Nieuwsbericht

Eikenprocessierups: zo beperken we de hinder

Gepubliceerd op: 18 mei 2026, 11.47 uur - Laatste update: 18 mei 2026, 11.55 uur

Langs het Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal en Lekkanaal bestrijdt Rijkswaterstaat de eikenprocessierups. Dat is nodig, omdat de brandharen gezondheidsklachten kunnen veroorzaken.

Met een combinatie van natuurlijke vijanden en gerichte maatregelen op drukbezochte locaties wordt geprobeerd de overlast voor mens en dier zoveel mogelijk te beperken. Volledig voorkomen is echter niet realistisch.

Wat is de eikenprocessierups en waarom bestrijden?

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder en komt vooral voor in eikenbomen. In het voorjaar ontwikkelen de rupsen brandharen. Deze brandharen kunnen bij mensen en dieren klachten veroorzaken zoals jeuk, huidirritatie en luchtwegproblemen. De brandharen zijn microscopisch klein en worden gemakkelijk door de wind verspreid. Daardoor kan ook in aangrenzende gebieden overlast ontstaan.

De periode waarin klachten kunnen optreden loopt van het voorjaar tot in het najaar, met een duidelijke piek in mei en juni. In deze maanden zijn de nesten het grootst en worden ze actief bestreden.

Een extra uitdaging is dat de brandharen lang actief blijven, soms wel tot 7 jaar na uitvliegen. Ze verspreiden zich makkelijk door de wind en bijvoorbeeld bij het maaien van gras. Ook groeien de rupsen snel en vervellen ze meerdere keren. Daardoor kunnen er na een paar weken alweer nieuwe nesten ontstaan, zelfs op plekken die eerder zijn schoongemaakt. Dit maakt de bestrijding lastig en vraagt om blijvende aandacht.

Ecologische aanpak

We kiezen voor een aanpak die past binnen de natuurlijke omgeving. Langs het Amsterdam-Rijnkanaal zijn daarom honderden nestkasten geplaatst, gericht op het aantrekken van koolmezen. Deze vogels spelen een belangrijke rol als natuurlijke vijand van de eikenprocessierups. Koolmezen voeren hun jongen vooral rupsen. Eén jong eet al snel honderden rupsen voordat het uitvliegt.

De nestkasten hangen op ruime afstand van elkaar, zodat de vogels genoeg ruimte hebben. Zo is de kans groter dat er meer jongen opgroeien en dus meer rupsen worden gegeten.

Deze aanpak helpt om de natuur in balans te houden. Toch is dit alleen niet genoeg om alle overlast te stoppen.

Aanvullende maatregelen in de praktijk

Op plekken waar veel mensen komen en de overlast het grootst is, worden aanvullende maatregelen genomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor fiets- en wandelroutes langs kanalen. Hier worden de nesten actief verwijderd door ze op te zuigen met speciaal materieel.

Deze werkzaamheden zijn intensief en vragen om een nauwkeurige werkwijze. Eerst worden locaties gemonitord om vast te stellen waar de grootste concentraties zich bevinden. Op basis daarvan wordt bepaald waar inzet het meest nodig is. Vervolgens gaan teams aan de slag met gespecialiseerde apparatuur, waarmee nesten op hoogte kunnen worden verwijderd.

Het werk vereist beschermende kleding en strikte veiligheidsmaatregelen, omdat de brandharen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Medewerkers werken in korte diensten om blootstelling te beperken en wisselen elkaar regelmatig af. Tegelijkertijd wordt met behulp van camera’s en visuele inspectie nauwkeurig gewerkt om zoveel mogelijk nesten effectief te verwijderen.

Balans tussen mens, natuur en veiligheid

De gekozen aanpak laat zien dat bestrijding verder gaat dan alleen het verwijderen van nesten. Het draait om het vinden van een balans tussen veiligheid voor gebruikers van de omgeving en respect voor de natuurlijke processen.

Chemische bestrijdingsmiddelen worden bewust niet ingezet, omdat deze ook andere insecten en dieren kunnen schaden. In plaats daarvan ligt de focus op duurzame oplossingen die bijdragen aan biodiversiteit en een robuuster ecosysteem op de lange termijn.

Tegelijkertijd vraagt de praktijk om realisme. Door de grote aantallen rupsen, de verspreiding van brandharen en het vermogen van de soort om zich snel te herstellen, is volledige bestrijding niet haalbaar. Zelfs na behandeling kunnen binnen korte tijd nieuwe nesten ontstaan.

Continu monitoren en bijsturen

Om de overlast beheersbaar te houden, blijven we locaties monitoren. Ook na een behandeling wordt gecontroleerd of nieuwe nesten ontstaan en of aanvullende maatregelen nodig zijn.

De inzet richt zich daarbij op plekken met een hoge plaagdruk en veel passanten. Door hier prioriteit aan te geven, wordt de impact op de omgeving zo veel mogelijk beperkt.

De bestrijding van de eikenprocessierups vraagt om vakmanschap, samenwerking en een lange adem. Door ecologische inzichten te combineren met gerichte uitvoering werken we aan een aanpak die niet alleen effectief is, maar ook toekomstbestendig.