Nieuwsbericht

De Bathse Spuisluis: belangrijke voordeur voor trekvis

Gepubliceerd op: 10 juli 2023, 13.37 uur - Laatste update: 11 juli 2023, 09.25 uur

De Bathse Spuisluis in Rilland Bath (Zeeland) vormt voor trekvissen als de glasaal een belangrijke voordeur op hun weg naar het Europese achterland. Het aanbod van glasaal bij de spuisluis is enorm. Dat blijkt uit het Passagecheck-onderzoek, dat RAVON in opdracht van Rijkswaterstaat uitvoerde.

In het onderzoek naar de grootte van het aanbod van glasaal en de werking van de vismigratievoorziening staat de spuisluis als vispassage centraal.

Onderzoek Passagecheck Bathse Spuisluis

De spuisluis heeft als doel om de waterkwaliteit te verbeteren en de waterstand te reguleren. Met ieder tij komt veel zoetwater in de Westerschelde terecht. Dat lokt trekvis. In 2022, van maart tot en met mei, heeft RAVON een onderzoek uitgevoerd naar het aanbod van glasaal aan de voorzijde van de Bathse Spuisluis, en de efficiëntie waarmee de soort de spuisluis kan passeren. De resultaten daarvan werden eind mei 2023 opgeleverd.

Wouter Quist, adviseur Waterkwaliteit en Ecologie van Rijkswaterstaat vertelt: 'Het onderzoek toont aan dat het aanbod van glasaal bij de Bathse Spuisluis enorm is; het aanbod komt voor het hele seizoen neer op zo’n 536.500 glasalen.'

'In ideale omstandigheden weet bijna 19% van het aanbod glasalen de Bathse Spuisluis te passeren, om daarna verder door te trekken naar het achterland en uit te groeien tot volwassen paling. Deze resultaten bevestigen dat het optimaliseren van de vismigratie hier loont.'

Merken en terugvangen van glasaal

In het voorjaar van 2022 onderzocht RAVON in opdracht van Rijkswaterstaat het migratiegedrag van glasaal en driedoornige stekelbaars bij dit migratieknelpunt.

Dat deed de natuurbeschermingsorganisatie met het Passagecheck-concept. Hierbij combineerden zij verschillende onderzoeksmethoden binnen een grootschalig ‘merk-terugvang-experiment’. Het doel van dit onderzoek is het identificeren van verbeterpunten voor optimalisering van de vismigratievoorziening. Hierdoor kunnen we glasaal en driedoornige stekelbaars beter helpen bij het passeren van dit migratieknelpunt.

Sanne Ploegaert, onderzoeksleider van RAVON: 'Eigenlijk draait het allemaal om het snappen van het gedrag van de vis en het zo goed mogelijk ondersteunen van dit gedrag met het kunstmatige hulpmiddel wat een vispassage eigenlijk is.'

'Glasaal wordt bij dit onderzoek aan de Westerscheldezijde van de Bathse Spuisluis gemerkt. Aan de andere kant van de Bathse Spuisluis, op het Bathse Spuikanaal, wordt gedurende een langere periode glasaal met behulp van fuiken opgevangen. De hoeveelheid gemarkeerde aal die dan in de fuiken te vinden is geeft inzicht in de passeerbaarheid voor vis van de Bathse Spuisluis.'

Zeer hoog aanbod glasaal

Quist: ‘Het hoge aanbod van glasaal heeft vooral te maken met de ideale natuurlijke ligging van de Westerschelde. De glasaal trekt langs de kust van Europa vanuit Portugal omhoog op de golfstroom en komt dan automatisch bij de Westerschelde uit, waarin zich een grote zoete lokstroom bevindt. Deze zeearm vormt samen met de Zuidwestelijke delta de monding van Rijn, Maas en Schelde.’

202120222023
Seizoensaanbod glasaal866.252536.498709.961
BI bovengrens940.386528.411770.719
BI ondergrens805.126498.696659.937

Overzicht van intrek over meerdere jaren (Bron: RAVON)

Optimalisatie op de korte termijn

De Bathse Spuisluis is anders dan de andere Deltawerken. Het is de enige waterkering die niet is gebouwd ter verdediging tegen hoogwater, maar om de afvoer te faciliteren van zoetwater van het Volkerak-Zoommeer. Het is geen gemaal en werkt op het getij.

‘Daarom is de Bathse Spuisluis belangrijk als ‘voordeur’ voor trekvis; naast het feit dat het kunstwerk zich op de natuurlijke vismigratieroute bevindt, kunnen op korte termijn enkele kleine maatregelen al bij dragen aan een verbetering. Daarnaast wordt onderzocht wat nodig is om de vissen nog meer te helpen’, merkt Quist op.

Maatregelen stroomgebied Rijn, Maas en Schelde

Op basis van het Passagecheck-onderzoek werkt Rijkswaterstaat aan de optimalisatie van de Bathse Spuisluis. Aan de ene kant gaat het om aan technische aanpassingen en het verbeteren van het spuiregime van de spuisluis. Aan de andere kant om het verbeteren van het leefgebied voor glasaal voor- en na de Bathse Spuisluis, zodat de vissen veilig kunnen wachten tot ze het tij mee hebben om naar binnen te zwemmen.

Ook voor de langere termijn bekijken we hoe de viscorridor Noordzee – Westerschelde – Hollands Diep verder kan worden verbeterd. De achterliggende gedachte daarbij is het herstellen van de geleidelijke overgang van zout naar zoet. Het Passagecheck-onderzoek biedt hier ook veel aanknopingspunten voor. 

Quist: ‘Om grotere maatregelen met nog meer impact te realiseren is meer tijd nodig. Daarom kijken we ook wat we op korte termijn al kunnen doen. De paling is inmiddels een bedreigde soort. Het voelt goed om met dit soort activiteiten bij te dragen aan een betere toekomst voor de glasaal in het hele Rijn, Maas en Schelde-stroomgebied.’