Normaal Amsterdams Peil (NAP)

onderliggende pagina's

Normaal Amsterdams Peil (NAP)

Alle hoogtes in Nederland worden gemeten ten opzichte van hetzelfde niveau, het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Een NAP-hoogte van 0 m is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee.

Wat is het NAP?

Om binnen Nederland hoogtes te kunnen vergelijken maken we gebruik van 1 nulpunt: het NAP. Hierdoor kunnen we zeggen dat het hoogste punt in Nederland dicht bij het Drielandenpunt in Vaals ligt met 322,4 m boven NAP. Het laagste punt ligt bij Nieuwerkerk aan den IJssel met 6,78 m onder NAP. Zowel het hoogste en het laagste punt is door Rijkswaterstaat eind 2017 opnieuw bepaald. Het symbolisch hoogste punt is de bovenkant van een steen geplaatst in 1896 met een toenmalige hoogte van 322,5 m. In 2017 is deze steen bepaald op een hoogte van 321,9 m boven NAP. Het in 2017 gemeten hoogste punt is op de Vaalserberg is 322,4 boven NAP.

Waar gebruiken we het NAP voor?

Het NAP is onmisbaar voor de bescherming tegen overstromingen. Dijken en andere waterkeringen houden ons land droog. Daarom controleren we regelmatig of onze dijken en duinen nog wel hoog genoeg zijn ten opzichte van het NAP. Daarnaast gebruiken we het NAP ook voor waterbeheer, het plannen van bouwwerkzaamheden en het bestuderen van de bodembeweging.

Een NAP-hoogte van 0 m is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee.

Hoe meten we het NAP?

Om overal in Nederland de hoogte ten opzichte van het NAP te kunnen bepalen, zijn er door het hele land ongeveer 35.000 peilmerken aangebracht. Deze NAP-peilmerken hebben een hoogte ten opzichte van het NAP en zijn verankerd in onder meer woonhuizen, bruggen, viaducten. Zo kunnen we gemakkelijk de waterstand bepalen of de hoogte van een bouwwerk. Vrijwel overal in Nederland is binnen de afstand van 1 km een peilmerk te vinden.

Actuele waterstanden op een peilmeetstation bij de IJsselkop

Verzakking van de grond

De grond waarop we bouwen, verzakt langzaam. Hierdoor zijn de 35.000 bovengrondse peilmerken na verloop van tijd niet meer nauwkeurig. Daarom hebben we diep in de grond ook 400 ondergrondse peilmerken aangebracht, gefundeerd op een zandlaag die bijna niet verzakt. We gebruiken ze om eens in de 10 jaar alle bovengrondse peilmerken in Nederland te controleren.

Het controleren van het NAP

Rijkswaterstaat meet en controleert de peilmerken zodat de informatie en hoogte van de peilmerken actueel blijft; een flinke klus. In onderstaande video laten we zien hoe de metingen in zijn werk gaan en waarom het zo belangrijk is.

(Beelden van een ondergelopen weiland en golven bij de Maeslantkering). JOHAN: Als de storm uit de verkeerde windrichting komt en het is toevallig ook hoogwater. Dan loopt gewoon half Rotterdam onder water. En als het even tegenzit, ook het hele achterland. PIETER: Ik ben Pieter. JOHAN: En ik ben Johan. En wij werken bij Rijkswaterstaat. En wij doen metingen voor het NAP. (Pieter en Johan staan op een brug in Amsterdam). JOHAN: Je komt een gebouw binnen en je gaat naar de goede verdieping. Je pakt een bak koffie. Vervolgens dan pak je wat papieren erbij en je zoekt op de computer op wat je nodig hebt. Statief, instrumenten en alles wat je verder nodig hebt. (Pieter en Johan bereiden zich voor op de dag). In het verleden, zonder de moderne navigatie heb ik me regelmatig klem gezocht naar een bepaalde locatie. De ene keer zit je op een boerderij en de andere keer zit je midden in de stad. (Pieter en Johan stappen de auto in, beelden van een landelijk landschap). Ja dan ga je inderdaad bij mensen langs, of dat nu een boerderij is of een woonhuis. Of een fabriek. Het kan overal zijn. Dat gebeurt ook vaak. Dan zijn ze stomverbaasd dat er iets zit waar zij niks van af wisten. En vaak vinden ze dat leuk en dan willen ze weten waar het over gaat. (Pieter en Johan zijn bij een boerderij waar een NAP peilmerk in de muur zit). Als ze vragen wat wij komen doen bij zo'n meting? Dan probeer je gewoon in Jip en Janneke taal, heet dat volgens mij, uit te leggen waar het NAP voor is. En wat wij dan komen doen. Dan ga je vertellen; er zit een bout in uw huis. Het NAP. En we hebben afgesproken, er is 1 vlak. Zodat je alle waterstanden in Nederland ten opzichte van 1 vlak kan meten. Dan kan je het met elkaar vergelijken. En dan kan je er ook maatregelen op nemen. (Beelden van een hoogtemeting). Ja ik zeg dat wel eens vaker gekscherend op verjaardagen. Als je bij jou thuis de kraan open draait, dan komt er water uit. Dat water is schoon, dat kan je gewoon drinken. Maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Iemand zorgt ervoor dat er schoon water uit jouw kraan komt. En dat is natuurlijk ook met die keringen, waar Rijkswaterstaat zich mee bezig houdt. Snelwegen, waterwegen, dijken. