Varkens helpen bij aanpak Japanse duizendknoop langs het Amsterdam-Rijnkanaal
Langs het Amsterdam-Rijnkanaal pakken we de Japanse duizendknoop op een bijzondere manier aan. Sinds januari 2025 zetten we bij de Noordersluis in Nieuwegein varkens in. Zij helpen om deze hardnekkige, invasieve plant terug te dringen. Met deze proef onderzoeken we of een natuurlijke aanpak kan bijdragen aan veilig en duurzaam groenbeheer.
Een taaie tegenstander
De Japanse duizendknoop groeit snel en kan tot 3 m hoog worden. Onder de grond vormt de plant sterke wortelstokken. Daardoor verdringt hij andere soorten. Maaien of uitgraven is vaak lastig en duur. Zelfs een klein stukje wortel kan weer uitgroeien tot een nieuwe plant. ‘Het is een soort die je er niet zomaar uit haalt,’ zegt Coen van Tuijl, assetmanager Ecologie en Natuurbeheer bij Rijkswaterstaat. ‘Als je de plant beperkt verstoort, kan dat zelfs averechts werken.’
De Japanse duizendknoop zorgt ook voor extra werk bij beheer en onderhoud. Het bestrijden van deze plant kost meer tijd, geld en materieel dan het onderhouden van inheemse beplanting. Ook het onderhoud van oevers wordt lastiger, vooral bij oevers met een waterkerende functie. In de winter sterven de stengels af. Daardoor blijven soms kale plekken in de begroeiing achter. Als de bovenste laag grond daardoor wegspoelt of erodeert, moet de oever opnieuw worden hersteld.
Natuurlijke bestrijding met ‘Oerwroeters’
Om die reden wordt bij de Noordersluis een alternatieve aanpak toegepast. Rijkswaterstaat werkt hier samen met Coen Landheer, oprichter van Oerwroeters. Een bedrijf dat varkens inzet voor natuur- en terreinbeheer. De dieren leven buiten en behouden hun natuurlijke wroetinstinct.
‘Onze varkens zijn geselecteerd op robuustheid en buitenleven,’ vertelt Landheer. ‘Ze eten het bovengrondse deel van de duizendknoop, maar belangrijker nog: ze wroeten de bodem om en pakken ook de wortels aan.’ Juist dat wroeten maakt deze aanpak interessant. Waar maaien vooral het zichtbare deel verwijdert, helpen de varkens om de wortelstokken in de toplaag van de bodem bloot te leggen en te reduceren.
Van Tuijl ziet daarin een waardevolle aanvulling op bestaande methoden. ‘Het is geen wondermiddel dat de plant in een keer laat verdwijnen. Maar als eerste stap in een langdurige bestrijding kan het zeer effectief zijn. De bodem wordt losgemaakt en nazorg, bijvoorbeeld het handmatig verwijderen van resterende scheuten, wordt daardoor eenvoudiger.’
Terug naar een niet-dominant niveau
Het doel is duidelijk: de Japanse duizendknoop terugbrengen naar een niet-dominant niveau. Dat betekent dat de plant misschien nog voorkomt, maar niet langer het beeld en de biodiversiteit bepaalt.
‘Voorheen was het terrein vrijwel volledig overwoekerd,’ licht Van Tuijl toe. ‘Dan is het praktisch onmogelijk om gericht nazorg te plegen. Door de inzet van de varkens ontstaat een situatie waarin andere soorten weer ruimte krijgen. Die verschuiving is belangrijk voor het herstel van een gevarieerde vegetatie en een gezonder ecosysteem.
De eerste resultaten zijn positief. ’Waar eerst een gesloten groene massa stond, zie je nu open plekken en blootgelegde wortels,’ zegt Landheer. ‘Dat is precies wat we willen bereiken.’
Meer ruimte voor biodiversiteit
Het wroeten zorgt voor meer dynamiek in de bodem. De grond wordt belucht en organisch materiaal wordt gemengd. Zo ontstaat ruimte voor andere planten, insecten en bodemleven. ‘Een terrein dat jarenlang door duizendknoop is gedomineerd, kent vaak weinig variatie,’ zegt Van Tuijl.
‘Door verstoring en herstel ontstaat weer ruimte voor andere planten, insecten en bodemleven.’ Een graslandvegetatie biedt ecologisch gezien aanzienlijk meer waarde dan een monocultuur van invasieve exoten.
Veiligheid en dierenwelzijn voorop
We bereiden de inzet van dieren zorgvuldig voor. De varkens worden dagelijks gecontroleerd en krijgen aanvullend voer. Met mobiele rasters behandelen we delen van het terrein stap voor stap.
‘Veiligheid en welzijn staan altijd voorop,’ benadrukt Landheer. ‘Als omstandigheden daarom vragen, verplaatsen we de dieren. Daarnaast onderhouden we intensief contact met Rijkswaterstaat en de omgeving.’
Innovatie in het onzichtbare werk
Voor Rijkswaterstaat is het project meer dan een proef met een nieuwe techniek. Het maakt zichtbaar dat groenbeheer een volwaardig onderdeel is van het beheer en onderhoud van infrastructuur.
‘Veel van dit werk gebeurt buiten beeld,’ besluit Van Tuijl. ‘Maar het heeft direct effect op veiligheid, leefomgeving en biodiversiteit. Deze pilot laat zien dat we met een open blik zoeken naar oplossingen die duurzaam en innovatief zijn.’ Met de samenwerking wordt stap voor stap gewerkt aan het herstel van het terrein. Niet met brute kracht, maar met een natuurlijke bondgenoot die al eeuwenlang doet waar hij goed in is: wroeten.