Tussen sluisdeuren en zwaluwnesten: het werk van ecoloog Gerben Haasnoot
De ochtendzon schittert op het water bij de Reevesluis, in de randmeren bij Kampen. Boten varen voorbij en een enkele fietser passeert de dijk. Maar voor ecoloog Gerben Haasnoot van Rijkswaterstaat is er veel meer te zien. Hij let op vogels, nesten en sporen van dieren langs de waterkant. ‘Het is hier een rustige plek, dus er zitten best veel vogels’.
Haasnoot scant de oevers af naar iets wat opvalt: een bosje takjes en mos in een hoekje, opgehoopt tegen een paal. Is dat aangespoeld, of is dat een nest? ‘Eigenlijk hebben vrijwel alle sluizen en bruggen plekken waar heel weinig mensen komen. Daardoor maken vogels daar graag hun nest.’
Een zwaluwnest in de sluis
De ecoloog loopt naar de technische ruimte van de sluis, waar een mechanische arm de sluisdeuren in beweging brengt. In het voorjaar van 2026 ontdekte de aannemer daar een boerenzwaluwnest op de bekabeling tegen de wand. Een 2e nest zit boven de deur, aan de buitenkant.
Normaal houden rubberen flappen de opening van de ruimte dicht, maar door een beschadiging van de flappen konden de vogels naar binnen. Haasnoot vertelt dat er in de technische ruimte nauwelijks kan worden gewerkt zolang de nesten in gebruik zijn. Kort onderhoud van maximaal een half uur en ingrijpen bij calamiteiten blijven wel mogelijk. Ook kunnen schepen de sluis gewoon blijven gebruiken; daaraan zijn de vogels gewend.
‘Een deel van het onderhoudswerk moet wachten tot de vogels zijn uitgevlogen’, vertelt Haasnoot. De komende tijd denkt hij mee over een oplossing voor de langere termijn. Voor het groot onderhoud later in 2026 hebben de nesten overigens geen gevolgen.
Een nieuwe plek voor de zwaluwen
Om een vergelijkbare situatie in de toekomst te voorkomen, zet Rijkswaterstaat in op een blijvende oplossing. Alleen de beschadigde flappen vervangen is volgens Haasnoot onvoldoende: bij een volgende vorstperiode kunnen ze opnieuw beschadigd raken. Daarom kijkt hij naar andere manieren om de opening af te sluiten, bijvoorbeeld met zwaardere flappen of steviger materiaal.
Ook voor het nest boven de deur ziet hij mogelijkheden. Een steile plank boven de lamp of pinnen kunnen voorkomen dat vogels daar opnieuw gaan zitten. ‘Op het moment dat we nestplekken weghalen, zorgen we ervoor dat de vogels ergens anders kunnen nestelen. Dat helpt te voorkomen dat de zwaluwen opnieuw een plek zoeken in de technische ruimte.’
Van bureau naar buiten
Veel van het werk van Haasnoot begint niet buiten, maar achter zijn bureau. Voordat een aannemer ergens aan de slag gaat, beoordeelt Haasnoot het ecologisch werkprotocol van die klus. Daarin staat welke planten en dieren er voorkomen op die locatie en welke maatregelen nodig zijn om ze niet te verstoren. Pas als Haasnoot het protocol inhoudelijk heeft goedgekeurd, kan het werk beginnen.
Die ecologische werkprotocollen kunnen heel concreet zijn. Zo wordt er bij de Lorentzbruggen soms ’s nachts gewerkt om hinder voor de scheepvaart te beperken. Omdat de bestaande verlichting dan niet voldoende is om veilig te werken, mag de aannemer extra werkverlichting gebruiken.
Volgens het protocol mag het licht dan alleen op de directe werkplek van de aannemer schijnen, niet op het water of de oevervegetatie. En zodra er niet wordt gewerkt, gaat de werkverlichting uit. Op die manier worden vleermuizen zo min mogelijk gestoord.
Geen plek is hetzelfde
Wat het werk voor Haasnoot interessant maakt, is dat de basis van zijn werk hetzelfde blijft, maar de inhoud steeds verschilt. Soms leidt zijn advies tot een zichtbare oplossing, zoals een vleermuiskast onder een brug of een nestkast voor een torenvalk.
Soms is de oplossing minder opvallend, bijvoorbeeld een stukje oever dat bewust niet wordt gemaaid. ‘Als je iets kunt bedenken waarbij de natuur er ook echt op vooruitgaat, is dat het leukste resultaat.’
Wist u dit al over de Reevesluis?
De Reevesluis:
- ligt in het Drontermeer, op de grens van Dronten en Kampen, en is sinds 2019 in gebruik
- bestaat uit 3 onderdelen: een schutsluis voor de scheepvaart, een spuisluis voor de waterafvoer en een vispassage
- voert bij hoogwater IJsselwater via het Reevediep af naar het Drontermeer en beschermt zo de omgeving van Kampen
- is een populaire verbinding voor vaarweggebruikers, fietsers en wandelaars
- is duurzaam gebouwd, met stalen in plaats van betonnen wanden en deels met gerecycled beton
- is modulair opgebouwd, zodat de sluis later eenvoudig gedemonteerd en gerecycled kan worden