Regenboogroute A12

Regenboogroute A12

Routeontwerp A12 vindt zijn oorsprong in de snelweg A12. Als groot project in de Architectuurnota 2001-2004 leidde het project Routeontwerp A12 tot een integrale idee: voor de weg en voor de omgeving. De presentatie van het idee, de Regenboogroute, was in maart 2005.

Dit idee ontleent zijn naam aan de conclusie dat de snelweg A12 allerlei landschapstypen doorsnijdt: bos, stad en weidegebieden. Maar ook de zogenoemde mozaïekgebieden (agrarische gebieden in verandering). Het idee geeft als het document Koers voor het Routeontwerp aan hoe het routeontwerp verder gestalte moet krijgen.

Achtergrond

Een belangrijke reden om met een routeontwerp voor de snelweg A12 te beginnen, was het rommelige, onrustige en chaotische aangezicht van de weg. Dit beeld is ontstaan tijdens de aanleg van de A12 (van 1930 tot 1967). De opvattingen over het wegontwerp veranderden namelijk regelmatig. Als een stuk in aanleg was, was er een aanpassing of verbetering van uitgevoerde passage ergens anders. Dit heeft onder meer geleid tot de grote verschillen in geluidsschermen en kunstwerken.

Later zorgde de oprukkende verstedelijking, bedrijventerreinen en recreatiegebieden ervoor, dat de landschappelijke afwisseling langs de A12 minder werd. Gebieden slibben dicht, de tegenstellingen verdwijnen en de herkenbaarheid per landschap daalt.

Als laatste bleek dat er vaak te weinig afstemming is tussen de partijen die betrokken zijn bij de planning, de inrichting en het beheer van de snelweg en de omgeving. De bevoegdheid van Rijkswaterstaat stopt namelijk bij de bermsloot. Daar staat tegenover dat de invloed van de snelweg tot ver in de omgeving reikt. De overtuiging bij de start van het Routeontwerp A12 was dat als partijen de krachten bundelen en effectief samenwerken. Maar ook het tegengaan van de verrommeling van weg en omgeving hoort daarbij.

De achterliggende redenen voor de start van de het Routeontwerp A12, zijn nu de 3 belangrijkste doelstellingen van het routeontwerp. Dat zijn:

  • samenhang en continuïteit in wegarchitectuur, in combinatie met het karakter van de omgeving
  • behoud van identiteit en afwisseling van landschappen
  • effectieve samenwerking tussen partijen, op het vlak van wegontwerp en gebiedsontwikkeling.

Visie

Het idee 'Regenboogroute' onderscheidt zich op basis van gebiedstypen (bos, stad, weide, mozaïek) en een aantal los van elkaar te herkennen regio`s, waar de A12 doorheen gaat: De Liemers, IJsseldal, Arnhem, Veluwe, Gelderse Vallei, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijn, Utrecht, Veenweidegebied, Droogmakerijen en Den Haag.

Voor ieder gebied is de belangrijkste ruimtelijke opgave te benoemen: van behoud (bos) tot transformatie (mozaïek), van intensivering (stad) tot extensivering (weide).

Voor ieder gebied doet de visie aanbevelingen voor het ontwerp van de weg en van de specifieke omgeving.

Weg

Voor het ontwerp en de inrichting van de weg zelf, biedt het idee bouwstenen voor de volgende onderdelen:

  • wegmeubilair
  • verlichting
  • geluidsschermen
  • veiligheidsschermen
  • viaducten/ecoducten
  • onderdoorgangen
  • bruggen/aquaducten
  • knooppunten
  • cultuurhistorische elementen
  • middenbermen en zijbermen
  • aansluitingen
  • verzorgingsplaatsen.

Gebied

Voor het ontwerp en de inrichting van de weg zelf, biedt de visie bouwstenen voor de volgende onderdelen:

  • overgang gebieden
  • barrièrewerking opheffen
  • relatie hoofdwegennet en secundaire wegen
  • bebouwing
  • panorama’s
  • waterlinies
  • Nationale Landschappen
  • ecologische hoofdstructuur.

Een voorbeeld is het definiëren en zichtbaar maken van panorama`s; in de stad is dat de skyline, in het weidegebied de openheid, met hier en daar een kerktoren. In het bos de opgaande beplanting met soms een doorkijk.

En voor bebouwing: in de stad vormt bebouwing een stedelijk front, maar in de weidevelden staat de bebouwing op gepaste afstand van de weg. In het bos zijn gebouwen beperkt zichtbaar en in de mozaïekgebieden liggen de panden bij voorkeur haaks op de weg.

Documenten