Nieuwsbericht

40 jaar Oosterscheldekering: van dam naar stormvloedkering

Gepubliceerd op: 1 oktober 2026, 11.10 uur

De Oosterscheldekering is tegenwoordig niet meer weg te denken uit het Zeeuwse landschap. Toch begon het project ooit als iets heel anders: een afsluitdam die de Oosterschelde volledig zou afsluiten van de zee. Voor de 40e verjaardag van de kering duiken we in het verhaal achter een besluit dat alles veranderde.

Het oorspronkelijke plan

Na de Watersnoodramp van 1953 was de opdracht helder: Nederland moest beter worden beschermd tegen de zee. De Deltacommissie adviseerde daarom de kustlijn te verkorten door verschillende zeearmen af te sluiten met dammen. Ook de Oosterschelde zou volgens dat plan verdwijnen achter een vaste afsluitdam.

Die keuze leek destijds vanzelfsprekend. Vrijwel iedereen was ervan overtuigd dat een gesloten dam de beste bescherming bood tegen een nieuwe watersnoodramp. De bezwaren van vissers en schelpdierkwekers waren bekend, maar wogen in die tijd niet op tegen dat belang.

In 1967 begonnen de eerste werkzaamheden. Op Neeltje Jans, de Roggenplaat en Noordland werden werkeilanden aangelegd als voorbereiding op de afsluiting van de zeearm. Alles wees erop dat de Oosterschelde, net als andere zeearmen in de delta, zou verdwijnen achter een vaste dam.

Maatschappelijke discussie

Nog voordat de werkzaamheden goed en wel op gang waren gekomen, klonk de kritiek op de plannen steeds luider. In 1968 richtten vissers, mossel- en oesterkwekers, wetenschappers en andere betrokkenen de Studiegroep Oosterschelde op. Zij waarschuwden dat een vaste dam het unieke getijdengebied ingrijpend zou veranderen, met grote gevolgen voor de natuur, de visserij en de schelpdiersector.

In de jaren daarna nam de weerstand toe. Tegelijkertijd veranderde de manier waarop men in Nederland naar natuur en landschap keek. Onder invloed van het groeiende milieubewustzijn ontstond steeds meer aandacht voor het behoud van bijzondere natuurgebieden. De vraag was niet langer alleen hoe Nederland zich het beste tegen het water kon beschermen, maar ook hoe het karakter van de Oosterschelde behouden kon blijven.

De discussie bleef niet beperkt tot vergaderzalen en rapporten. Actiegroepen voerden campagne met demonstraties, affiches en acties op en rond het water. De oproep 'Laat de Oosterschelde open' groeide uit tot het symbool van een breed maatschappelijk debat.

Het kantelpunt

In 1974 stond Nederland voor een ingewikkelde keuze. Bleef de oorspronkelijke afsluitdam het uitgangspunt? Waren hogere dijken een alternatief? Of kon veiligheid worden gecombineerd met het behoud van de getijdenwerking?

Terwijl in Den Haag de politieke discussie nog werd gevoerd, gingen de werkzaamheden gewoon door. Werkeilanden en bouwmaterieel verschenen al in het landschap, zonder dat duidelijk was hoe het project er uiteindelijk uit zou komen te zien. De discussie verdeelde niet alleen de samenleving, maar ook de politiek. Veiligheid, natuur, economie en de belangen van Zeeland kwamen samen in een ingewikkelde afweging.

Na uitgebreid onderzoek koos het kabinet uiteindelijk voor een 3e oplossing: een beweegbare stormvloedkering die alleen bij extreem hoogwater zou sluiten. Daarmee bleef de getijdenwerking grotendeels behouden. Het was een keuze die destijds allesbehalve vanzelfsprekend was. De stormvloedkering betekende een breuk met het oorspronkelijke Deltaplan en markeerde een nieuwe manier van denken.

Een technische uitdaging van formaat

Met dat besluit stond Rijkswaterstaat voor een enorme uitdaging. Nergens ter wereld bestond al een vergelijkbaar bouwwerk.

Ingenieurs moesten een kering ontwerpen die Zeeland beschermde tegen stormvloeden en de getijdenwerking van de Oosterschelde behield. Dat vroeg om nieuwe berekeningen, innovatieve machines en werkmethoden die nog niet eerder op deze schaal waren toegepast.

Ook de uitvoering stelde hoge eisen. Gigantische betonnen pijlers moesten met een nauwkeurigheid van slechts enkele centimeters op de zeebodem worden geplaatst. Daarvoor werden nieuwe technieken ontwikkeld en speelde de computer voor het eerst op grote schaal een rol bij het ontwerp en de uitvoering.

Stap voor stap kreeg de nieuwe oplossing vorm.

Bouwen aan een wereldwonder

De Oosterscheldekering groeide uit tot het meest ambitieuze onderdeel van de Deltawerken. De combinatie van innovatieve techniek, enorme afmetingen en een nieuwe manier van bouwen trok wereldwijd de aandacht.

De stormvloedkering bestaat uit 65 betonnen pijlers en 62 stalen schuiven. Bij normaal weer blijven de schuiven open, zodat eb en vloed vrij spel houden. Alleen bij extreem hoog water sluiten ze om Zeeland te beschermen.

Ook de vormgeving kreeg bijzondere aandacht. Architect Wim Quist en landschapsarchitecten werkten mee aan een ontwerp dat niet alleen functioneel was, maar ook recht deed aan het open Zeeuwse landschap. De kering moest geen massieve muur in zee vormen, maar opgaan in haar omgeving.

40 jaar na de opening

Sinds de ingebruikname in 1986 beschermt de Oosterscheldekering Zeeland tegen extreem hoogwater. Het bouwwerk vertelt ook het verhaal van een tijd waarin veiligheid niet langer het enige uitgangspunt was. De keuze voor een beweegbare stormvloedkering liet zien dat bescherming tegen het water en behoud van de natuur hand in hand kunnen gaan. 40 jaar later is de Oosterscheldekering nog altijd een icoon van de Nederlandse waterbouw.