Nieuwsbericht

Vaargeul de Boontjes kent 95% minder baggerwerk: onderzoek naar natuurherstel in volle gang

Gepubliceerd op: 2 april 2026, 11.23 uur

In vaargeul de Boontjes tussen Harlingen en Kornwerderzand is het baggerwerk in 1 jaar tijd met 95% afgenomen. Rijkswaterstaat verwijderde in 2025 nog slechts rond de 8.000 m3 sediment, tegenover ruim 175.000 m3 het jaar ervoor. De daling volgt op de keuze om de onderhoudsdiepte per 1 januari 2025 te verondiepen van -3,80 naar -3,30 m NAP.

Het is een maatregel die minder verstoring van de natuur moet opleveren, maar die tegelijk invloed heeft op de scheepvaart. De komende jaren moet duidelijk worden wat de gevolgen zijn op het bodemleven.

Een ochtend op monitoringsschip YE42

Om dat te onderzoeken voert een team van Wageningen University & Research deze week metingen uit vanaf de YE42 Anne Elisabeth, een voormalig kokkelschip dat nu dienstdoet als monitoringsschip. Terwijl het schip de haven van Harlingen uitvaart, trekt een hagelbui over en kraken de lieren in de wind.

Op 20 vaste locaties in de Boontjes laat het team een bodemschaaf zakken, een metalen frame dat zo’n 100 m over de zeebodem schuift. Het materiaal dat bovenkomt wordt aan dek gezeefd. Tussen het zand en slik verschijnen vooral nonnetjes, slijkgapers en kleine krabben. Soms ook exotische soorten zoals de Amerikaanse strandschelp. Eventuele vissen verdwijnen direct terug het water in.

‘We meten elk jaar op precies dezelfde plekken,’ zegt onderzoeker Douwe van den Ende. ‘De Waddenzee verandert continu. Alleen met meerdere jaren aan data kun je zien of de bodem zich herstelt.’

Naast de schaafmetingen gebruikt het team op zo’n 45 meetpunten ook een boxcore, een robuust metalen frame dat in de bodem wordt gedrukt. Daarmee komt een intact bodemmonster van zo’n 30 cm mee naar boven. Vervolgens wordt ook dit monster uitgezeefd. De boxcore geeft vooral inzicht in kleinere soorten die in de bodem leven, zoals wormen.

Eerste inzichten uit nulmeting

Uit de nulmeting van 2024 blijkt dat gebaggerde delen duidelijk minder variatie en lagere biomassa hebben dan referentiegebieden waar niet wordt ingegrepen. In het referentiegebied komen meer soorten en vooral veel meer individuen per vierkante meter voor. Verspreidingslocatie Kimstergat, waar baggerslib wordt neergelegd, laat weer een andere soortensamenstelling zien met onder andere meer vlokreeftjes.

De metingen van 2025 en 2026 moeten laten zien of de nieuwe aanpak leidt tot herstel van bodemleven en minder verstoring door baggeren.

Impact op de scheepvaart

De lagere onderhoudsdiepte heeft ook gevolgen voor de beroepsvaart. Een eerdere optie om de geul te versmallen werd geschrapt omdat die nautisch onveilig bleek. De verondieping kan wel veilig worden toegepast, maar vraagt aanpassingen.

Diepstekende vrachtschepen varen nu vaker rond hoogwater door de Boontjes. Bij doodtij, wanneer de hoogwaterstanden lager zijn, kunnen schepen minder diep beladen vertrekken. Minder baggeren vraagt dus wel wat van de scheepvaart.

Samenwerking in het Waddengebied

Het onderzoek maakt deel uit van een bredere samenwerking tussen Rijkswaterstaat, de Waddenvereniging, de Harlinger Havenbedrijven en de provincie Fryslân (Friesland). Gezamenlijk zoeken zij naar een balans tussen bereikbaarheid en natuurwaarden in het Waddengebied. De resultaten uit 2025 en 2026 worden gebruikt voor het Nieuwe Waterprogramma (NWP 2028 - 2032).

Terug naar Harlingen

Halverwege de middag zet de YE42 koers terug naar Harlingen. Een schip van de bruine vloot komt langzaam dichterbij, terwijl wij erlangs varen.

Op het dek spoelt de bemanning de apparatuur af en wordt alles klaargemaakt voor transport naar het laboratorium. Tussendoor bespreken ze alvast wat er in de haven moet worden aangevuld voor de volgende onderzoeksdag. De monsters van vandaag zijn weer een aanvulling op de reeks. Pas over enkele jaren zal duidelijk worden of de Boontjes ecologisch herstelt en of de spectaculaire daling in baggerwerk structureel blijft.