Meer zoetwater naar IJsselmeer via de IJssel om zoutgehalte te verlagen
Rijkswaterstaat neemt aanvullende maatregelen om het zoutgehalte in het IJsselmeer verder te verlagen. Dat gebeurt door het stuwbeheer bij stuw Driel tijdelijk aan te passen waardoor meer zoetwater via de IJssel naar het IJsselmeer kan stromen.
Begin maart 2026 stroomde door een stroomstoring bij de Stevinsluizen zoutwater vanuit de Waddenzee het IJsselmeer in. Vanaf dat moment werken we eraan om het zoute water weer af te voeren door bij Den Oever te spuien bij laagwater (eb) op de Waddenzee. Het zoetwater uit het IJsselmeer dringt dan tijdens het spuien de zoutconcentratie (de zogeheten ‘zoutbel’) terug.
Tijdelijk minder water door Stuw Driel
Om het proces te versnellen, laten we tijdelijk minder water door bij de Stuw Driel. Daardoor stroomt er meer zoetwater via de IJssel het IJsselmeer in. Dit helpt de zoutconcentratie te verlagen en zo wordt het zoutwater stap voor stap afgevoerd via de spuien bij Den Oever.
Het Watermanagementcentrum van Rijkswaterstaat monitort op elk moment de ontwikkeling van het zoutgehalte, onder andere door de inname voor drinkwaterbereiding bij Andijk.
Stuw Driel
Stuw Driel speelt samen met de Haringvlietsluizen en de spuisluizen in de Afsluitdijk een belangrijke rol in de verdeling van zoetwater in Nederland. De stuw verdeelt het water dat via de Rijn ons land binnenstroomt. Een deel stroomt via de Nederrijn-Lek en de Waal naar het westen van Nederland. Het andere deel gaat via de IJssel naar het IJsselmeer.