Factsheet: aanpak sluipverkeer
De grote onderhouds- en vernieuwingsopgave die momenteel in uitvoering is, gaat gepaard met steeds grotere, langere en impactvollere afsluitingen. Steeds vaker betekent dat ook dat op doordeweekse dagen rijkswegen afgesloten worden. Het gevolg is dat meer verkeer hinder ondervindt en weggebruikers eerder geneigd zijn om sluiproutes te zoeken.
Sluipverkeer kan ontstaan als gevolg van wegwerkzaamheden, filevorming of (tijdelijke) wegafsluitingen. Weggebruikers zoeken dan naar een alternatieve en snellere route om hun bestemming te bereiken. Wanneer verkeer uitwijkt naar andere wegen van vergelijkbaar niveau, zoals andere rijkswegen, is er doorgaans geen sprake van sluipverkeer. Wanneer verkeer uitwijkt naar provinciale of gemeentelijke wegen die niet zijn bedoeld voor deze verkeersstromen, spreken we van sluipverkeer.
Sluipverkeer zorgt voor extra verkeersdruk op het onderliggende wegennet. Daardoor kunnen doorstromingsproblemen ontstaan en nemen verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en leefbaarheid af. Ook kunnen geluids- en trillinghinder toenemen. In het ergste geval kan er een verkeersinfarct ontstaan, zoals in 2024 rond de A2 bij Nieuwegein. Daar was de instroom van sluipverkeer op het onderliggend wegennet te groot. De wegen konden het verkeer niet meer verwerken en raakten overbelast doordat kruisingen werden geblokkeerd. Dit zorgde voor urenlange vertragingen waarbij de aanrijtijden voor de nood- en hulpdiensten in het geding kwamen.
Maatregelen tegen sluipverkeer worden niet primair getroffen om de hinder voor de weggebruiker op de rijksweg te verminderen, maar om de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van de omgeving te beschermen. De ervaren hinder verschilt per locatie en wordt mede bepaald door hoe omwonenden de verkeerssituatie beleven. Een secundair doel van de aanpak is om ervoor te zorgen dat de automobilist zoveel mogelijk op de geadviseerde omleidingsroute blijft.
Om sluipverkeer tegen te gaan kunnen verschillende maatregelen worden ingezet. Denk hierbij aan kleine infrastructurele maatregelen, zoals het tijdelijk of gedeeltelijk afsluiten van wegen, snelheidsbeperkende voorzieningen of het tijdelijk toepassen van bus- of landbouwsluizen. Daarnaast kunnen (tijdelijke) verkeersregelinstallaties (VRI’s) worden aangepast. Ook het beïnvloeden van navigatiesystemen kan bijdragen aan de aanpak, al zijn de serviceproviders terughoudend met het tonen dat een weg is afgesloten wanneer deze in werkelijkheid open is.
Beschrijving maatregelen en interventies
Maatregelen tegen sluipverkeer worden in samenspraak met de gemeentelijke en provinciale wegbeheerder genomen. Het is aan het project om dit te initiëren en aan de gemeente of provincie om input te leveren. Dit om de leefbaarheid in de omgeving te waarborgen en de doorstromingsproblemen op het onderliggend wegennet te beperken. Daarmee blijft de bereikbaarheid van voorzieningen als ziekenhuizen beter gewaarborgd.
Hiervoor kunnen zowel permanente als tijdelijke maatregelen worden ingezet. De keuze voor een maatregel hangt onder meer af van de duur van de hinder, het beschikbare budget en de wensen van de overige wegbeheerders. Bij meerjarige werkzaamheden, zoals het verbreden van een rijksweg, kan ervoor gekozen worden om de weginrichting op het onderliggend wegennet permanent aan te passen. Bij kortdurende werkzaamheden ligt de inzet van tijdelijke maatregelen, zoals een barrier of andere fysieke afsluiting, meer voor de hand.
