Nieuwsbericht

Achter de schermen van droogte: zo helpen de Prinses Irenesluizen Nederland aan zoet water

Gepubliceerd op: 23 juli 2026, 13.42 uur

Nederland is een waterrijk land. Toch hebben we ieder jaar te maken met periodes van droogte en die komen steeds vaker voor. De temperatuur stijgt, de verdamping neemt toe, er valt weinig of geen neerslag en de vraag naar water groeit. Tegelijk kan de aanvoer van water via regen en de Rijn afnemen.

Achter de schermen werken Rijkswaterstaat, waterschappen en andere waterpartners daarom samen om het beschikbare zoete water zo goed mogelijk te verdelen.

De Prinses Irenesluizen in Wijk bij Duurstede spelen daarin een belangrijke rol. Via deze sluizen kunnen we extra rivierwater vanuit de Lek en de Nederrijn het Amsterdam-Rijnkanaal in laten.

Een sluis met een dubbele functie

De meeste mensen kennen de Prinses Irenesluizen als sluizen waar schepen doorheen kunnen varen. Maar de sluizen doen meer dan dat.

'De scheepvaart is zichtbaar, maar het inlaten van water gebeurt veel meer achter de schermen. Via deze sluizen kunnen we een groot deel van Nederland van meer zoet water voorzien', vertelt Sjoerd van Megen, adviseur waterbeheer bij Rijkswaterstaat. Dat water stroomt verder richting West-Nederland en helpt onder meer om verzilting tegen te gaan.

Als zoet water zouter wordt

'Verzilting betekent dat de hoeveelheid zout in het water toeneemt. Bij verzilting van rivieren trekt zout zeewater verder het land in. Hierdoor blijft er minder zoet water over dat geschikt is voor drinkwater, natuur, landbouw en bedrijven', legt Van Megen uit.

Veel planten en dieren hebben zoet water nodig om te kunnen leven. Te veel zout in het water kan ervoor zorgen dat planten minder goed groeien of zelfs verdwijnen. Ook voor drinkwater is zoet water belangrijk. Als er te veel zout in zit, kost het meer moeite en geld om er veilig drinkwater van te maken.

Bedrijven gebruiken zoet water bijvoorbeeld voor koeling of als onderdeel van hun productieproces. Te veel zout kan zorgen voor schade aan machines en maakt het water minder bruikbaar. We voorkomen verzilting door op belangrijke plekken zoet rivierwater in te laten. De Prinses Irenesluizen is zo'n belangrijke plek.

Hoe werkt verzilting?

Bij elk schip dat vanuit zee naar het kanaal vaart, komt een hoeveelheid zout zeewater het Noordzeekanaal binnen. Dat zoute water kan langzaam verder landinwaarts trekken. Door via de Prinses Irenesluizen extra zoet rivierwater in te laten, remmen we dat proces af. 'Het zoete water geeft tegendruk, waardoor het zoute water minder ver het land in kan trekken', legt Van Megen uit.

Meten voordat we ingrijpen

We laten niet zomaar extra water in. Op verschillende locaties voeren we voortdurend metingen uit. Zo kijken we naar de hoeveelheid water die door het Amsterdam-Rijnkanaal stroomt en naar de zoutconcentratie.

'Als we zien dat de zoutconcentratie stijgt of de wateraanvoer afneemt, kunnen we besluiten om extra water via de Prinses Irenesluizen in te laten', zegt Van Megen. Dat gebeurt met schuiven in de sluis. Tijdens droge periodes kunnen die langere tijd openstaan, bijvoorbeeld 's nachts als er weinig scheepvaart is.

Samen werken aan voldoende water

Het water dat via de Prinses Irenesluizen het Amsterdam-Rijnkanaal instroomt, verdelen we verder richting het westen van Nederland. Waterschappen gebruiken dit water om hun watersysteem op peil te houden. Ook drinkwaterbedrijven en andere gebruikers zijn hiervan afhankelijk.

Daarom stemmen Rijkswaterstaat, waterschappen, drinkwaterbedrijven en andere waterpartners regelmatig met elkaar af. Hoeveel water is er nodig en waar moet het naartoe? 'Juist die samenwerking maakt het mogelijk om Nederland ook tijdens droge periodes van voldoende zoet water te blijven voorzien.'

Niet iedereen krijgt tegelijk voorrang

Bij langdurige droogte is niet altijd genoeg water beschikbaar voor alle gebruikers. Daarom leggen we landelijk vast welke belangen voorrang krijgen. Dat gebeurt volgens de verdringingsreeks: een vaste volgorde die bepaalt wie bij watertekort als eerste aan de beurt is.

De veiligheid van waterkeringen, kwetsbare natuur en de leveringszekerheid van drinkwater gaan daarbij voor. Andere belangen, zoals scheepvaart of economische toepassingen, beperken we dan tijdelijk.

Ook als we de Prinses Irenesluizen inzetten, is daarom steeds een zorgvuldige afweging nodig. Extra water doorlaten kan namelijk gevolgen hebben voor de scheepvaart, omdat binnenvaartschepen dezelfde sluizen gebruiken. De Prinses Irenesluizen bestaan uit 2 sluizen. Als veel extra water nodig is, kan 's nachts een van de sluizen tijdelijk worden ingezet om water door te laten. Die sluis is dan niet beschikbaar voor de scheepvaart, terwijl de andere sluis wel gebruikt kan worden.

Onzichtbaar werk met grote impact

'We investeren elke dag veel tijd en energie om Nederland van voldoende zoet water te voorzien. Dat zie je misschien niet, maar het zorgt er wel voor dat een groot deel van Nederland kan blijven beschikken over voldoende zoet water.'