Interview

Een extra zoutmeetpunt in het Binnenspuikanaal

Gepubliceerd op: 2 februari 2024 - Laatste update: 8 februari 2024, 16:24

Eind 2024 brengt Zoutdam IJmuiden zoutwater terug naar zee. Om vast te stellen dat de zoutdam genoeg zout afvoert, installeert Rijkswaterstaat een extra zoutmeetpunt in het Binnenspuikanaal. Arjen Kikkert is adviseur waterbeheer bij Rijkswaterstaat en houdt zich bezig met waterkwantiteit en verzilting.

Zoutdam IJmuiden heeft daar natuurlijk alles mee te maken. Vanuit zijn rol is Kikkert betrokken bij de ontwikkeling van het extra zoutmeetpunt. Kikkert praat ons bij over het hoe, wat en waarom van het zoutmeetpunt.

Een extra zoutmeetpunt

Een zoutmeetpunt is een fysiek meetpunt waar, zoals de naam al zegt, zout gemeten wordt. Kikkert: ‘In het Noordzeekanaal zijn 11 vaste zoutmeetpunten. Via deze meetpunten stellen we vast of het zoutgehalte in het Noordzeekanaal toeneemt, gelijk blijft of afneemt.’ Dit is belangrijk omdat het zout binnen bepaalde grenzen moet blijven vanwege de natuur, land- en tuinbouw en ons drinkwater.

Kikkert: ‘Zodra Zoutdam IJmuiden gereed is, willen we de balans bewaken tussen de hoeveelheid zout die binnenkomt bij het schutten via de sluizen in het sluizencomplex en de hoeveelheid zout die we afvoeren via de zoutdam. Hiervoor bouwen we een extra zoutmeetpunt halverwege het Binnenspuikanaal, tussen Zoutdam IJmuiden en het Spui- en Gemaalcomplex.’

Terug in de tijd

Het idee achter het extra zoutmeetpunt vindt zijn oorsprong in de plannen voor de bouw van Zeesluis IJmuiden.

Kikkert vertelt hierover: ‘Voorafgaand aan de bouw werd een milieueffectrapportage opgesteld om de impact van de zeesluis op het watersysteem te beoordelen. Het rapport stelde dat Zeesluis IJmuiden mocht worden gebouwd, onder de voorwaarde dat het zoutgehalte in het Noordzeekanaal niet zou toenemen. Zoutdam IJmuiden werd bedacht als middel om meer zoutwater af te voeren.’

Maar hoe stellen we dat vast? Via een extra zoutmeetpunt kunnen we het zoutgehalte meten, nadat het water de zoutdam is gepasseerd. Zo weten we of Zoutdam IJmuiden echt doet wat hij moet doen.

Wat meten we precies?

Het zoutmeetpunt meet niet precies zout. Kikkert legt uit hoe dit natuurkundig werkt. ‘Zout zit in water opgelost en bestaat uit verschillende stoffen, onder andere uit calcium en magnesium, maar voornamelijk uit chloride. Chloride is continu in het water aanwezig en wordt, in tegendeel tot andere stoffen, niet opgenomen door micro-organismen zoals plankton.'

'Daarom meten we de chloride-concentratie van het zout. Dit doen we door de geleidbaarheid te meten, want zout geleidt elektriciteit. Hoe hoger het chloridegehalte, hoe hoger de geleidbaarheid’, aldus Kikkert.

Behalve de geleidbaarheid meet het zoutmeetpunt ook de temperatuur van het water en de druk. Kikkert: ‘Deze 3 gemeten factoren gebruiken we om met een vastgestelde formule van Unesco de uiteindelijke chlorideccentratie in het water te berekenen.’

Een colafles

Voor het extra zoutmeetpunt gebruiken we een relatief nieuwe techniek. Kikkert weet hoe het zoutmeetpunt er precies uitziet en werkt:

‘Het is een grote sensor die we kunnen vergelijken met een colafles. Hier steken 3 kokertjes uit die de druk, temperatuur en geleidbaarheid van het water meten. Omdat we op 3 verschillende dieptes meten, plaatsen we op het zoutmeetpunt 3 colaflessen. Iedere sensor is met een kabel verbonden aan een kast aan wal. Vanuit die kast loopt een pijp de grond in waarmee we de sensoren op de juiste diepte brengen. De kast stuurt de signalen van de sensoren door naar de plek waar ze worden verwerkt.’

‘Ook kan een sensor via de kast makkelijk naar boven worden gehaald om schoon te maken en te controleren of hij nog goed werkt en de juiste resultaten geeft.’

De effectiviteit van de zoutdam

Zodra Zoutdam IJmuiden en het extra zoutmeetpunt klaar zijn, kunnen we meten of de zoutdam daadwerkelijk doet wat de modelberekeningen en proeven van kennisinstituut Deltares aangaven. ‘Via het zoutmeetpunt kunnen we dit goed in de gaten houden en op tijd signaleren of we eventueel extra maatregelen moeten nemen’, sluit Kikkert af.