De beschikbare maatregelen kunnen grofweg worden onderverdeeld in 3 categorieën: verbieden, vertragen en informeren en geleiden. Een effectieve aanpak van sluipverkeer vraagt vrijwel altijd om een samenhangend pakket van maatregelen. Een individuele maatregel is vaak onvoldoende. Daarvoor geldt dat elke situatie anders is en dus maatwerk noodzakelijk is.
Verbieden
Onder de categorie verbieden vallen maatregelen die bepaalde handelingen uitsluiten of beperkingen opleggen aan specifieke weggebruikers/doelgroepen. Het treffen van deze maatregelen heeft als bijeffect dat de bereikbaarheid van bepaalde wegen of bestemmingen zal afnemen. Daarbij gaat het om een zorgvuldige afweging van leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid.
Het is noodzakelijk om in een vroeg stadium in overleg te treden met de gemeente, provincie of het waterschap als wegbeheerder van de weg waar de maatregelen getroffen gaan worden.
Maatregelen die getroffen kunnen worden
- Geslotenverklaringen
Gewichtsbeperking
Lengtebeperking
Breedebeperking
(Tijdsgebonden) wegafsluiting(en)
Doorgaand verkeer - Rijrichtingen aanpassen
- Bus-/landbouwsluis plaatsen
- Slagboom plaatsen
Geslotenverklaring plaatsen
Met een geslotenverklaring kan verkeer worden geweerd op basis van bijvoorbeeld gewicht, lengte, breedte, tijdstip, voertuigcategorie of de bestemming van het verkeer. Hiermee kan ervoor worden gekozen om bepaalde of alle verkeersdeelnemers de toegang tot een weg te ontzeggen.
De effectiviteit van een geslotenverklaring staat of valt met adequate handhaving. Zonder handhaving bestaat de kans dat weggebruikers de bebording negeren en alsnog gebruikmaken van de route. Voor handhaving is een verkeersbesluit vereist.
Rijrichting aanpassen
Door een weg tijdelijk in te richten als eenrichtingsverkeer kunnen bepaalde routes onmogelijk worden gemaakt. Het verdient aanbeveling om de weginrichting aan te passen zodat die aansluit bij de nieuwe rijrichting.
De maatregel kan de leefbaarheid van omwonenden verbeteren doordat het aantal passerende voertuigen sterk afneemt.
Voor het aanpassen van de rijrichting moeten de bebording en mogelijk ook belijning worden aangepast. Hiervoor is een verkeersbesluit vereist.
Bus-/landbouwsluis plaatsen
Een bus- of landbouwsluis maakt het mogelijk om uitsluitend bepaalde voertuigcategorieën doorgang te verlenen. Bussen, landbouwvoertuigen, grotere hulpdienstvoertuigen en het langzaam verkeer kunnen passeren, terwijl het overige verkeer wordt geweerd.
Omdat doorgaand verkeer volledig geblokkeerd wordt is dit een ingrijpende maatregel die reacties vanuit de omgeving kan oproepen. Ook kunnen omwonenden te maken krijgen met langere reistijden doordat zij moeten omrijden.
Omdat de functie van de weg is veranderd, is een verkeersbesluit vereist.
Slagboom plaatsen
Een slagboom kan worden ingezet als filter voor verkeer dat wel van de route gebruik mag maken. Buurtbewoners, nood- en hulpdiensten, het openbaar vervoer en andere geautoriseerde gebruikers kunnen via kentekenherkenning of een toegangscode toegang krijgen.
Verkeer dat geen bestemming in het gebied heeft, wordt door de fysieke afsluiting geweerd.
Omdat de functie van de weg is veranderd, is een verkeersbesluit vereist.
De effectiviteit van bovengenoemde maatregelen hangt sterk af van de wijze waarop de handhaving is georganiseerd. Handhaving kan plaatsvinden door de politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar. Daarnaast kan digitale handhaving worden ingezet, bijvoorbeeld met camera’s die kentekens registreren.
Vertragen
Vertragingsmaatregelen zijn bedoeld om het verkeer doorgang te blijven verlenen maar zodanig te vertragen dat de sluiproute minder aantrekkelijk wordt. Wanneer de vertraging op de sluiproute ten opzichte van de rijksweg/omleidingsroute dermate toeneemt kan het reisadvies van de serviceproviders veranderen zodat het verkeer niet meer over de sluiproute gestuurd zal worden.
