaart, leefomgeving en beleid in Nederland
Output
Uiteindelijk geven de modellen een inschatting van hoe het verkeer er in de toekomst uitziet onder verschillende scenario’s gegeven de veronderstelde ontwikkelingen en uitgangspunten. We krijgen bijvoorbeeld inzicht in:
- Hoeveel verkeer er over wegen rijdt
- Welke routes en vervoerswijzen mensen gebruiken
- Waar vertragingen en files ontstaan
- Welke effecten dit heeft op infrastructuur, bereikbaarheid en milieu
Daarnaast kunnen we met de modellen 'wat als'-vergelijkingen doen: wat gebeurt er als we een weg verbreden of een nieuw beleid invoeren? De prognoses kijken vaak 15 tot 30 jaar vooruit.
Meer informatie over strategische verkeers- en vervoermodellen
Op de pagina LMS en NRM vindt u meer informatie over deze strategische verkeers- en vervoermodellen. Heeft u vragen? Dan kunt u ook contact opnemen via het contactformulier.