Rijkswaterstaat past afstandseisen voor windturbines langs vaarwegen aan
Rijkswaterstaat heeft de beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken en wegen in beheer bij het Rijk aangepast. Dit betekent dat voor alle toekomstige vergunningsaanvragen, inclusief repoweringprojecten (vervanging van bestaande windturbines) de aangepaste beleidsregel geldt.
De gewijzigde beleidsregel is gepubliceerd in de Staatscourant. De inhoudelijke wijzigingen betreffen artikel 4 over plaatsing langs kanalen, rivieren en havens.
Met deze actualisatie sluit de regelgeving beter aan op de huidige generatie windturbines, waarvan de rotorbladen steeds groter worden.
Aanleiding grotere windturbines, nieuwe inzichten
Oorspronkelijk mochten windturbines op minimaal 50 m afstand van de rand van de vaarweg worden geplaatst. Door de schaalvergroting van windturbines bleek deze afstandsnorm echter niet langer voldoende om radarecho’s op de vaarweg te voorkomen. Dergelijke echo’s kunnen het radarbeeld verstoren en vormen daarmee een veiligheidsrisico voor de scheepvaart.
Nieuwe minimumafstand
Uit onderzoeken van Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) en Maritime Research Institute Netherlands (MARIN) naar de effecten van windturbines op scheeps-, en walradars blijkt dat een nieuwe minimumafstand kan worden gehanteerd.
Een halve rotordiameter vermeerderd met 35 m tot de rand van de vaarweg, zoals gedefinieerd in de beleidsregel. Vanaf deze afstand en verder levert plaatsing van windturbines geen radarecho's over de vaarweg op en is plaatsing, wat scheeps- en walradar betreft, toegestaan.
Uitzonderingen op de regel mogelijk
De nieuwe afstandsnorm is strenger dan de oorspronkelijke norm, maar biedt tegelijkertijd ruimte voor maatwerk. Kan een initiatiefnemer met onderzoek aantonen dat plaatsing op een kortere afstand geen radarecho’s op de vaarweg veroorzaakt, dan kunnen we beoordelen of afwijking van de standaardafstand mogelijk is. De toelichting bij de beleidsregel biedt hiervoor nadere handvatten.
Voor een aantal risicovolle locaties geldt deze mogelijkheid niet. In de buurt van onder meer sluizen, bruggen, stuwen, kruisingen en haveninvaarten blijft de minimale afstand onverkort van kracht. Deze risicovolle locaties zijn bepaald in het onderzoek van MARIN. In dit onderzoek komt naar voren dat op deze locaties extra voorzichtigheid nodig is.
Duidelijker toetsingskader
De aangepaste beleidsregel handhaaft de veiligheid van schippers en geeft tegelijk meer duidelijkheid voor windenergieontwikkelaars en vergunningverleners. Initiatiefnemers voor nieuwe windparken en repoweringprojecten kunnen hierdoor in een vroeg stadium beoordelen of een locatie kansrijk is en welke voorwaarden gelden voor vergunningverlening.