Nieuwsbericht

Keuze voorkeursrichting N36 bekend

Gepubliceerd op: 9 juli 2026, 11.09 uur

Met een Kamerbrief heeft de minister de Tweede Kamer op 2 juli 2026 geïnformeerd over de voortgang van verschillende afspraken en verzoeken rond het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

Voorkeursrichting voor de N36

Voor de N36 is gekozen voor een voorkeursrichting: een fysieke scheiding tussen de rijrichtingen op grote delen van het traject tussen Wierden en Ommen. Deze keuze vormt de basis voor de verdere uitwerking van het project.

Tijdens de voorbereiding van het project bleek dat er onvoldoende budget beschikbaar was om over het hele traject fysieke rijbaanscheiding aan te brengen. Daarom hebben we verschillende alternatieven onderzocht om de verkeersveiligheid toch zo veel mogelijk te verbeteren. Daarbij zijn ook gemeenten langs de N36 en de provincie betrokken geweest. Hun aandachtspunten en ideeën zijn meegenomen in de afweging.

Na onderzoek van verschillende mogelijkheden en overleg met regionale partners is gekozen voor een oplossing met maximaal 22,5 km fysieke rijbaanscheiding. Deze oplossing levert naar verwachting de grootste verbetering van de verkeersveiligheid op. Tegelijkertijd blijft de N36 zoveel mogelijk geschikt voor een goede doorstroming van het verkeer.

Op plaatsen waar een fysieke rijbaanscheiding niet mogelijk is, blijft een snelheid van 80 km/h voorlopig het uitgangspunt. Op het traject tussen de A35 en Almelo-Noord is het voornemen om daarnaast zogenoemde MORR-elementen (Moeilijk OverRijdbare Rijbaanscheiding) toe te passen. Niet op alle delen van de N36 is fysieke rijbaanscheiding technisch of financieel haalbaar. Daarom wordt in de verdere uitwerking ook gekeken naar andere verkeersveiligheidsmaatregelen.

Vervolg van het project

Met deze keuze geeft de minister uitvoering aan de aangenomen moties van de Kamerleden Veltman en Pierik. De nadere uitwerking van de plannen gaat nu verder. Een definitief besluit over de uitvoering volgt later. Dat besluit maakt onderdeel uit van de bredere afweging van projecten binnen het Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Keuzes door beperkte middelen

Zoals bekend is er minder geld en personeel beschikbaar dan nodig is voor het beheer, onderhoud, de vernieuwing en de aanleg van rijksinfrastructuur. Daardoor kunnen niet alle projecten tegelijk worden uitgevoerd en moeten er keuzes worden gemaakt.

Bij deze afweging staan veiligheid en het goed functioneren van de bestaande infrastructuur voorop. Ook wordt gekeken waar infrastructuur met extra maatregelen langer veilig gebruikt kan worden en waar vervanging echt nodig is. Daarnaast blijven bestaande afspraken en wettelijke verplichtingen belangrijk bij het maken van keuzes.

Meer duidelijkheid in het najaar van 2026

De minister heeft de Tweede Kamer hierover op 2 juli 2026 geïnformeerd. Naar verwachting wordt in het najaar van 2026 duidelijk welke projecten voorrang krijgen.