Kennisprogramma Zeespiegelstijging komt met resultaten
Nederland kan zich voorlopig goed beschermen tegen de stijgende zeespiegel, maar dat gaat niet vanzelf. Om hier te kunnen blijven wonen, moeten we altijd doorwerken aan de bescherming tegen overstromingen en bereid zijn om hier blijvend in te investeren.
Ook moeten we leven met minder zoetwater: de verzilting die nu al toeneemt, wordt sterker door zeespiegelstijging. Zo blijkt uit het eindrapport van Kennisprogramma Zeespiegelstijging dat dinsdag 23 juni 2026 is gepubliceerd.
Kennisprogramma Zeespiegelstijging
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging is in 2019 gestart op initiatief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de deltacommissaris. Doel was in beeld te brengen of we Nederland kunnen blijven beschermen tegen overstromingen en verzilting bij een stijgende zeespiegel.
Rijkswaterstaat heeft belangrijk bijgedragen aan het programma geleverd door het uitvoeren van systeemverkenningen: wat zijn de gevolgen van zeespiegelstijging voor waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid? Hoe lang is de huidige strategie houdbaar?
Tot 3 m zeespiegelstijging
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging laat zien dat de huidige strategie met kustsuppleties, waterkeringen en open-afsluitbare stormvloedkeringen onder voorwaarden nog lange tijd houdbaar is. Vanzelf gaat dat niet, het vraagt veel. Maar technisch gezien kunnen we met de huidige aanpak een zeespiegelstijging tot 3 m en waarschijnlijk ook tot 5 m aan.
Naast voldoende geld en menskracht is het wel een voorwaarde dat er voldoende ruimte wordt gereserveerd voor onder meer toekomstige dijkversterkingen en er voldoende locaties voor de winning van zand en klei zijn om de keringen te versterken.
Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat): ‘Nederland en de zee zijn al eeuwen met elkaar verbonden. En ook de komende eeuwen zullen we de strijd tegen de zee voortzetten. Deze strijd verandert, want de omstandigheden veranderen door een stijgende zeespiegel.’
‘Goed dat we door dit uitgebreide onderzoek weten op welke wegen we verder kunnen, en ook waar de aandachtspunten liggen om die wegen in te slaan. Een derde deel van ons land ligt onder zeeniveau, maar we zorgen dat we veilig blijven. Niet voor niets staan we internationaal bekend om onze expertise in waterbeheer.’
Schaarse ruimte en zoetwater
Naarmate de zeespiegel verder stijgt, zijn meer ingrijpende keuzes nodig die grote maatschappelijke impact hebben. Stormvloedkeringen gaan bijvoorbeeld steeds vaker sluiten naarmate de zeespiegel stijgt, met gevolgen voor hun onderhoud en levensduur, maar ook voor scheepvaart en getijdenatuur.
Ruimtelijke reserveringen voor dijkversterking leggen beslag op toch al schaarse ruimte. En uiteindelijk moeten zee- en spuisluizen langzaamaan overstappen op de inzet en aanleg van (enorme) pompinstallaties om het water af te kunnen voeren. Dat brengt afhankelijkheid van techniek en energie met zich mee.
Verzilting
Ook is verzilting een grote uitdaging voor Nederland. De huidige aanpak om verzilting te bestrijden loopt nu al in droge zomers tegen grenzen aan. De vraag naar zoetwater voor het doorspoelen van polders en terugdringen van verzilting in de rivieren gaat bij een stijgende zeespiegel sterk toenemen.
Bij een 0,5 m stijging is al 2 keer zo veel zoetwater nodig om polders door te spoelen. Landelijk is er dan sprake van een watertekort. Bij 1 m zeespiegelstijging zal er niet genoeg water zijn dat via de Rijn en Maas Nederland binnenstroomt om de vraag naar zoetwater te voldoen.
De zeespiegel blijft stijgen, maar de snelheid is onzeker. Die hangt ook af van de wereldwijde CO2 uitstoot. Hoe sneller de zeespiegel stijgt, hoe groter en zwaarder de opgave.
Als we de verandering in het klimaat, de zeespiegel en de samenleving goed volgen en ons blijven verdiepen in manieren om ermee om te gaan, kunnen we steeds op basis van de beste kennis handelen. Niet te laat en niet te vroeg. Ook bij onverwachte ontwikkelingen
Meer informatie Kennisprogramma
De onderzoeken en het eindrapport van het Kennisprogramma zijn te vinden op de website Deltaprogramma.