Gladheid

Gladheid

Met het oog op de veiligheid en doorstroming van het verkeer wil Rijkswaterstaat het ontstaan van gladheid door winterse omstandigheden zoveel mogelijk voorkomen. De gladheidbestrijding is daarom een belangrijke taak van Rijkswaterstaat, die ruim 3000 km weg in beheer heeft. Bij kans op gladheid strooien we preventief zout om deze snelwegen veilig te houden.

Het landelijk dekkend Gladheidmeldsysteem (GMS) waarschuwt automatisch wanneer er kans op gladheid ontstaat. Dit systeem meet met sensoren in de weg onder andere de temperatuur van het wegdek, luchtvochtigheid en het zoutgehalte op de weg.

Op basis van informatie uit het GMS en de weersverwachting besluiten we om wel of niet te gaan strooien. Tussen het moment dat er besloten is om te gaan strooien en het moment dat de wegen gestrooid zijn, ligt ongeveer 2 uur. Rijkswaterstaat werkt hierin samen met provincies en gemeenten.

Achter de schermen bij een adviseur gladheidbestrijding

Als het nog volop zomer is, zorgen we er al voor dat we klaar zijn voor een strenge winter. Op 56 plekken in Nederland liggen onze zoutvoorraden en staan de sneeuwploegen en strooiers te wachten tot het weer winter op de weg is. Adviseur gladheidbestrijding Jan Rients zorgt ervoor dat de veiligheid van de weggebruiker en de doorstroming op de weg geregeld is.

(Een parkeerplaats.) VERSLAGGEVER: Dag meneer. Weet u wat een adviseur gladheidsbestrijding doet? Nee. (LACHT) U wel? Iets met strooien of zo. Dat hij dat regelt. Die geeft advies aan weggebruikers. Wat te doen in het geval... bij ijzel, sneeuw... Als u wilt, kunt u vandaag een dagje mee om te kijken wat ze nou precies doen. Oké. Waarom niet? (Aldus een jonge vrouw. Een man en een vrouw staan bij een meetinstrument aan een snelweg. Beeldtitel: Achter de schermen bij Rijkswaterstaat. De adviseur gladheidsbestrijding. Een man spreekt een groep toe:) LEVENDIGE MUZIEK Goedemorgen. Welkom bij de training Coördinator Gladheidsbestrijding. Ik ben Jan Rients Slippens. Ik ben senior adviseur gladheidsbestrijding. JAN: Nou, welkom. Leuk dat je er bent om vandaag een dagje mee te lopen. We komen net uit een cursus voor de nieuwe gladheidscoördinatoren. Dat is een van de dingen die wij voorbereiden in de zomer. (Jan en de vrouw stappen in een lift.) We gaan nu op weg naar een van de 56 steunpunten van Rijkswaterstaat. Daar hebben we onze strooiers staan, de sneeuwploegen, voorraden zout. We gaan eens kijken wat we daar doen in de zomer. (Een witte auto van Rijkswaterstaat rijdt een grote loods in. Ze stappen uit.) DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER JAN: Het steunpunt. Je ziet hier een monteur, die is aan het werk. Dat doen we in de zomer, het onderhoud aan al onze strooiers en alle ploegen. VROUW: Oké. Maar wat houdt jouw functie nou precies in? JAN: Het hoofddoel van mijn functie is om ook in winterse omstandigheden de veiligheid en de doorstroming van de weggebruiker te garanderen. Dat doen we dan door middel van gladheidsbestrijding. Onder andere ben ik verantwoordelijk voor materiaalinkopen en 't onderhoud dat hier gebeurt met onderhoudsaannemers. De zoutinkoop, het opstellen van richtlijnen samenwerkingsverbanden met provincies en gemeentes die op onze steunpunten komen in de winter. Dus ja, van alles en nog wat ten dienste van de weggebruiker. Dan komen we hier bij een zoutberg. -Echt veel. Ja, hier ligt ongeveer 3.000 ton. -Ja. En als wij in Nederland één strooiactie in een nacht doen dan zijn we 1.500 ton kwijt. Dus dan is de helft op. -Wow! En is het hetzelfde als keukenzout? -Ongeveer hetzelfde. Het is iets grover. En als je het zou gaan proeven... -Mag dat? Nee, dat mag niet. Het heeft een hele vieze smaak. Er zit een antiklontermiddel in. Hoe weet je dan wanneer je moet strooien? -We hebben 300 meetpunten in de weg. Op basis van de informatie van die meetpunten en het weerbureau kan een gladheidscoördinator beslissen of hij gaat strooien. En als je wil, kunnen we bij zo'n meetstation wel even gaan kijken. (Ze staan aan een snelweg.) In dit kastje zit een thermometer voor de luchttemperatuur een vochtigheidsmeter voor de luchtvochtigheid en een neerslagmeter die meet of het wel of niet sneeuwt of regent. Daar zitten nog sensoren in de weg. Die meten de wegdektemperatuur en het zoutgehalte. -Oké, dus al deze apparatuur bepaalt of er wordt gestrooid? -Ja, deze informatie komt bij de coördinator thuis op de computer. Samen met de informatie van het weerbureau kan hij het besluit nemen wel of niet te gaan strooien. Ik hoop dat je een goed beeld hebt gekregen van mijn functie als senior adviseur gladheidsbestrijding bij Rijkswaterstaat. Zeker. Ik vond 't erg leuk. Dank je wel. -Graag gedaan. Tot ziens. VERSLAGGEVER: En? Hoe was het? Ja, leuke dag. Bedankt dat ik mee mocht! (Het Nederlandse wapenschild op een blauwe achtergrond. Beeldtekst: Een productie van Rijkswaterstaat, 2014.) AFSLUITENDE MUZIEK

Soorten gladheid

Er zijn 3 soorten gladheid, namelijk het bevriezen van een natte weg, gladheid door neerslag (sneeuw en ijzel) en condensatiegladheid. Condensatiegladheid ontstaat als de temperatuur van de weg al erg laag is, vaak onder het vriespunt. Vaak slaat het vocht dan neer in de vorm van ijskristallen.

Zout strooien

Ondanks de verschillende soorten gladheid, is de manier van gladheid bestrijden steeds hetzelfde. Alle gladheid wordt bestreden door zout te strooien. Zout verlaagt het vriespunt met een aantal graden. Hierdoor wordt de weg minder snel glad en ontdooid bestaande sneeuw of ijzel weer. Voor een optimale werking moet het zout door het verkeer worden ingereden.

Podcast Gladheidsbestrijding

Meer weten over gladheidsbestrijding en strooiacties? Beluister de podcast over dit onderwerp.

Veelgestelde vragen over gladheid