Quickscan uit 2021 actueler dan ooit: impact van datacenters in Nederland
De komende jaren worden er in Nederland 7 nieuwe megagrote datacenters bijgebouwd en er staan er nog 4 op de planning, aldus de Dutch Datacentra Association (DDA).
Bij omwonenden en politiek stuit dit op steeds meer verzet vanwege de grote energievraag, de belasting van het stroomnet, de behoefte aan koelwater en de impact op de ruimtelijke kwaliteit.
In 2021 voerde het team Strategische Verkenningen een quickscan uit naar de impact van het groeiend aantal datacenters in Nederland. Wat zijn onze bevindingen nu, 5 jaar later?
Groeiend dataverkeer
In 2021, de coronaperiode, was online video-vergaderen de manier om met de lockdowns om te gaan. Dit leidde tot een snelle groei van het dataverkeer, die ook in de quickscan werd opgemerkt. Onduidelijk was toen of online vergaderen na corona zou doorzetten.
De snelle opkomst van Artificial Intelligence (AI) en machine learning in de afgelopen jaren heeft echter het totale dataverkeer nog veel sneller doen toenemen dan toen werd voorzien.
Groeiend energiegebruik
Het energiegebruik groeide evenredig. In de quickscan uit 2021 werd, op basis van toen beschikbare gegevens over 2019, uitgegaan van een aandeel van datacenters van 2,7% van het totale elektriciteitsgebruik in Nederland.
Volgens het CBS bedroeg dit aandeel in 2021 ongeveer 3,3% en is dit in 2026 inmiddels doorgegroeid naar ruim 4,5%. Een prognose van Tennet is dat dit de komende jaren verder kan doorgroeien naar 10-15% in 2030.
De energievraag van grootschalige datacenters, hyperscalers, kan vergelijkbaar zijn met die van een middelgrote Nederlandse gemeente. Een gepland datacenter in Lelystad zal naar verwachting zelfs bijna 2 keer zoveel elektriciteit verbruiken als alle burgers en bedrijven in de gemeente samen.
Meer waterkoeling
De snelle groei van het dataverkeer door AI drijft ook de vraag naar koeling van de servers op. Omdat waterkoeling efficiënter is dan luchtkoeling werd in de quickscan een verschuiving voorzien van luchtkoeling via hybride (lucht-water) koelsystemen naar volledige waterkoeling.
Sinds 2021 heeft die verschuiving inderdaad steeds meer plaatsgevonden. Maar meer waterkoeling betekent niet per definitie evenredig meer watergebruik. Slimme gesloten circuit-systemen waren in 2021 nog een specialistische oplossing. Maar sinds 2024 is dit steeds meer mainstream geworden voor hyperscale datacenters.
Voor de koeling van datacenters in Nederland wordt jaarlijks maximaal 1 miljoen kuub drinkwater gebruikt, volgens cijfers van het CBS. Maar schoon drinkwater is in ons land steeds vaker een schaars goed. Vitens heeft dan ook besloten dat nieuwe datacenters in zijn voorzieningsgebied geen aansluiting meer krijgen.
In perioden van ernstige droogte treedt in Nederland een verdringingsreeks voor de waterverdeling in werking. Datacenters behoren hierin tot de laagste categorie. Daarom kijken zij steeds meer naar alternatieven, zoals industriewater, gezuiverd afvalwater of regenwater. Google past dit bijvoorbeeld al toe in de Eemshaven.
Regie op ruimtelijke ontwikkeling
Datacenters zijn zeer grote gebouwen met de uitstraling van gesloten dozen. Ze passen vaak niet goed bij de identiteit van het landschap. Vanaf 2021 klinkt de roep steeds luider om meer centrale regie op de locatiekeuze en ruimtelijke inpassing van datacenters.
Dit heeft ertoe geleid dat in 2023 in het Besluit Kwaliteit leefomgeving is vastgelegd dat gemeenten niet meer zelfstandig mogen besluiten over de bouw van grootschalige datacenters.
Datacenters zijn hiermee een van de eerste sectoren waarvoor zo’n centrale regie wettelijk is vastgelegd. Voor de bouw van de 7 eerdergenoemde hyperscalers kwam dit overigens te laat. Hiervoor waren de vergunningen al afgegeven.
Concluderend
We gaan meer horen over datacenters. Want de zeer grote energievraag vertaalt zich in de noodzaak van meer (ruimte voor) opwek van energie op zee en op land, meer kabels, meer discussies over voorrang bij volle stroomnetten of watertekorten. 5 jaar geleden hadden we die impact nog niet zo scherp met elkaar voor ogen. Nu wel? En wat doen we daarmee?