Inhaalverbod voor vrachtverkeer

Om knelpunten op het gebied van doorstroming en verkeersveiligheid te helpen voorkomen geldt op een groot deel van het Nederlandse autosnelwegennet een inhaalverbod voor vrachtverkeer. In overleg met belangenorganisaties onderzoekt Rijkswaterstaat iedere vijf jaar of het inhaalverbod geactualiseerd moet worden.

Tussen 2014 en 2016 is voor het eerst een actualisatie uitgevoerd van de trajecten waar een inhaalverbod voor vrachtverkeer moet gelden, op basis van nieuw opgestelde criteria. Uit deze analyse kwam naar voren dat op 850 km aan trajecten een vorm van deze maatregel moest worden toegepast. 

In 2019 vond de tweede actualisatieronde plaats; hierbij bleek dat op 950 km aan trajecten een inhaalverbod voor vrachtverkeer moest gelden. In theorie zou in 2024 een nieuwe actualisatieronde hebben plaatsgevonden, maar door organisatorische en capaciteitsredenen is deze ronde niet uitgevoerd.

Inhaalverbod voor vrachtverkeer

Herijking

In 2010 voerden we een verkenning uit naar het actualiseren van het inhaalverbod voor vrachtverkeer. De aanleiding was de jaarlijkse toename van vrachtverkeer, de vorming van colonnes van vrachtwagens en de realisatie van onder meer spits- en plusstroken (verruiming van capaciteit). In 2014 maakten we afspraken om ongeveer eens per vijf jaar te bekijken of een nieuwe actualisatie nodig is. 

Actualisatie van het inhaalverbod kan nodig zijn als:

  • de autosnelweg wordt verbreed naar meer dan twee stroken per rijbaan. In die situaties vervalt het inhaalverbod voor vrachtverkeer.
  • er veranderingen zijn in de totale verkeersintensiteit en de intensiteit van vrachtverkeer. Een inhaalverbod is alleen effectief in een bepaald venster van verkeersintensiteiten.
    Beneden een bepaalde verkeersintensiteit is een inhaalverbod voor vrachtverkeer niet nodig en dus alleen hinderlijk. Boven een bepaalde intensiteit van vrachtauto’s kan door een inhaalverbod voor vrachtverkeer colonnevorming op de rechterstrook ontstaan die onveiligheid kan opleveren.

Zonder herijking ontstaat door verandering in intensiteiten een situatie waarbij inhaalverboden niet meer voldoen aan de daarvoor geldende criteria.