Nieuwsbericht

Rijkswaterstaat 225: doorgaan in de voetsporen van Christiaan Brunings

Gepubliceerd op: 29 januari 2024 - Laatste update: 1 februari 2024, 16:27

Bij Rijkswaterstaat meten we wat af. Daarmee begon het Bureau voor den Waterstaat in 1798 en dat doen we 225 jaar later nog steeds. Ook na ons jubileumjaar blijkt de visie van Rijkswaterstaatgrondlegger Christiaan Brunings nog altijd springlevend.

Meetexperts Jan-Willem Mol en Timo de Ruijsscher beamen dat: meten is weten. En theoretische wetenschap met praktijkkennis combineren, is en blijft nog net zo belangrijk als 225 jaar geleden.

Mol houdt zich onder andere bezig met varend meten vanaf een schip, maar ook lopend en soms zelfs vliegend, of via tijdelijke boeien. Denk aan waterstanden, waterdiepte, afvoer, stroming en zoutindringing. De Ruijsscher weet alles van de vaste meetinstallaties, zoals onder andere waterstandsmeetpunten en stroomsnelheidsmeetpunten. Bijvoorbeeld bij Lobith en Sint-Pieter (Maastricht).

Wat we met alle meetinformatie doen? Mol lacht: ‘Héél veel. In een notendop gebruiken we de informatie om Nederland veilig, leefbaar en bereikbaar te houden. Net als Brunings.’

Tegen de stroom in

Wie was Christiaan Brunings? Aan het einde van de 18e eeuw had Nederland te maken met grote problemen in de rivieren en aan de kust. Om dit op te lossen riep men de hulp in van vooruitstrevende waterbouwkundigen als Christiaan Brunings, die in belangrijke mate bijdroeg aan het waterbeheersplan dat werd vastgesteld.

Wat Brunings bijzonder maakte was dat hij afweek van de heersende werkwijze, die in die tijd vooral op theorie gebaseerd was. Brunings combineerde zijn praktische kennis over de werking van rivieren, die hij in zijn werk bij het Hoogheemraadschap van Rijnland opdeed, met theoretische kennis.

Brunings had zelf geen universitair diploma, maar verkeerde door zijn huwelijk in hoogopgeleide kringen, waardoor hij ook theoretische kennis vergaarde. Gevoed door beide ontwierp hij een mobiel meetinstrument. Hiermee kon hij de waterstroming en de afvoer daadwerkelijk meten, onder verschillende omstandigheden. Revolutionair voor die tijd!

Het motto ‘meten is weten’ was geboren. Mol: ‘Christiaan Brunings ging echt tegen de stroom in met de stelling dat je rivieren pas écht kan leren begrijpen als je er regelmatig bent. Niet alleen berekenen op basis van theoretische modellen. Dat zeggen wij nog steeds: kom achter je bureau vandaan en ga meten!’

Een essentiële combinatie

Mol en De Ruijsscher beschikken beiden over een fikse dosis praktijk- en theoriekennis. Mol: ‘Ik ben universitair opgeleid, maar ik heb veruit het meeste in het veld geleerd.’

De Ruijsscher bevestigt dat: ‘Tijdens mijn promotieonderzoek deed ik ontzettend veel metingen. Pas als je snapt hoe de meetinstrumenten werken, kan je je theoretische kennis écht goed toepassen. Met alleen theoretische kennis kom je er niet.’ Mol knikt instemmend: ‘Juist de combinatie is essentieel.’

Meten als Brunings

Een moderne versie van Brunings meetinstrument wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt. Mol: ‘Onze werkwijze is veel efficiënter. Waar hij maanden over deed, doen wij in 1 week.’ De Ruijsscher lacht: ‘Da’s geen kritiek natuurlijk. Zijn middelen waren veel beperkter. Wij verzamelen nu ook veel meer gegevens dan toen. Waardoor we de meetdata minder hoeven te extrapoleren (schattingen maken op basis van meetdata). Daardoor zijn onze resultaten veel nauwkeuriger.’

Mol: ‘Het is echt knap hoeveel Brunings voor elkaar kreeg met de beperkte middelen die hij had. De rivieren zijn in 225 jaar tijd enorm veranderd. Er zijn stuwen geplaatst, de Deltawerken hebben ook invloed. Destijds was vooral hoogwater een probleem. Nu hebben we ook te maken met droogte. Daardoor is er nu ook behoefte aan andere informatie.

Er zijn meetlocaties bijgekomen, maar we meten ook nog steeds op dezelfde locaties als Brunings. Daar is nog steeds de informatie te halen die we nodig hebben. Dat wist Brunings destijds ook. Daaruit blijkt maar weer dat hij echt wist waar hij mee bezig was.’

Kennis delen

Een ander belangrijk standpunt van Brunings: om het water de baas te blijven is samenwerken essentieel. 2 weten meer dan 1. En ook dat uitgangspunt zit nog steeds diep geworteld in het Rijkswaterstaat van nu. Mol: ‘Samenwerken is ook echt onze kracht. Het maakt onze data sterker.’

Vanouds vooruitstrevend

Het gedachtegoed van onze grondlegger is na 225 jaar dus nog springlevend. Maar hoe ziet het meten van de toekomst eruit? Herkent Brunings ons dan nog terug? Mol: ‘Brunings was een vooruitstrevend figuur. Hij wilde alles zo goed en exact mogelijk weten. Dus ik denk dat hij wel open zou staan voor nieuwe technieken die nu getest worden.’

Voorbeelden van nieuwe ontwikkelingen zijn meten met hulp van artificial intelligence (AI). Mol: ‘Ik denk dat Brunings veel kritische vragen zou hebben, maar die hebben wij ook. Maar als een nieuwe techniek kansen lijkt te bieden, dan geven we het ook een kans.’

De Ruijsscher: ‘We houden alle ontwikkelingen in de gaten. En ook hier staat kennisdelen hoog in het vaandel. Ook internationaal. Brunings uitgangspunt blijft gelden: we moeten weten hóe het werkt en we moeten op onze metingen kunnen vertrouwen, want de belangen zijn groot. Dat was bij Brunings zo, en dat is nog steeds zo.’