De emissieloze bouwplaats: ‘Toon lef en zorg dat je meedoet!’

Nieuwsbericht

De emissieloze bouwplaats: ‘Toon lef en zorg dat je meedoet!’

Gepubliceerd op: 29 maart 2021 - Laatste update: 13 september 2021, 13:10

De belangrijkste oplossing voor een bouwplaats zonder schadelijke uitstoot is duidelijk: gebruik elektrisch materieel. Met het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek, een van de transitiepaden uit de strategie op weg naar klimaatneutrale en circulaire infraprojecten, daagt Rijkswaterstaat de markt uit om de nodige stappen te zetten.

Vanaf 2030 stoten mobiele werktuigen en transportmiddelen op de bouwplaats van Rijkswaterstaat-projecten geen schadelijke stoffen meer uit. Nul CO2, stikstofoxiden (NOx) en fijnstof dus. Dat is het doel van het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek. ‘Dit betekent overgaan op niet-fossiele brandstoffen, oftewel elektrificeren’, benadrukt Dik de Weger, programmamanager van het transitiepad. ‘Wij doen dat voor de grond-, weg- en waterbouw, maar diezelfde transitie is over de hele linie nodig. Daarom moeten we nu eerst bewustzijn creëren, kennis ontwikkelen en het draagvlak vergroten. Daarvoor zoeken we samenwerking met marktpartijen en medeoverheden.

Elektrische graafmachine

Rijkswaterstaat heeft zelf nog geen volledig emissieloze projecten, maar er worden wel belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld bij de A16 Rotterdam. Bouwcombinatie De Groene Boog zet bij dit project hoog in op duurzaamheid, onder meer met een elektrische graafmachine. ‘De afgelopen jaren waren er eigenlijk alleen kleinere elektrische machines beschikbaar; nu is de tijd rijp om ook de zware machines te elektrificeren’, legt MVO-manager Sjoerd Gijezen uit.

De accu’s van de machines zouden een werkdag mee moeten kunnen, maar dit moet zich in de praktijk nog bewijzen. ‘De oplaadinfrastructuur is hoe dan ook een uitdaging. Wij hebben het voordeel dat we vrij vroeg in het project een zware aansluiting op het stroomnet konden realiseren, maar dat lukt niet zomaar overal.

Zoek nieuwe partijen

Om de beschikbaarheid van elektrisch materieel te vergroten, moet de productiecapaciteit toenemen. De Weger: ‘De gevestigde OEM-fabrikanten, waarbij OEM staat voor Original Equipment Manufacturer, hebben tijd nodig om nieuwe productielijnen voor elektrisch materieel te ontwikkelen, omdat ze daarvoor eerst verschillende pilots doorlopen.'

'Om voldoende tempo te maken op de korte termijn is het mooi als nieuwe partijen in dat gat springen. Bijvoorbeeld Urban Mobility Systems (UMS) uit Oss dat mobiele werktuigen van elektrische aandrijving voorziet.’ CEO Lars Kool vertelt dat UMS een white label is. ‘We hebben een standaard accupakket ontwikkeld: een ISO-gecertificeerde stalen box met dezelfde afmetingen als een europallet. Zo kunnen we batterijen bouwen voor voertuigen van verschillende fabrikanten. We zijn geen concurrent en onze naam hoeft niet op de machines. We leveren alleen de aandrijving.

Rijkswaterstaat faciliteert

De voorbeelden van UMS en De Groene Boog laten zien dat de sector bruist van de ideeën. Rijkswaterstaat brengt al die ontwikkelingen via het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek bij elkaar. De Weger: ‘Uiteindelijk is het aan de aannemers om te kiezen hoe ze emissieloze machines en energievoorziening regelen. Wij denken graag mee en helpen met het voorwerk en het beschikbaar maken van de juiste randvoorwaarden. Bijvoorbeeld door na te gaan of het mogelijk is vooraf vergunningen te regelen. Of door afspraken te maken met netbeheerders.'

We helpen ook door te communiceren dat er overheidsbudget voor stikstofbeleid beschikbaar komt voor onze sector. En door het gesprek aan te gaan met investeerders om hen bijvoorbeeld te bewegen om met leaseconstructies voor het dure elektrische materieel te komen.

Toon lef!

Belangrijk is ook dat we in afstemming met medeoverheden een goede inkoopstrategie ontwikkelen’, vervolgt De Weger. ‘We volgen de ontwikkelingen op de voet, zodat we weten wat technisch haalbaar is en welk materieel beschikbaar is. In aanbestedingen kunnen we daardoor stevige, maar haalbare eisen stellen en de markt niet frustreren. Door duurzaamheid een belangrijke plek te geven in de gunningscriteria prikkelen we de markt verder om de benodigde ontwikkelingen in gang te zetten. We dagen alle partijen uit om zelf initiatief te tonen. Investeren in emissieloos bouwen is zeker de moeite waard. Mijn oproep is dan ook: toon lef en zorg dat je meedoet!

Een uitgebreide versie van dit artikel lees je in het nieuwste magazine Rijkswaterstaat Zakelijk & Innovatie.