150 jaar Noordzeekanaal: de kanaalgravers
3 mannen staan naast elkaar, hun handen rustend op hun schop. Ze kijken uit over het gebied waar in 1865 het graven van het Noordzeekanaal begon. Februari 2026 verhuisden ze naar het Sluiseiland in IJmuiden: de bronzen kanaalgravers.
Een passende plek voor een monument voor de duizenden arbeiders die hier met zwaar handwerk een doorgang naar zee maakten. Hun namen kennen we meestal niet. Hun werk wel. Zonder hen was het Noordzeekanaal er niet geweest.
Dit is hun verhaal.
Van plan naar werkelijkheid
Het kanaal bestond eerst alleen op papier. Op 30 januari 1865 publiceerde het Weekblad van Haarlemmermeer een grote kaart van ‘Het kanaal door Holland op zijn smalst’. De nieuwe verbinding tussen Amsterdam en de Noordzee stond nauwkeurig ingetekend, maar moest nog worden uitgegraven.
Op 8 maart 1865 werd in de Breesaap, een buurtschap in het duingebied bij Velsen, tijdens een feestelijke plechtigheid symbolisch de 1e spade in de grond gestoken. Bestuurders, ingenieurs en andere genodigden waren aanwezig. Het startsein voor de aanleg van het Noordzeekanaal was gegeven.
Ploeteren met de handen
Voor Nederlandse aannemers was de aanleg van het Noordzeekanaal destijds een te grote opgave. Daarom kreeg de Engelse firma Henry Lee & Son de leiding over het project.
Het zware werk kwam vooral neer op duizenden arbeiders die vanuit verschillende delen van Nederland, maar ook uit Vlaanderen en Duitsland, naar Velsen trokken. Personeelslijsten uit die tijd laten dat zien. Vaak waren het mannen die nauwelijks meer bezaten dan hun gereedschap en er hun geluk kwamen beproeven in de hoop er werk te vinden.
Met schop, kruiwagen en puthaak begonnen zij aan een bijna onvoorstelbare klus: met de hand een kanaal graven door duinen, klei, veen en polders. Dag in, dag uit verplaatsten zij enorme hoeveelheden grond. Bij regen zakten zij weg in de modder, bij droog weer stoof het zand over het landschap.
Een nieuw bestaan in het zand
Veel arbeiders kwamen niet alleen. Vrouwen en kinderen reisden mee en probeerden in de omgeving van de werkzaamheden een nieuw bestaan op te bouwen. Alleenstaande kanaalgravers verbleven vaak in keten. Gezinnen bouwden zelf eenvoudige woningen van gejut hout en andere beschikbare materialen. Zo ontstond rond de kanaalwerken een nieuwe gemeenschap.
De omstandigheden waren zwaar. Schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen ontbraken vaak. Wanneer het werk door vorst, regen of geldgebrek stilviel, ontvingen de arbeiders geen loon.
1866: ziekte en onrust
De slechte leefomstandigheden maakten de arbeiders kwetsbaar. In 1866 bereikte de cholera de arbeidersgemeenschap rond de kanaalwerken. De ziekte kostte verschillende mensen het leven.
Later in 1866 ontstonden spanningen over de uitbetaling van lonen. Op 5 september trokken honderden arbeiders naar buitenplaats Wijkeroog, waar de leiding van de kanaalwerken was gevestigd. Tijdens de confrontatie werd de 21-jarige kanaalgraver Hubrecht Keijmel doodgeschoten. Daarna sloeg de onrust om in geweld en ging Wijkeroog in vlammen op.
Mannen in een immens landschap
Toch ging het werk door. Jaar na jaar veranderde het landschap. Stoommachines en baggervaartuigen verschenen op de bouwplaats, maar menselijke spierkracht bleef onmisbaar.
Soms duiken de kanaalgravers onverwacht op in de historische bronnen. Toen koning Willem III in mei 1867 de werkzaamheden bezocht, werd hij volgens het Weekblad van Haarlemmermeer met luid gejuich ontvangen door de arbeiders.
Foto’s waarop de arbeiders zelf te zien zijn, zijn schaars. Op een foto uit 1875 zijn enkele van hen zichtbaar, klein in een uitgestrekt landschap van zand en grondwerk.
Toegang tot de zee
Meer dan 11 jaar na de symbolische 1e spade was het werk voltooid. Op 1 november 1876 werd het Noordzeekanaal officieel geopend. De nieuwe vaarweg verbond Amsterdam rechtstreeks met de Noordzee en vormde een belangrijke impuls voor de economie en de scheepvaart. Bij de feestelijkheden waren koning Willem III, bestuurders en ministers aanwezig. Voor de duizenden kanaalgravers was er geen erepodium.
Sommigen bleven in de omgeving wonen, anderen trokken verder naar een volgend groot werk. De nederzettingen die tijdens de aanleg waren ontstaan, vormden mede de basis voor het latere IJmuiden. Het Noordzeekanaal veranderde niet alleen de bereikbaarheid van Amsterdam. Het veranderde ook het landschap en het leven van de mensen die zich er vestigden.
Het erepodium
Anderhalve eeuw later kregen de kanaalgravers dat erepodium alsnog. Het monument De Kanaalgravers, dat februari 2026 een prominente plek kreeg op het Sluiseiland in IJmuiden, is een eerbetoon aan de duizenden mannen die het kanaal uitgroeven en aan hun gezinnen die in de duinen een nieuw bestaan opbouwden.