Maatregelen die kunnen worden ingezet zijn
- Chicanes aanleggen of creëren
- Wegversmalling aanleggen of creëren
- VRI-aanpassingen
- Doseerinstallatie plaatsen
- Voorrangssituatie wijzigen
- Stop bord plaatsen
- Drempels plaatsen
- Chicanes aanleggen of creëren
Het tijdelijk of permanent toepassen van chicanes, een combinatie van kunstmatig aangelegde bochten met als doel snelheid te verminderen, kan verkeer vertragen doordat de slingerbeweging niet op volle snelheid kan worden genomen. Vaak is de rijbaan ter hoogte van een chicane bovendien slechts breed genoeg voor 1 voertuig. Met bebording kan worden aangegeven welke rijrichting voorrang heeft. Omdat de inrichting van de weg wijzigt, is er een verkeersbesluit vereist.
Met het toepassen van een chicane blijft de bereikbaarheid voor de omgeving gewaarborgd, wel is de kans aanwezig dat verkeer nog zal blijven sluipen. Dit omdat de route binnendoor nog beschikbaar is en dus ook nog via de navigatiesystemen aangeboden kan worden.
Wegversmalling aanleggen of creëren
Het versmallen van de rijbaan of rijstrook om de snelheid te verlagen. Aandachtspunt hierbij is wel om ervoor te zorgen dat de breedte voldoende blijft voor voertuigen om elkaar te passeren. Extra aandacht is nodig voor landbouwvoertuigen of vrachtwagens omdat deze voertuigen moeilijker kunnen uitwijken naar de berm. Mocht dit niet meer mogelijk zijn, dan dient bebording geplaatst te worden en een verkeersbesluit genomen te worden.
VRI-aanpassingen
Het aanpassen van een VRI (verkeersregelinstallatie), zodat het verkeer vertraagd wordt. Dit kan bijvoorbeeld door het verkorten van groentijden, het verlagen van hiaattijden of het uitschakelen van koppelingen. Aandachtspunt bij deze maatregel is dat de aanpassing proportioneel dient te zijn. In extreme gevallen kan een lange wachttijd of wachtrij ervoor zorgen dat mensen het rode licht negeren mocht er geen ander verkeer aanwezig zijn. In dat geval komt de veiligheid in het geding. Ook is het wenselijk dat de aanpassingen op afstand kunnen worden doorgevoerd, zodat er snel bijgesteld kan worden, mochten de aanpassingen niet het gewenste effect opleveren.
Doseerinstallatie plaatsen
Het plaatsen van een doseerinstallatie kan het verkeer op de sluiproute doseren. De sluiproute wordt daarmee onaantrekkelijker gemaakt omdat weggebruikers moeten wachten voordat zij mogen doorrijden. Met de maatregel worden weggebruikers met een lokale bestemming ook getroffen en kan dat voor een langere reistijd zorgen.
Belangrijke aandachtspunten bij het gebruik van een doseerinstallatie zijn dat er een verkeersbesluit vereist is en dat het staat of valt met handhaving. Automatische handhaving met een roodlichtcamera is het meest effectief, fysieke handhaving door de politie of BOA’s is afhankelijk van capaciteit. Wanneer er geen handhaving is vervalt voor de weggebruiker de noodzaak om zich aan de doseerinstallatie te houden.
Voorrangssituatie wijzigen
Het veranderen van de voorrangssituatie op een kruispunt om daarmee verkeer te verplichten om te stoppen om voorrang te verlenen. De vertraging die het oplevert is afhankelijk van de omvang van het kruisende verkeer. Hoe meer verkeer op de kruisende richting rijdt, hoe groter het effect. De lengte van de wachtrij die gaat ontstaan is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Ook de verkeersveiligheid van andere modaliteiten dient in acht genomen te worden.
