Minder koper, langere levensduur
Bij de renovatie van tunnels komt allerlei materiaal vrij: kabels, camera's, ventilatoren, schakelkasten. Wat gebeurt daarmee, en hoe zorg je ervoor dat je straks minder materiaal nodig hebt? Johan Naber, die vanuit programma Project Tunnelrenovaties Zuid-Holland (PTZ) betrokken is bij de ombouw van onder meer de Noordtunnel, vertelt erover.
Wat is de grootste uitdaging in je werk?
‘Ik ben adviseur tunneltechnische installaties en ombouw. Mijn focus ligt op de installaties in de tunnelbuizen en op de ombouwstrategie: hoe zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk nieuw materiaal naar binnen hoeft? Omdat we kiezen voor hinderbeperking, is er ook gekozen voor parallel ombouwen. Dat betekent dat oude installaties blijven werken totdat de nieuwe gebouwd en getest zijn.’
‘En dat maakt dat we tijdelijk veel meer ruimte nodig hebben. Daarom was er de noodzaak om een ontwerp te maken met minder kabels. Duurzaamheid in dit project is een waardevolle bijvangst van een probleem dat we sowieso moeten oplossen: ruimtegebrek.’
Je werkte eerder aan de Heinenoordtunnel. Welke lessen nemen jullie mee naar de Noordtunnel?
‘Bij de Heinenoordtunnel stonden we onder flinke tijdsdruk. Er was weinig ruimte om materiaal zorgvuldig te scheiden voor recycling, waardoor spullen relatief ongesorteerd de container in gingen. Het recyclingbedrijf wist er nog wel wat uit te halen, zoals koperkabels, maar de belangrijkste les was: we moeten meer tijd nemen voor deze fase.’
‘Bij de Noordtunnel proberen we dat nu toe te passen. De bulk van het materiaal komt pas vrij in de zomer van 2028, en we zoeken bewust ruimte in de planning om dat goed te doen. Materiaal dat uit de tunnel komt, gaat via een milieupleintje waar gericht wordt gesorteerd en gerecycled. Ook apparatuur die we willen behouden voor hergebruik, hebben we al vooraf aangewezen.’
Wat gebeurt er concreet met materiaal dat uit de tunnel komt?
‘Sommige apparatuur is direct herbruikbaar. Camerasystemen bijvoorbeeld: exact dezelfde types gebruiken we in veel andere tunnels, dus die gaan na een schoonmaakbeurt als reserveonderdeel de plank op. Ook een aantal grote tunnelbuisventilatoren houden we achter de hand voor andere tunnels.’
‘Voor materiaal dat we niet zelf kunnen hergebruiken, is een gespecialiseerd bedrijf ingehuurd. Dat bedrijf kijkt via het milieupleintje naar een zo hoogwaardig mogelijke herbestemming, en anders naar hoogwaardig recyclen. Accu's gaan bijvoorbeeld naar de juiste verwerker en kabels worden zo ontleed dat koper en pvc apart en passend verwerkt worden.'
'Sommige materialen, zoals kabels met verouderde pvc-achtige mantels, halen we bewust uit de markt in plaats van ze te laten hergebruiken. Die mogen simpelweg niet meer terugkomen.’
Er ligt veel koper in de Noordtunnel. Hoe wordt dat hergebruikt?
‘De waarde van het koper komt in ieder geval terug. Of kabels heel blijven en worden opgerold voor hergebruik, of dat de koper er machinaal uitgehaald wordt, hangt af van de praktijk. Oprollen kost veel arbeidsuren.'
'En lang niet elke kabel heeft een maat waar elders vraag naar is. Vaak is machinale verwerking dan ook goedkoper en praktischer. Het teruggewonnen koper wordt overigens weer gebruikt bij het maken van nieuwe kabels. Sommige leveranciers geven zelfs korting als je oud koper inlevert bij een nieuwe bestelling.’
‘De grootste winst zit wat mij betreft niet in het recyclen van koper, maar in het simpelweg minder nodig hebben ervan. Binnen PTZ hebben we gekozen voor een andere opbouw van de installaties, met glasvezel en lokale elektronica in plaats van talloze lange kabels naar 1 centrale schakelkast. Daardoor komt er straks nog maar zo'n 40% van de huidige hoeveelheid kabel terug. Dat scheelt niet alleen koper, maar ook ruimte.’
Geldt die aanpak alleen voor de Noordtunnel of voor alle renovaties die nog komen?
‘Nee, dit passen we vanaf nu toe bij alle tunnels binnen het programma. Samen met het Centrum Ondergronds Bouwen, een netwerk van ingenieurs, aannemers, leveranciers en Rijkswaterstaat, hebben we gewerkt aan meer uniformiteit en standaardisatie.’
‘We maken bijvoorbeeld gebruik van het repeterende karakter van de hulppostkasten en vluchtdeuren: om de 50 m creëren we een aansluitpunt voor energie en communicatie, de zogenoemde “Servicehubs”. Zo ontstaat elke 50 m een uniforme sectie die wordt herhaald. Dat maakt renovaties voorspelbaarder en sneller uit te voeren.’
Bestaan er nog misvattingen over duurzaam renoveren, die je recht zou willen zetten?
‘2 eigenlijk. Ten eerste: mensen denken vaak dat materiaal binnen dezelfde tunnel simpelweg hergebruikt kan worden. Omdat we parallel ombouwen, moet het oude systeem dus in bedrijf blijven tot het nieuwe werkt. Hergebruik binnen dezelfde tunnel is daardoor eigenlijk niet mogelijk. Hergebruik tussen tunnels gebeurt mondjesmaat, maar loopt vaak vast op nieuwe eisen en andere apparatuur.’
‘Ten tweede: de milieukostenindicator, die de milieu-impact van materialen, producten en projecten in euro’s uitdrukt, werkt goed voor beton en asfalt, maar is voor elektronica nauwelijks toepasbaar. Van een camera is bijvoorbeeld amper te herleiden hoeveel schaarse grondstoffen erin zitten, zoals hoeveel microgram tantaal.'
'Wat ik daarnaast jammer vind, is dat we steeds meer overgaan op ICT-achtige installaties die na een jaar of 7 verouderd zijn, terwijl oudere, degelijkere techniek soms wel 30 jaar meegaat. Digitalisering is niet per se duurzamer, ook al voelt dat vaak zo.’