Opgroeien, werken en trouwen op Sluis III. Hoe zou dat zijn?
Henk Unk, oud-sluismeester van Sluis III, werd geboren op de sluis. Hij heeft er jaren gewoond en gewerkt. Er is waarschijnlijk niemand die de sluis beter kent dan hij.
Unk bladert door foto’s, logboeken en oude kranten uit zijn eigen collectie. Hij laat een foto zien: ‘Kijk, daar staan we dan, midden op de sluisdeuren,' lacht hij.
Op elk sluisje een huisje
Dat Unk werd geboren op de sluis, was geen toeval. ‘Mijn vader en mijn grootvader waren beiden sluismeester,' legt hij uit. Destijds was het heel normaal dat de sluismeester bij de sluis woonde. Hij moest dag en nacht beschikbaar zijn om schepen door te laten.
Hij wijst naar een afbeelding van de sluis. ‘Sluis III is een bajonetsluis.’ Dit type sluis heeft een verbrede schutkolk. Dat is het afgesloten stuk tussen de sluisdeuren. Hierdoor zit er een kleine knik in de sluis. Direct naast die knik staat een huisje. ‘Dat was het huis van mijn vader.’
Opgroeien op de sluis
Volgens Unk is opgroeien op de sluis niet altijd even leuk. Er zijn weinig andere kinderen om mee te spelen. ‘Na een tijdje kende ik alle boten en wist ik precies op welke boot kinderen zaten met wie ik kon spelen,' vertelt Unk.
Het sociale leven van een sluismeester beperkte zich grotendeels tot de omliggende sluizen. Veel sluismeesters waren ook familie van elkaar. Dat zorgde soms voor bijzondere situaties: ‘Bij familiegelegenheden, zoals bijvoorbeeld een uitvaart, gingen alle sluizen gewoon dicht.’
3 generaties sluismeesters
Het lag voor de hand dat Unk ook op de sluis zou gaan werken. ‘En dat wilde ik ook heel graag,' legt hij uit. Hij had natuurlijk al een uitgebreide vooropleiding gehad van huis uit, maar Unk kon niet zomaar sluismeester worden.
‘Nee, eerst moest ik nog in militaire dienst,' vertelt hij. ‘Daarna heb ik niet meer op de sluis gewoond.’
Het huis van de sluismeester is, net als de sluis, eigendom van Rijkswaterstaat. ‘En tegen die tijd wilde ik zelf een huis kopen.’
Unk heeft veel mooie herinneringen aan het sluishuis, dat inmiddels een monument is. Op de tafel ligt een oude, vergeelde krant. ‘Hier staat mijn vader voor het sluishuis,' zegt hij. Vervolgens laat hij nog een andere foto zien van hemzelf, voor hetzelfde huis. ‘Zo vader, zo zoon, zeggen we dan!’
Werken op afstand
Inmiddels worden sluizen al lang niet meer op locatie bediend. ‘Eerst werkte ik op de bedieningscentrale in Oosterhout en daarna in Tilburg,' vertelt hij. Volgens Unk is dit een totaal ander vak.
‘Ik vond het bijzonder om te leven bij de sluis. Dit maakte dat je echt in contact stond met de sluis en de mensen die door de sluis voeren.’
Hij vond het werken op de sluis altijd heel leuk, maar hij begrijpt ook waarom de sluizen nu op afstand worden bediend. ‘Je kunt zo veel efficiënter te werk gaan. Daarbij was het op kantoor ook altijd gezellig,' lacht hij.
Unk vertelt dat hij ervan genoot om de volgende generatie sluismeesters te zien groeien in het vak. ‘Er waren ook opeens een stuk meer collega’s. Dat maakt het werk natuurlijk ook leuk.’
Hoewel Unk inmiddels gepensioneerd is, blijft hij betrokken bij de sluis. Hij komt nog regelmatig langs om advies te geven of om even gezellig te buurten. ‘Ik blijf natuurlijk nieuwsgierig naar wat er gebeurt in mijn omgeving. Dat raak ik nooit meer kwijt.’