Dijkversterking Marken: hoe waterveiligheid en natuur hand in hand gaan
Hoe zorg je ervoor dat een grote dijkversterking samengaat met het behoud van natuur? Volgens ‘Merekers’ Dirk Kaars en Jaap Visser draait het vooral om kunnen meedenken en goed samenwerken.
Vanuit de werkgroep Natuur en Milieu van de Eilandraad waren zij bijna 10 jaar betrokken bij de plannen. Nu het grootste deel van het werk klaar is, kijken zij terug op wat dat heeft opgeleverd voor Marken.
In het voorjaar, vlak voor het broedseizoen, zie je ze op zaterdagochtenden in hun tractor door de weilanden rijden: de vrijwilligers van de werkgroep Natuur en Milieu. Hun aanhangwagens vol schelpenbedden om daarmee in de plasdras rustige broedplekken aan te leggen voor de visdieven.
Ook Visser en Kaars dragen hun steentje bij aan een van de meest succesvolle broedgebieden voor beschermde soorten: Marken. ‘Hun’ eiland waar ze geboren en getogen zijn, waar ze grutto’s horen roepen, de schapen in de wei zien staan en waar ze zich jaren hebben ingezet voor de natuur tijdens de grote dijkversterking.
‘We wilden natuur als integraal onderdeel van het ontwerp. Daarom zijn we vroeg aangehaakt: niet om dwars te liggen, maar om het maximale eruit te halen’, zegt Visser.
Een eiland als levende biotoop
Marken ligt midden in een Natura 2000-gebied. Het open water, natte weilanden en de geïsoleerde ligging maakt Marken tot een magneet voor vogels en andere dieren. Hier broeden talloze grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs. In de Gouwzee overwinteren grote groepen watervogels en in de dijktaluds en slootkanten houdt de ringslang zich schuil.
Om dit soort vogels te beschermen maakt de landelijke plattelandsnatuurvereniging Water, Land & Dijken afspraken met boeren over aangepast beheer. Zo ook op Marken. Boeren stellen hier al enkele jaren het maaien uit tijdens het broedseizoen en houden hun land langer nat. In ruil daarvoor ontvangen zij een vergoeding.
Kaars: ‘Vogels krijgen hier dus de rust en tijd om hun jongen groot te brengen. Vandaar het grote aantal dat ons eiland weet te vinden. En omdat de afspraken per perceel verschillen, ontstaat een afwisselend landschap waar verschillende soorten vogels van profiteren. En dat is goed voor de biodiversiteit.’
Meekoppelkansen
Toen de plannen voor dijkversterking in zicht kwamen, waren er eerst zorgen. Want een groot bouwproject langs de dijk, dat kon ringslangen verdrijven, broedplaatsen vernietigen en de rust op het eiland ernstig verstoren.
Door samen te werken met onder meer Rijkswaterstaat en aannemerscombinatie Hof op Marken werden die zorgen deels omgezet in zogeheten meekoppelkansen. Dit zijn maatregelen in het project die niet strikt noodzakelijk zijn voor de waterveiligheid, maar die wel bijdragen aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van natuur of recreatie.
Volgens Kaars is de oeverzwaluwwand bij de Bukdijk daarvan een mooi resultaat: ‘Daar kunnen oeverzwaluwen straks veilig nestelen. Er is ook een kijkhut waar bewoners de vogels kunnen bekijken zonder ze te storen.’
Verder zijn langs de binnenkant van de dijk op 3 plekken natuurvriendelijke oevers aangelegd. Die bieden rust en voedsel voor amfibieën en watervogels. En in het Markermeer liggen nieuwe luwtestructuren: beschutte plekken naast de dijk waar vissen kunnen schuilen en waar langzaam nieuwe waterbiotoopjes kunnen ontstaan met waterplanten, visjes en kleine waterdieren zoals kikkers en salamanders.
De ringslang
Vanwege de beschermde status en de daarbij behorende regels was er voor de ringslang extra aandacht. Zo waren er tijdens de dijkwerkzaamheden diverse voorzieningen om de dieren te beschermen, zoals een ecoscherm en overwinteringsbakken.
Nu de werkzaamheden in volle gang zijn, worden er in de dijk speciale overwinteringsplekken gemaakt. En Rijkswaterstaat legt zogeheten ‘ringslanghotels’ aan: broeihopen van plantenresten en mest en waar ze hun eieren achterlaten.
Zorgen van gisteren en morgen
Over het algemeen gaat het dus goed met de natuur op Marken. Maar Visser en Kaars zijn niet zorgenvrij. Zo is het niet duidelijk wat de dijkwerkzaamheden precies hebben betekend voor de vogelstand.
Kaars: ‘Nieuwe tellingen moeten dat laten zien.’ Ook het, waarschijnlijk door de opwarming, toenemende aantal ganzen is een probleem. ‘Die eten veel gras weg, waardoor er minder geschikt broedgebied overblijft voor weidevogels.’ De grootste zorg is echter de drukte op en rond de dijk.
Visser: ‘Het nieuwe kruinpad is breed en fraai bestraat. Prachtig voor wandelaars. Maar dit trekt mogelijk ook fietsers en scooters aan. En zo’n breed pad nodigt nou eenmaal uit tot snelheid.’ Daarnaast kunnen loslopende honden en mensen die van de dijk afgaan verstoring veroorzaken. Vooral in het broedseizoen is dat schadelijk voor vogels. De werkgroep heeft al borden geplaatst met de oproep boven op de dijk te blijven.
Doorgaan met beheer
Visser en Kaars zijn tevreden over wat er is bereikt, maar benadrukken dat goed beheer nodig blijft. In de toekomst wordt het onderhoud van de dijk en alle natuur die daarbij hoort overgedragen aan het hoogheemraadschap. Volgens hen is het belangrijk om daarmee duidelijke afspraken te maken, zodat de aandacht voor natuur niet verdwijnt. Alleen dan blijven de resultaten van de afgelopen jaren behouden voor Marken.