Een kijkje achter de schermen van een zorgeloze overtocht
Jaarlijks maken ruim een half miljoen mensen de overtocht met Rederij Doeksen naar Terschelling. Even de auto parkeren, de veerboot op, de frisse wind in je gezicht en dan, een vaartocht over het Wad verder, voet aan wal.
Terwijl u vanaf het dek van de veerboot uitkijkt over de Waddenzee, draait achter de schermen een samenwerking tussen verkeersleiders, kapiteins, baggeraars en terreinbeheerders om deze route veilig en bereikbaar te houden.
Het is vroeg in de ochtend wanneer ik aan boord stap van de snelboot in Harlingen. De zon hangt laag boven de Waddenzee. Buiten varen we tussen de zandbanken door, met opkomend tij en langs een patrouillevaartuig van Rijkswaterstaat.
Aan boord van de patrouilleboot vindt u de mobiele verkeersleiders. Zij controleren of de regels op het water worden nageleefd, of boten de juiste uitrusting aan boord hebben, en helpen schippers veilig het wad over te varen.
Aan wal: vernieuwing in de steigers
Op Terschelling wacht omgevingsmanager Jan Roelof Witting mij op. Hij is al sinds 2002 werkzaam bij Rijkswaterstaat. Witting houdt zich bezig met de renovatie van de veerhavens, waaronder die op Terschelling.
In 1 jaar tijd zijn onder andere 40 jaar oude damwanden vervangen, er zijn nieuwe hekken geplaatst, en de bestrating en elektrotechnische installaties zijn vernieuwd. ‘Met het blote oog zie je het soms niet, maar veel was verouderd en aan vervanging toe’, zegt Witting.
Samenwerking met de eilanders
Tijdens onze wandeling over het terrein groet hij de bouwvakkers, een eilander op de fiets en de stuurman op het dek van de veerboot. ‘Als mensen je weten te vinden, hoor je snel waar iets speelt en kun je het ook snel oplossen. Als je het mij vraagt is dat het leukste aan mijn werk. Contacten leggen en het samen met de omgeving doen.’
Het werk aan de haven verliep grotendeels zonder hinder voor de reizigers. ‘De terminal bleef operationeel bij 99% van de vaarten. Dat is teamwork.’
‘Ik werk in een mooi, maar complex gebied’, zegt Witting terwijl we richting de veerhaven lopen. ‘De Waddenzee is een Natura 2000-gebied, en dat betekent dat je hier niet zomaar wat kunt doen. Het is een uniek natuurgebied, en daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Voor je mag heien bijvoorbeeld, moet je eerst afweermiddelen inzetten zodat dieren de kans krijgen zich terug te trekken.’
‘En dat is nog maar het begin. Alles wat we hier doen, moet passen binnen de natuurlijke draagkracht van het gebied.’
Baken in het Wad: de Brandaris
Niet veel later word ik door Witting afgezet bij de Brandaris, de beroemde vuurtoren van Terschelling, waar medewerkers van Rijkswaterstaat de scheepvaart op de Waddenzee monitoren en begeleiden. Via een kleine lift stijgen we naar de top, waar verkeersleiders Jorrit Heemstra en Peter van de Linde ons ontvangen. Binnen is het druk: de Kustwacht heeft een technische storing en dus vangt de Brandaris extra meldingen op.
‘Onze taak is om de beroepsvaart veilig en vlot door het Waddengebied te loodsen’, vertelt Van de Linde. Elk schip meldt zich via de marifoon, met naam, aantal opvarenden en bestemming. Heemstra en Van de Linde zorgen ervoor dat de schepen veilig door de Waddenzee navigeren, soms met tientallen boten tegelijk in de buurt.
‘We geven informatie over de verschillende routes, wat belangrijk is als er bijvoorbeeld wordt gebaggerd of als het druk is.’
Op de schermen flitsen stippen voorbij; elk staat voor een schip. Van de Linde zit bij kanaal 4, de Centrale Meldpost Waddenzee. Vragen over de geulen, meldingen van dode dieren of andere opvallende zaken op het water komen bij hem binnen.