De aanpassing vereist goede communicatie richting weggebruikers omdat die veelal op automatisme rijdt en gewend is aan een situatie die plots veranderd wordt. Omdat de inrichting van de weg veranderd, dient er hiervoor een verkeersbesluit genomen te worden.
Stopbord plaatsen
Het plaatsen van een stopbord is vergelijkbaar met de bovenstaande maatregel. Deze maatregel is nog dwingender omdat de weggebruiker verplicht wordt om te stoppen. Stopborden worden vaak geplaatst op locaties die extra aandacht vereisen vanuit het oogpunt van veiligheid. Daarnaast moet sprake zijn van een voldoende grote verkeersstroom, dit om de maatregel geloofwaardig te laten zijn.
Voor het plaatsen van een stopbord is een verkeersbesluit vereist. Stopborden komen weinig voor en met het plaatsen ervan dient zorgvuldig om gegaan te worden. Het is dan ook handig om vooraf met de politie hierover in overleg te gaan.
Drempels plaatsen
Met 1 of meerdere drempels kan verkeer worden afgeremd. Door het remmen wordt de route onaantrekkelijker en zal de reistijd ook toenemen. Belangrijk aandachtspunt is de hoeveelheid verkeer en zwaar verkeer dat van de weg gebruik maakt. Dit verkeer kan namelijk trillingen veroorzaken die de leefbaarheid in de omgeving negatief zullen beïnvloeden.
Voor bovenstaande maatregelen, die tijdelijk van aard zijn, is het belangrijk dat deze vandalismebestendig uitgevoerd worden. Ervaringen uit eerdere projecten laten zien dat maatregelen soms worden vernield, verplaatst of verschoven door weggebruikers die hier hinder van ondervinden.
Het raadplegen van nood- en hulpdiensten is van groot belang bij deze maatregelen, omdat vertragingen invloed hebben op de aanrijtijden. Een zorgvuldige voorbereiding en uitwerking van de maatregelen is daarom essentieel.
Informeren en geleiden
De categorie informeren en geleiden omvat maatregelen die bedoeld zijn om weggebruikers te informeren over de situatie op het onderliggend wegennet en hen te begeleiden bij hun routekeuze. De weggebruiker kan daarbij zijn routekeuze veranderen of beter over het onderliggend wegennet worden geleid, waardoor de hinder wordt beperkt.
Maatregelen die kunnen worden ingezet zijn:
- Verkeersregelaar inzetten
- Bewegwijzering aanpassen/plaatsen
- Belijning aanpassen
- Communicatiecampagne
- Navigatie beïnvloeden
Verkeersregelaar inzetten
Een verkeersregelaar kan een bijdrage leveren aan het geleiden en in mindere mate informeren van het verkeer. Met de inzet van verkeersregelaars moet terughoudend worden omgegaan. Zo wordt in de CROW-richtlijn 96b werken op niet-autosnelwegen gezegd: ‘’beperk de inzet van verkeersregelaars tot de situaties waarin alle andere mogelijkheden zijn uitgeput en de standaardverkeersmaatregelen niet meer toereikend zijn om een goede doorstroming te garanderen. Verkeersregelaars kunnen alleen als aanvulling op de verkeersmaatregel worden ingezet.’’
Door toenemende agressie richting verkeersregelaars is het des te belangrijker om hun inzet zorgvuldig af te wegen.
Bewegwijzering aanpassen/plaatsen
In sommige situaties kan het wenselijk zijn om extra bebording te plaatsen om verkeer te informeren, waarschuwen of geleiden via het onderliggend wegennet. Het wordt aanbevolen om dat te combineren met andere maatregelen zoals aanpassingen in rijrichting, chicanes of andere maatregelen. De effectiviteit van beide maatregelen zal daarmee versterkt worden.
Het nemen van een verkeersbesluit is afhankelijk van wat voor soort bord er geplaatst wordt. Voor de meeste verkeersborden is het noodzakelijk, gaat het om een tijdelijk geel bord met een waarschuwende tekst dan is het niet nodig.
Belijning aanpassen
Het aanpassen van de belijning kan worden ingezet om weggebruikers onbewust een andere route te laten volgen. Het is belangrijk om met de wegbeheerder af te stemmen welke belijning wordt toegepast en of deze tijdelijk of permanent van aard is.
