Belemmeringenwet Privaatrecht

Belemmeringenwet Privaatrecht

De Belemmeringenwet Privaatrecht biedt ondernemers van openbare werken een wettelijk instrument dat de aanleg, instandhouding of wijziging van die openbare werken op andermans onroerende zaken mogelijk maakt.

Dit instrument komt van pas als er geen overeenstemming wordt bereikt over het medegebruik van de onroerende zaken.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd tot het opleggen van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Het proces dat leidt tot het gedoogbesluit wordt de gedoogplichtprocedure genoemd.

Gedoogplicht

De gedoogplicht houdt in dat een eigenaar (of andere rechthebbende) van een stuk grond moet toestaan dat bijvoorbeeld een energiebedrijf een hoogspanningsmast of een hoogspanningsleiding in, op of boven die grond aanbrengt. Wanneer het energiebedrijf in dit voorbeeld geen overeenstemming kan bereiken met de grondeigenaar of andere rechthebbenden, dan kan het energiebedrijf een verzoek indienen om de gedoogplicht op te leggen.

Procedures als voortraject

De gedoogplicht kan alleen worden opgelegd als het belang van dat werk van algemeen nut is. Dat wil zeggen dat er sprake moet zijn van een erkend openbaar belang. Is dat niet het geval, dan dient er, voordat een gedoogplicht kan worden aangevraagd, eerst in een koninklijk besluit een Erkenning openbaar belang en/of een Concessie te worden verleend.

Uitvoering

De gedoogplichtprocedure, maar ook de voordracht van het erkenningsbesluit voert Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht uit namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Concessieverlening wordt uitgevoerd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Aanvraag en verzoek indienen

Wilt u een aanvraag tot het bevorderen van het erkenningsbesluit indienen? Of een verzoek om toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht? Dan kunt u contact opnemen met de Landelijke Informatielijn van Rijkswaterstaat via nummer 0800-8002. Voor vragen kunt u gebruik maken van het contactformulier.

Omgevingswet: Belemmeringenwet Privaatrecht gaat verdwijnen

Zodra de Omgevingswet in werking treedt komt de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) te vervallen. De Omgevingswet kent een andere, meer op de Algemene wet bestuursrecht toegesneden, procedure dan de BP. Verzoeken om oplegging van de gedoogplicht kunnen via het overgangsrecht nog volgens de regels van de BP worden afgehandeld, als vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet kennis is gegeven van de terinzagelegging in overeenstemming met artikel 2, tweede lid BP.

Een verzoeker tot oplegging van de gedoogplicht, bijvoorbeeld een beheerder van een elektriciteitsnet, die wenst dat zijn verzoek nog volgens de regels van de BP wordt afgehandeld doet er daarom goed aan het definitieve gedoogverzoek uiterlijk 4 maanden vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet te hebben ingediend. Alleen dan kan verwacht worden dat er nog voldoende tijd is om het verzoek volgens de regels van de BP te kunnen uitvoeren.

Rechtsbescherming

De Belemmeringenwet Privaatrecht biedt een uitgebreide rechtsbescherming. Bent u eigenaar of een andere rechthebbende (bijvoorbeeld huurder of pachter), en bent u het er niet mee eens dat aan u de gedoogplicht wordt opgelegd, dan kunt u zich daartegen op een aantal manieren verweren. Hoe u dat kunt doen staat in de brief die u daarover zult ontvangen, alsmede in de gedoogbeschikking.