Samen puzzelen aan een bereikbaar Wilhelminakanaal
Hoe houd je een kanaal bereikbaar terwijl eraan wordt gewerkt? Die vraag staat centraal bij de vele projecten die de komende jaren op en rond het Wilhelminakanaal plaatsvinden. Rijkswaterstaat zoekt samen met bedrijven en overheden naar manieren om de hinder zo veel mogelijk te beperken.
De nieuwbouw van Sluis II lijkt voor sommigen misschien op zichzelf staand, maar maakt deel uit van een grotere opgave, vertelt Teun Ruijters, projectdirecteur bij Rijkswaterstaat.
‘Op en rond het Wilhelminakanaal komen de komende jaren verschillende projecten samen. Enerzijds gaat het om noodzakelijk onderhoud aan een kanaalstelsel dat al meer dan een eeuw oud is. Anderzijds om verbeteringen die de vaarweg toekomstbestendig maken.’
Veel werk op een klein stukje kanaal
Om te beginnen is er de nieuwbouw van Sluis II. Daarmee maken we het Wilhelminakanaal geschikt voor grotere schepen en wordt de bereikbaarheid van de Tilburgse bedrijventerreinen verbeterd. Verder voeren we regulier beheer en onderhoud uit aan het kanaal.
Ook werken we binnen het grootschalige Tilburg 3-project aan de renovatie van sluizen, bruggen en andere waterwerken in de Brabantse en Limburgse kanalen. Daarmee herstellen, moderniseren en onderhouden we tientallen sluizen, beweegbare bruggen en waterreguleringswerken zoals spuien, aflaatwerken en gemalen.
Verder worden duikers en sifons de komende jaren vervangen om de infrastructuur veilig en betrouwbaar te houden. De gemeente Tilburg werkt ondertussen aan de optimalisatie van Kraaiven-Loven, een belangrijke schakel voor de bereikbaarheid van de Tilburgse bedrijventerreinen. Daarmee komt er ruimte voor grotere schepen en krijgt de economie in het gebied een flinke impuls.
De uitdaging is dat al die werkzaamheden zich grotendeels in dezelfde periode afspelen. Op een relatief kort traject van het kanaal moeten meerdere projecten worden uitgevoerd, terwijl de scheepvaart zoveel mogelijk doorgang moet kunnen vinden. ‘We hebben de komende jaren heel veel werk te verstouwen op een klein stukje vaarweg,’ vertelt Ruijters.
‘Als je alle werkzaamheden achter elkaar uitvoert, bestaat het risico dat het kanaal jarenlang nauwelijks bruikbaar is. Dan hebben bedrijven vooral last van de projecten, terwijl we juist investeren om de vaarweg sterker te maken.’
Daar komt nog iets bij. Voor het Wilhelminakanaal bestaat geen volwaardig alternatief. Grote schepen kunnen niet eenvoudig via een andere route hun bestemming bereiken. Vooral de toegang via Sluis I bij Oosterhout is cruciaal. Een stremming op die plek raakt vrijwel alle gebruikers van het kanaal. Daarom besloten we de projecten niet afzonderlijk te bekijken, maar als 1 samenhangende opgave.
Van projectplanning naar gezamenlijke coördinatie
De aanleiding daarvoor ontstond toen duidelijk werd dat de renovatie van Sluis I een langdurige stremming zou vragen. Vanuit bedrijven, belangenorganisaties, de provincie en de gemeente Tilburg klonk de roep om breder naar de planning te kijken. ‘We zagen zelf ook al dat deze opgave te groot was om van project tot project te bekijken,’ merkt Ruijters op.
‘Als je de hinder wilt beperken, moet je de samenhang zoeken en de planning gezamenlijk bespreken.’ De opgave beperkt zich bovendien niet tot Tilburg. Terwijl de aandacht nu vooral uitgaat naar het Wilhelminakanaal, schuift die de komende jaren ook op richting de Zuid-Willemsvaart, waar eveneens omvangrijke werkzaamheden op stapel staan.