Omdat belijning onderdeel uitmaakt van de verkeerstekens op het wegdek, is hiervoor een verkeersbesluit vereist.
Communicatiecampagne
Een communicatiecampagne kan worden ingezet om weggebruikers op het onderliggend wegennet gericht te informeren over de situatie en de getroffen maatregelen. Dit kan met nieuwsberichten over de ervaren hinder van buurtbewoners, met bebording die waarschuwt over mogelijke handhaving of boetes of meer algemene boodschappen. Het is aanbevolen om deze maatregelen standaard mee te nemen in de aanpak.
Navigatie beïnvloeden
Het beïnvloeden van de navigatie is een maatregel die vaak wordt gecombineerd met andere maatregelen, zoals geslotenverklaringen, aangepaste rijrichtingen of een bus- of landbouwsluis. Voor deze maatregelen is een verkeersbesluit vereist. Serviceproviders kunnen deze informatie vervolgens verwerken in de digitale kaarten die door navigatiesystemen worden gebruikt.
Evalueren
Tijdens en na de werkzaamheden kan op verschillende manieren gekeken worden naar de effectiviteit van de genomen maatregelen. Een van de beschikbare instrumenten is de TomTom herkomst-bestemmingsanalyse. Deze tool laat voor een gekozen wegvak in je netwerk zien waar het verkeer vandaan komt en waar het naartoe gaat. Door deze analyse voor, tijdens en na de werkzaamheden uit te voeren kan goed inzichtelijk gemaakt worden hoe het sluipverkeer zich verplaatst. Ook kan deze tool gebruikt worden om na aanpassingen van getroffen maatregelen inzicht in het effect te krijgen.
Om te monitoren welk routeadvies navigatiesystemen geven kan er gebruik gemaakt worden van RouteRadar. Met RouteRadar kan gedurende de werkzaamheden worden gemonitord welk routeadvies navigatiesystemen geven, zowel vóór als na het treffen van maatregelen. Op die manier kan worden bijgestuurd indien nodig.
Bekijk de Factsheet monitoring verkeer voor meer informatie.
Bereikbaarheidseffecten
Het vaststellen van de bereikbaarheidseffecten van maatregelen tegen sluipverkeer is vaak lastig. In veel gevallen is het doel van de maatregelen om de leefbaarheid en veiligheid voor omwonenden te waarborgen en niet om de bereikbaarheid van het hoofdwegennet te verbeteren. Daarnaast worden de effecten vaak niet op basis van data geëvalueerd. Dit komt onder meer door de vaak relatief korte voorbereidingstijd, de beperkte duur van de hinder en het vaak beperkte aantal meetpunten op het onderliggend wegennet.
In veel gevallen worden de (bereikbaarheids)effecten vooral beoordeeld op basis van signalen en reacties vanuit de omwonenden tijdens en na de werkzaamheden. Daarbij is het belangrijk aandacht te hebben voor de representativiteit van deze signalen. Wanneer slechts een beperkte groep omwonenden haar mening actief uit, kan al snel een eenzijdig, vaak negatief beeld ontstaan, terwijl de ervaringen van de bredere omgeving mogelijk positiever zijn. Reacties uit de omgeving kunnen daarom waardevolle signalen opleveren, maar vormen niet altijd een volledig beeld van de effecten.
De gemeente Vijfherenlanden is een goed voorbeeld van het meten van de bereikbaarsheidseffecten. Hier wordt een structurele aanpak van sluipverkeer toegepast waarbij actief wordt gemonitord op de bereikbaarheidseffecten. Daarbij wordt gewerkt met ontheffingen op kenteken die met kentekencamera’s worden gehandhaafd. Sinds de invoering is het sluipverkeer op het onderliggend wegennet sterk afgenomen en is de oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers verbeterd.
