Interview

Op Ameland gaat het goed met de strandplevier

Gepubliceerd op: 20 augustus 2026, 09.21 uur

Joppe Lodewijks rijdt stapvoets over het Groene Strand van Ameland, zijn ogen gericht op het oude vloedmerk. Hij zoekt het nest van een strandplevier, een klein bruin vogeltje.

‘Hun nesten zie je bijna niet,’ zegt hij. Een strandplevier rent weg bij gevaar. ‘Als ik een strandplevier zie, rijd ik erlangs, stop ik 20 m verder en kijk ik terug. Dan zie ik hem teruglopen naar zijn nest.’ Zo vindt Joppe Lodewijks, ecoloog en veldonderzoeker bij Natuurcentrum Ameland, elk voorjaar de nesten van deze bijzondere vogel.

‘Op het eerste gezicht is het een chagrijnig, saai bruin vogeltje,’ zegt hij. ‘Maar hoe langer je kijkt, hoe mooier hij wordt.’

De handen in een voor de strandbroeders

De strandplevier broedt, net als de dwergstern en de bontbekplevier, op het kale zand van het strand, dicht bij de vloedlijn. Deze vogels heten strandbroeders en zijn beschermde soorten: ze zijn aangesteld als doelstellingssoort voor de Natura 2000 Noordzeekustzone.

Ze leggen hun eieren in een simpel kuiltje, tussen het zand en de schelpen. Toch gaat het al jaren niet goed met deze vogels: op Ameland ligt het aantal broedparen strandplevier nog onder de doelstelling van 30 voor de hele Noordzeekustzone.

Daarom werken Rijkswaterstaat en Natuurcentrum Ameland samen om ze te beschermen. Rijkswaterstaat beheert het gebied. Natuurcentrum Ameland telt de vogels, meet de nesten in, zet het gebied af tijdens het broedseizoen en doet verder onderzoek naar de vogels.

Van hoog water tot loslopende honden

Voor 15 april zet Lodewijks het broedgebied af. Rijkswaterstaat liet daarvoor, samen met verschillende partijen, borden maken en op het strand plaatsen om aan te geven dat een deel is afgesloten.

Daarna begint het echte veldwerk. Hij zoekt de nesten, meet ze in en houdt bij op welke tijden het mannetje en het vrouwtje op het nest zitten, hoeveel eieren erin liggen en wanneer ze uitkomen. Pas bij het 3e ei begint de strandplevier officieel te broeden, waardoor Joppe goed kan inschatten wanneer de eieren uitkomen.

De vogels hebben het niet makkelijk. Hoogwater, veel regen en harde wind kunnen een nest in een keer vernielen. Ook mensen zorgen voor problemen. ‘Loslopende honden zijn een groot probleem,’ zegt Joppe. ‘Hap, slik, weg, en de eigenaar heeft niets gemerkt.’ Kitesurfers en blowkarters jagen de vogels soms van hun nest, waardoor de eieren onbeschermd achterblijven.

Een topjaar voor de strandplevier

In 2026 gaat het goed. Voor de strandplevier is dit het op een na beste seizoen ooit op Ameland. Dat komt doordat de vogels in 2026 vaker zijn gaan zitten tussen kieviten en grutto's, die wat hoger op het strand broeden. Dat heeft 2 voordelen: de andere vogels houden roofdieren op afstand, en de nesten liggen hoger en droger, waardoor ze minder snel wegspoelen bij hoogwater.

Joppe telde 20 kuikens, waarvan hij er 14 geringd heeft en er inmiddels 10 vliegvlug zijn geworden. Daarmee komt de doelstelling van 30 broedparen dichterbij dan ooit.

Sinds 2025 ringt Joppe de vogels, zodat hij ze als individu kan volgen. ‘Ze hebben ineens een eigen persoonlijkheid,’ zegt hij. Het mooiste moment van 2026 kwam met een vogel die hij zelf in 2025 geringd had: mannetje A7. ‘Ik zag hem vorig jaar met 3 kuikens,’ vertelt Joppe. 'Hij is helemaal naar West-Afrika gevlogen en kwam dit jaar weer terug op Ameland. Dat geeft toch wel een heel trots gevoel.’

De natuur zijn gang laten gaan

Joppe grijpt liever niet te veel in. ‘Je kunt de natuur niet altijd aanpassen, het gaat zoals het gaat,’ zegt hij. ‘Soorten komen en gaan, dat moeten we accepteren.’ Voor hem is dat de kern van zijn werk: de strandbroeders beschermen, zodat de natuur zelf de ruimte krijgt om te herstellen.

Toch is die bescherming wel nodig, juist om die dynamiek een kans te geven. ‘Een gebied afsluiten werkt alleen als mensen ook kunnen zien hoe mooi het is,’ zegt hij.

Die balans zoeken Rijkswaterstaat en Natuurcentrum Ameland samen: ruimte voor de natuur, en ruimte om ervan te genieten.