Dood hout, levende rivier Rapport toont de impact van rivierhout op ecologische waterkwaliteit
Vroeger vielen dode bomen vanzelf in het water. Kleine waterdiertjes, zoals insectenlarven, zoetwatermosselen en kreeftachtigen (macrofauna), maakten daar dankbaar gebruik van. Zij leven op dat hout.
In de sterk gereguleerde Nederlandse rivieren gebeurt dat nauwelijks nog. Het hout, en het leefgebied dat het bood, is grotendeels verdwenen. Daardoor komen ook de diertjes die op dit hout leven minder voor.
Rijkswaterstaat plaatst sinds 2013 bewust hout terug in de Nederlandse rivieren. Inmiddels liggen er bijna 400 bomen, met als doel het herstellen van de biodiversiteit en de ecologische waterkwaliteit.
Maar werkt dat ook? Waardenburg Ecology analyseerde in opdracht van ons de meetgegevens van 2014-2024 en zette internationale literatuur op een rij. De conclusie is genuanceerd: rivierhout helpt, maar voorlopig vooral lokaal. ‘Rivierhout is geen wondermiddel, maar wel een essentiële stap in het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit als onderdeel van een breder pakket aan ingrepen.’
Van proef tot officiële maatregel
Margriet Schoor, adviseur ecologie en waterkwaliteit, is sinds 2013 betrokken bij het plaatsen van dode bomen in de rivieren. ‘Destijds was een 1e proef succesvol. Op het hout leefden meer waterdiertjes dan op stenen ondergrond in de omgeving. Daarom besloten we om van het plaatsen van rivierhout een maatregel voor de Kaderrichtlijn Water, KRW, te maken.’
‘Vanuit de KRW moeten wij, en andere EU-landen, namelijk voor 22 december 2027 de ecologische en chemische waterkwaliteit verbeteren door bepaalde doelen te halen. En rivierhout kan een positieve invloed hebben op de ecologische waterkwaliteit.’ Dat had ook gevolgen voor de monitoring.
‘We wilden natuurlijk weten wat het effect van het hout was op KRW-parameters. Daarom is ook de monitoring uitgebreid met een bemonstering van de omgeving van het rivierhout met een schepnet. Dat werd vergeleken met een mengmonster van een locatie met stenen.’
Het bemonsteren van rivierhout is best een ingewikkelde klus, vertelt aquatisch ecoloog Bart Achterkamp van Waardenburg Ecology. ‘Een net tegen een boom houden heeft weinig zin. Alle beestjes gaan ervandoor voordat ze in het net zitten.’
‘Daarom gebruiken we een speciaal ontwikkelde stofzuiger, waarmee we voorzichtig het leven op het hout los borstelen. Daarna analyseren we het monster en brengen we in kaart welke beestjes erin zitten.’
Lokaal winst, op rivierniveau nog niet
Op plekken met rivierhout is de soortenrijkdom gemiddeld hoger dan op plekken zonder hout, blijkt uit de analyse. Het duidelijkste effect is zichtbaar in de Waal. ‘Toch verandert er weinig aan de officiële score voor waterkwaliteit’, vertelt Schoor.
‘Die is niet duidelijk verbeterd sinds we zijn gestart met het plaatsen van rivierhout. Dat betekent niet dat het rivierhout geen effect heeft, maar wel dat de effecten van de maatregelen klein of lokaal zijn ten opzichte van de totale rivier. Lokale verbeteringen hebben beperkt effect op het gemiddelde van een hele rivier.’
Een belangrijke reden voor het beperkte effect is dat het sowieso niet goed gaat met de macrofauna in de Nederlandse rivieren. Schoor: ‘Dat was geen onderzoeksvraag, maar we hebben hier nu wel inzicht in. De aanwezigheid van de diertjes is sterk beïnvloed door onder meer scheepvaart, ingrepen in de loop van rivieren en de waterkwaliteit.’
‘Ook de aanwezigheid van exoten heeft veel invloed op de kenmerkende soorten voor de KRW’, gaat Achterkamp verder. ‘In de Waal ligt het aandeel exoten bijvoorbeeld op 90% zowel bij plekken met als zonder rivierhout. Daardoor blijven kleine verbeteringen bij zeldzame, inheemse soorten onzichtbaar.’
Herstel kost tijd
Volgens eerdere schattingen kan het meer dan 12 jaar duren voordat de effecten van rivierhout op de waterkwaliteit volledig zichtbaar worden. Dat heeft meerdere redenen, legt Achterkamp uit: ‘Veel doelsoorten zijn zeldzaam of verdwenen. Die moeten eerst de weg terugvinden naar de rivier.’
‘Ook de waterstand is belangrijk. Als bomen door laag water droog komen te liggen, gaan alle beestjes weg of dood. En begint het weer van voor af aan. Bovendien ontstaat er meer leefgebied naarmate hout verder verrot en daarvoor moet het een tijd onder water liggen. Tot slot is het een kwestie van schaal: hoe meer hout, hoe beter.’
Lichtpuntjes
‘Soorten macrofauna die in de KRW als kenmerkend zijn aangewezen, nemen niet structureel toe’, gaat Achterkamp verder. ‘Dat neemt niet weg dat er zeker lichtpuntjes zijn. Zo zijn enkele zeldzame houtende soorten aangetroffen, zoals een kokerjuffer- en dansmuggensoort, die er zonder het hout vermoedelijk niet waren geweest. Dit zijn ecologisch gezien positieve effecten, maar nog niet genoeg voor een hogere KRW-score.’
Meer aandacht voor rivierhout
In de 13 jaar dat we rivierhout plaatsen, is er ook buiten de cijfers om veel veranderd, ziet Schoor. ‘In een KRW-project wordt nu standaard aan rivierhout gedacht als onderdeel van de maatregelen. Dat was 10 jaar geleden echt anders.’
‘Ook is het niet meer vanzelfsprekend om bomen langs het water te kappen.’ De komende jaren blijven we het rivierhout monitoren en krijgt verbetering van de situatie een plek in onderhoudscontracten. Rivierhout is geen snelle oplossing, maar wel een blijvende bouwsteen voor een levendige rivier.