Op de rijksweg leidde de sluipverkeeraanpak, ondanks een stijging van het verkeer met 400 motorvoertuigen, tot een verbetering van de reistijd met 1 minuut (van 14 minuten naar 13 minuten). Deze verbetering wordt verklaard door een afname van het aantal in- en uitvoegende bewegingen bij de op- en afritten waar het sluipverkeer voorheen de rijksweg verliet of juist weer opreed.
Effecten lange termijn
Het is lastig om algemene uitspraken te doen over de langetermijneffecten van maatregelen tegen sluipverkeer. Deze effecten zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie. Belangrijke factoren zijn of het oorspronkelijke knelpunt (de aanleiding voor het sluipen) blijft bestaan, of het wordt weggenomen door infrastructurele aanpassingen, welke maatregelen worden toegepast en of deze na afloop van de werkzaamheden behouden blijven. Dit geldt met name wanneer de aanpak van sluipverkeer onderdeel is van een tijdelijke hinderaanpak bij werkzaamheden.
Duurzaamheidseffecten
De duurzaamheidseffecten van maatregelen tegen sluipverkeer zijn voor zover bekend niet onderzocht. Op basis van een kwalitatieve inschatting wordt verwacht dat de effecten op de totale uitstoot beperkt zijn. Enerzijds wordt voorkomen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van kortere sluiproutes over het onderliggend wegennet, waar vaker moet worden gestopt en opgetrokken. Anderzijds kunnen maatregelen ervoor zorgen dat bestemmingsverkeer een langere route via het hoofdwegennet moet volgen. Per saldo wordt daarom verwacht dat het effect op de uitstoot beperkt is.
Veiligheid
Een van de belangrijkste redenen om maatregelen tegen sluipverkeer te treffen is het verbeteren van de verkeersveiligheid. Met name gemeentelijke wegen en, in mindere mate, provinciale wegen zijn vaak niet ingericht op grote hoeveelheden verkeer. Binnen de bebouwde kom kan dit leiden tot verslechtering van de oversteekbaarheid voor voetgangers, fietsers en tot een afname van de verkeersveiligheid. Buiten de bebouwde kom kan dit leiden tot hogere snelheden. Door sluipverkeer aan te pakken wordt de verkeersveiligheid verbeterd.
De getroffen maatregelen kunnen ook ongewenste neveneffecten hebben. Zo moet rekening worden gehouden met mogelijke negatieve reacties van weggebruikers. In de praktijk ervaren verkeersregelaars regelmatig agressie of ongewenst gedrag van weggebruikers die worden geconfronteerd met afsluitingen of omleidingen.
Bij werkzaamheden aan de A29 Haringvlietbrug (2023) en A29 Heinenoordtunnel (2023-2024) is dit mede een reden geweest om geen verkeersregelaars als ‘hekwacht’ in te zetten bij afsluitingen van sluiproutes.
Verkeersregelaars kunnen te maken krijgen met verbale agressie, gevaarlijke manoeuvres van weggebruikers en het negeren van aanwijzingen. Daarnaast komt het voor dat tijdelijke maatregelen worden verplaatst of vernield om alsnog doorgang te creëren. Bij het ontwerpen en uitvoeren van maatregelen is het daarom belangrijk rekening te houden met de kans op vandalisme en ongewenst gedrag.
Maatregelen tegen sluipverkeer beperken vaak de routekeuze van een deel van de weggebruikers. Dit kan leiden tot negatieve reacties uit de omgeving of van weggebruikers die hinder ondervinden van de maatregel. Het is daarom belangrijk om aandacht te besteden aan communicatie, draagvlak en een duidelijke onderbouwing van de gekozen aanpak.
Kosten
Omdat sluipverkeer tegengaan vaak maatwerk is, lopen de kosten van maatregelen sterk uiteen. Dit heeft met verschillende aspecten te maken.
Al in de voorbereidingsfase van een project moet worden nagedacht over mogelijke maatregelen zodat deze in de uitvraag richting de aannemer meegenomen kunnen worden. De kosten van de maatregelen zijn lager wanneer zij binnen de projectscope vallen dan wanneer zij tijdens de uitvoering als aanvullende opdracht worden uitgevoerd.
