Interview

Over de Algerabrug: ‘Combinatie van maatregelen maakt keuze voor alternatief vervoer makkelijker’

Gepubliceerd op: 3 april 2026, 09.01 uur

Als de Algerabrug voor onderhoud sluit, ontstaat er grote verkeershinder. Niet alleen rond de brug, maar ook op omleidingsroutes en omliggende wegen. 

Daarom worden er door Rijkswaterstaat in nauwe samenwerking met Adviesorganisatie Over-Bruggen (combinatie van Arup, Iv en Wagemaker) veel maatregelen getroffen om mensen toch van A naar B te krijgen.

Welke voorzieningen horen daar allemaal bij? We vragen het aan adviseur mobiliteit Karima Chamlal van Arup. Een kijkje achter de schermen, dat twee jaar geleden al begint.

Wat houdt jouw rol als adviseur mobiliteit in?

‘Binnen de Adviesorganisatie Over-Bruggen adviseer ik over mobiliteit. Ik houd mij samen met een collega bezig met de verkeersmaatregelen en de organisatie hiervan. Daarbij gaat het om het regelen van fysieke zaken. Dus stel, er is een afsluiting van een brug, dan is een van de verkeersmaatregelen de beschikbaarheid van deelfietsen aan beide kanten van de brug. Ik zorg dat dit met externe partijen wordt georganiseerd.’

Waar begin je mee als je verkeersmaatregelen gaat organiseren?

‘Twee jaar geleden begonnen we al met het analyseren van de hinder. Daarin letten we goed op welke invloed de afsluiting op de omgeving heeft. We maken een verkeersmodel om de hinder in beeld te krijgen. Vervolgens onderzoeken we hoe we de hinder zo laag mogelijk kunnen houden zodat de regio bereikbaar blijft.’

‘We bepalen welk tijdslot van werkzaamheden de minste hinder geeft (de zomer in plaats van de winter) en we houden rekening met andere projecten. De werkzaamheden aan de A20 zijn bijvoorbeeld ook in de zomer, dit mag niet tegelijk plaatsvinden. Hierdoor starten we op 10 augustus met de stremming van de Algerabrug, direct nadat de werkzaamheden op de A20 klaar zijn.’

‘Hoe dichter we 10 augustus naderen, hoe praktischer en concreter we bezig zijn met de organisatie van de maatregelen. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met het regelen van deelfietsen, het inrichten en maken van overstapplaatsen, stellen samen met de ov-bedrijven de routes vast van shuttles en zijn we bezig met de afstemming van het extra vervoer over water.’

Welk verkeersbeeld kwam er uit het verkeersmodel?

‘Het gebied rond de Algerabrug is een soort eiland, en er zijn niet veel andere plekken waar je het water over kan. Als de brug dicht gaat, krijg je veel knelpunten in de omgeving en dat kost automobilisten meer dan een uur extra reistijd.’

‘Daarom is het belangrijk dat we ons maximaal inzetten voor alternatieve reismaatregelen en nieuwe voorzieningen. Je ziet goed hoe kwetsbaar de omgeving kan zijn bij groot onderhoud.’

Welke voorzieningen worden er gerealiseerd?

‘We maken hubs waar je kan overstappen op een ander vervoersmiddel, zoals fiets, bus of Waterbus. Maar we kijken ook naar praktische zaken: kan de Waterbus vaker varen, is er een grotere Waterbus beschikbaar of kan een andere partij extra vervoer over water aanbieden?’

‘We zetten deelfietsen bij Waterbushaltes, om de mogelijkheid te bieden de reis te vervolgen op de fiets. Ook passen we ov-routes aan en komen er extra bushaltes bij de hubs aan beide kanten van de Algerabrug. Het is een groot pakket, waarvan we hopen dat reizigers er flink gebruik van gaan maken.’

En dan ben je ook nog met parkeerterreinen bezig?

‘Ja, we hebben gekozen om die te organiseren bij de Waterbushaltes. Dat moet tot in detail goed geregeld zijn. Want hoe kom je van de parkeerplaats naar de Waterbus-hub? Er moeten oversteekplekken komen, verkeersregelaars en wegbewijzering voor een duidelijke looproute. Maar ook voorzieningen op het parkeerterrein zelf. Denk aan verlichting en informatieborden. Al deze details dragen bij aan een comfortabele en veilige reis.’

Met wie werk je allemaal samen?

‘Dit doen we met ongelooflijk veel partners. Gemeenten, de provincie als wegbeheerder, de waterschappen, aannemers, ov-bedrijven, aanbieders van deelfietsen... We werken ook nauw samen met Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB), die mensen stimuleren om anders te reizen en gebruik te maken van de mobiliteitsmaatregelen. Bij de organisatie en realisatie van bijvoorbeeld een hub stelt ZHB de inwoners en werkgevers op de hoogte.’

Van welke maatregelen verwacht je het meest?

‘Juist de combinatie van al die maatregelen maakt de keuze voor alternatief vervoer makkelijker. De samenhang in verkeers- en mobiliteitsmaatregelen maakt het sterk. Stel, je zet extra Waterbussen in maar ze zijn niet goed bereikbaar? Dan heeft dit geen effect. Door parkeerplekken als voorziening dichtbij te organiseren, maak je de nieuwe voorzieningen laagdrempelig en verloopt de reis soepel.’

Wat is jouw oproep aan weggebruikers?

‘Niemand heeft zin om 1 uur langer in de auto te zitten dan nodig. Wil je files vermijden? Ga waar mogelijk thuiswerken, dat is de allerbeste maatregel. Maar als je echt de weg op moet, kiezen de meeste mensen voor alternatief vervoer. Reizen met de fiets is het meest betrouwbaar, want de reistijd en route heb je als reiziger helemaal in eigen hand.’