‘Maar ook tot aan een verdwaalde hond in de duinen’, lacht Peter. ‘Mensen weten ons goed te vinden. Vanaf hier hebben we zicht over een groot deel van de duinen en kunnen we dus goed meekijken, ook als er bijvoorbeeld een bosbrand is. Dan adviseren we hoe de brandweer het beste kan aanrijden.’
Aan het roer: kapitein Van IJsseldijk
Rond het middaguur stap ik aan boord van de grote veerboot ms Friesland voor de terugreis. Kapitein Wouter van IJsseldijk bereidt de vaart voor, terwijl de stuurman de auto’s naar hun plek wijst. Van IJsseldijk werkt sinds 1 jaar bij Doeksen, voorheen werkte hij bij Rijkswaterstaat op een betonningsvaartuig. ‘Ik ken het gebied goed,’ zegt hij. ‘Dat helpt enorm, omdat ik weet wat ik kan verwachten.’
Voor vertrek overlegt hij met zijn stuurman: hoeveel passagiers aan boord, hoeveel vracht, en via welke route? ‘Het is hoogwater, dus we nemen het Schuitengat. Deze route is korter en met hoog water goed te bevaren.’
2 routes
De overtocht naar Terschelling is mogelijk via 2 routes: via de Slenk of via het Schuitengat. De Slenk is de officiële veerbootroute en wordt door Rijkswaterstaat actief op diepte gehouden. Het is een stabiele route, maar wel iets langer dan de route door het Schuitengat. Het Schuitengat is korter en daardoor sneller.
Maar deze geul wordt niet onderhouden en is gevoeliger voor verzanding en wordt gebruikt als de omstandigheden gunstig zijn. Het weer is belangrijk, maar bijvoorbeeld ook de stroming, waterstanden, golven en het actuele verkeersbeeld in de vaarweg. Het Schuitengat kreeg in 2022 landelijke bekendheid door de tragische aanvaring tussen een snelveerboot en een watertaxi.
Sindsdien is veel aandacht besteed aan de veiligheid op deze vaarroute. Rijkswaterstaat heeft daarom in juni 2026 een tijdelijke snelheidsmaatregel ingesteld, waarbij op het Schuitengat voor alle schepen een maximale vaarsnelheid van 20 km/h geldt.
Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een structurele aanpassing van het verkeersbesluit om de regels voor het gebruik van deze vaarroute verder te verduidelijken.
De dynamiek van het Wad
De keuze tussen de 2 routes vraagt voortdurend afstemming en kennis van de actuele omstandigheden. Want het Wad beweegt. Door getij, stroming en wind veranderen de zandbanken en geulen voortdurend van vorm. Zonder onderhoud zouden delen van de vaargeul dichtslibben en onbruikbaar worden voor de veerboot.
Daarom wordt er in de Slenk regelmatig gebaggerd. Rijkswaterstaat werkt daarbij samen met aannemers om de route vrij te houden, het liefst met zo min mogelijk impact op de natuur. In het beschermde Waddengebied gelden strenge regels: er mag maar 1 geul actief worden gebaggerd en bepaalde technieken, zoals rainbowing, zijn hier verboden.
Onderweg blijven de lijnen open met de Brandaris. ‘We geven door via welke geul we gaan varen en hoeveel passagiers er aan boord zijn. De verkeersleiders vertellen ons vervolgens wat we onderweg kunnen verwachten en bij calamiteiten hebben ze gelijk alle informatie die belangrijk is.’
Wat de grootste uitdaging aan boord van de veerboot is? ‘Pleziervaart,’ zegt Van IJsseldijk. ‘Op drukke dagen is het krap en onderschatten ze soms hoe snel we zijn.’ Ook de wind speelt een rol. ‘Met een schip van bijna 70 m lang vang je behoorlijk wat wind.’ Toch valt de rust op aan boord. Geen stress, geen gejaag. Van IJsseldijk manoeuvreert beheerst tussen charters en zandbanken door.
Voet aan vaste wal
Terwijl de veerboot langzaam aanlegt en de passagiers zich naar de uitgang bewegen, zie je hoe alles op z’n plek valt. Mensen die het Wad kennen als hun broekzak, die werken met oog voor de natuur, en die ervoor zorgen dat het eiland verbonden blijft met het vasteland. Zodat u, zonder erbij stil te staan, 2 uur later voet aan wal zet. Alsof het vanzelf ging.