De kosten van maatregelen variëren sterk. Tijdelijke bebording kost doorgaans enkele honderden euro’s, terwijl tijdelijke elektrische hekwerken of een bussluis al snel tienduizenden euro’s kosten. Kleine infrastructurele aanpassingen, zoals het aanleggen van een bypass bij een rotonde, kunnen oplopen tot honderdduizenden euro’s. De uiteindelijke kosten zijn bovendien sterk afhankelijk van de duur van de maatregel.
Basisonderdelen die in de offertes zullen staan zijn zaken als: engineeringskosten, projectmanagement, levering van materiaal, civiele werkzaamheden, (de)montage en controle- en onderhoudsrondes.
Wanneer maatregelen buiten de oorspronkelijke projectscope vallen en meerdere wegbeheerders betrokken zijn, kan het nodig zijn om de kosten te verdelen. In veel gevallen zal een groot deel van de kosten bij de opdrachtgever van de werkzaamheden komen te liggen, omdat deze de aanleiding vormt voor de gewijzigde verkeerssituatie.
Het is daarom belangrijk om vooraf met de betrokken wegbeheerders in gesprek te gaan. Daarbij kunnen onderwerpen worden besproken zoals de bestaande situatie rond sluipverkeer, de maatregelen die het project voorstelt, aanvullende wensen vanuit de omgeving en de verwachtingen richting Rijkswaterstaat.
Op basis hiervan kan worden bepaald welke maatregelen wenselijk zijn, wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en hoe de kosten worden verdeeld. Goede afspraken vooraf helpen om discussies over verantwoordelijkheden en kosten achteraf te voorkomen.
Een belangrijk aandachtspunt is dat gemeenten of provincies ook indirecte kosten maken door de inzet van personeel. Denk hierbij aan werkzaamheden voor het opstellen van verkeersbesluiten of de inzet van communicatiemedewerkers. Hoewel deze kosten minder zichtbaar zijn dan de directe uitvoeringskosten, vragen zij wel capaciteit van de betrokken wegbeheerders en hebben ze impact op de totale kosten van de aanpak.
Aandachtspunten en variabelen die van invloed zijn
Context die van invloed is op de effecten
Een belangrijk aandachtspunt is dat maatregelen logisch en begrijpelijk zijn voor weggebruikers. Dit is vooral van belang wanneer wegen fysiek worden afgesloten en handhaving plaatsvindt met camera’s of door buitengewoon opsporingsambtenaren.
Aandachtspunten voor de kwaliteit van de aanpak
Het is belangrijk dat de verkeerssituatie, tijdelijk of permanent, zowel juridisch correct als begrijpelijk voor weggebruikers is. Zo is er op de Griftdijk in Nijmegen gehandhaafd op ontheffingen met kentekencamera’s. Op deze locatie stond een periode een verkeersbord met te veel informatie. De rechter oordeelde dat het bord onvoldoende begrijpelijk was voor de weggebruiker, waardoor de opgelegde boetes ongeldig werden verklaard totdat de situatie was aangepast.
Organisatorische leerpunten
Bij het project A7 Neckerstraat zijn op de achtergrond aanvullende geslotenverklaringen voorbereid, inclusief de bijbehorende verkeersbesluiten. Hierdoor konden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden snel aanvullende afsluitingen worden ingesteld wanneer de verkeerssituatie daarom vroeg.
Door deze voorbereidingen vooraf te treffen, kon flexibel worden ingespeeld op veranderende verkeersomstandigheden tijdens de uitvoering van het project.
Geraadpleegde bronnen
- Interview A29 Haringvlietbrug/Heinenoordtunnel verkeersmanager
- Evaluatie aanpak sluipverkeer gemeente Vijfherenlanden
- Website Agressiemanagement
- Website SCP
- Interview A2 Nieuwegein verkeersmanager
- Website Boete.nu
- Interview A7 Neckerstraat verkeersmanager
Vragen of opmerkingen over de Toolbox Slim Reizen?
Heeft u vragen of opmerkingen over de Toolbox Slim Reizen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier.
Publicatiedatum: 27 juli 2026