Zo ontstond er een overlegstructuur met Rijkswaterstaat, provincie Noord-Brabant, gemeente Tilburg, bedrijven en belangenorganisaties. Het doel: inzicht krijgen in elkaars belangen en samen zoeken naar oplossingen. Volgens Ruijters begint dat vooral met luisteren. ‘Er bestaat geen vast recept voor dit soort processen. Het gaat er in eerste instantie om dat je begrijpt wat een stremming voor verschillende partijen betekent. Pas daarna kun je kijken welke keuzes mogelijk zijn.’
Belangen afwegen
Dat leidt regelmatig tot lastige afwegingen. Zo onderzochten of werkzaamheden aan Sluis I en Sluis II gecombineerd konden worden. Op papier leek dat een logische keuze. In de praktijk bleek het ingewikkelder. Ruijters: ‘We hebben gekeken of we stremmingen konden samenvoegen, maar uit gesprekken met bedrijven bleek dat een verschuiving van de planning juist grotere economische gevolgen zou hebben. Dan moet je bereid zijn om je eigen aannames los te laten.’
Ook tussen bedrijven onderling lopen de belangen uiteen. Een containerterminal heeft andere behoeften dan een bedrijf dat werkt met zand- en grindstromen. Waar de ene ondernemer liever 1 korte, aaneengesloten stremming ziet, heeft een ander juist baat bij meerdere kortere periodes van hinder. ‘Je probeert alle belangen zo goed mogelijk mee te wegen, maar er bestaat geen oplossing die voor iedereen perfect is,’ aldus Ruijters. ‘Juist daarom is het belangrijk dat partijen met elkaar in gesprek blijven.’
Duidelijkheid boven alles
Wat bedrijven volgens Ruijters vooral waarderen, is duidelijkheid. Dat bleek ook uit gesprekken die er eerder waren over de nieuwbouw van Sluis II. ‘Een ondernemer kan zich voorbereiden op een stremming, maar dan moet de planning wel betrouwbaar zijn. Bedrijven passen hun logistiek, voorraden en transportstromen daarop aan. Dan wil je niet dat een planning steeds verandert.’
Die betrouwbaarheid ziet hij als een belangrijke verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. ‘Als overheid moeten we zorgvuldig omgaan met verwachtingen. Dat betekent dat we alleen toezeggingen doen waarvan we weten dat we ze kunnen waarmaken.’
Investeren in de toekomst
Hoewel stremmingen vaak de meeste aandacht krijgen, wil Ruijters ook het grotere verhaal benadrukken. De werkzaamheden zijn immers geen doel op zich, maar een investering in de toekomst van de regio. ‘Als we deze projecten niet uitvoeren, is er ook geen hinder. Maar dan verbeteren we het kanaal ook niet. Het feit dat we werken aan onderhoud en uitbreiding, laat zien hoe belangrijk deze vaarweg is voor Brabant.’
De nieuwbouw van Sluis II speelt daarin een belangrijke rol. Samen met andere projecten langs het Wilhelminakanaal draagt de nieuwe sluis bij aan een beter bereikbare regio, meer mogelijkheden voor vervoer over water en een sterkere positie van de Tilburgse bedrijventerreinen.
Dat biedt kansen voor economische groei en voor een duurzamer transportsysteem, waarbij meer goederen over water worden vervoerd. De puzzel is daarmee nog niet gelegd. Ook de komende jaren blijft afstemming nodig. Toch heeft Ruijters vertrouwen in de gekozen aanpak.
‘Door vroegtijdig samen te werken, belangen serieus te nemen en transparant te zijn over de keuzes die we maken, kunnen we de hinder niet wegnemen, maar deze wel zo goed mogelijk beheersen. Uiteindelijk doen we dit allemaal met hetzelfde doel: een Wilhelminakanaal dat bereikbaar blijft tijdens de werkzaamheden en klaar is voor de scheepvaart van morgen.’