Extra zoetwater naar het westen van Nederland via Stuw Hagestein
Zout water komt door de droogte steeds verder landinwaarts via de Lek en de Hollandsche IJssel. Daarom zet Rijkswaterstaat vanaf 17 juli 2026 Stuw Hagestein gedeeltelijk open om meer zoetwater naar het westen van Nederland te laten stromen.
Zoet water
Het doorlaten van water via Stuw Hagestein is nodig, omdat zout water in de mondingen van de Lek bij Kinderdijk en de Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel steeds verder het land intrekt.
We laten bij Hagestein net genoeg water door om vanuit de Lek richting Rotterdam met een zoetwaterbuffer te zorgen voor tegendruk tegen het zoute water. Daarmee blijft de inname van zoetwater voor onder andere natuur, drinkwater, landbouw en industrie in het westen van Nederland mogelijk.
Al eerder zetten de waterschappen in West-Nederland de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) in. Hierdoor wordt ook extra zoet water vanuit de rivieren, onder andere via gemaal de Aanvoerder, naar het westen geleid. Ook werd de ‘Doorvoer Krimpenerwaard’ (DKW) geactiveerd, waarbij water via gemaal Verdoold naar de Hollandsche IJssel stroomt.
Verzilting
We houden het waterpeil en het zoutgehalte in het rivierwater nauwlettend in de gaten. Bij droogte voert de Rijn weinig water af naar zee. De druk van het rivierwater is dan te laag om binnendringend zeewater terug te duwen.
Het gedeeltelijk openzetten van Stuw Hagestein zorgt voor een grotere zoetwaterbuffer in de Lek en Hollandsche IJssel. Deze zoetwaterbuffer werkt als een stootkussen en biedt tegendruk aan het zoute water. Hoeveel water Stuw Hagestein doorlaat, is afhankelijk van de verziltingsdruk vanuit zee. We doseren dit op basis van dagelijkse metingen van het zoutgehalte van het rivierwater.
Water uit de Waal
Het extra water dat Stuw Hagestein doorlaat, komt vanuit de Waal. Via de Prins Bernhardsluizen (Tiel) komt water in het Amsterdam-Rijnkanaal dat in verbinding staat met de Lek. Dat zorgt op de Waal voor een wat lagere waterstand. Een deel van de scheepvaart kan hier extra hinder van ondervinden. Daarom laten we bij Stuw Hagestein niet meer water door dan nodig is (20 tot 25 m3/s).
Dagelijks meten we de Minst Gepeilde Diepte (MGD). Schippers gebruiken de MGD om te bepalen hoeveel vracht zij kunnen vervoeren zonder de rivierbodem te raken. De MGD is terug te vinden op de website Vaarweginformatie en Teletekst pagina 720.
Meer informatie droogte?
Kijk voor meer informatie over droogte op de website van Rijkswaterstaat. Heeft u vragen of opmerkingen, neem dan contact met ons op.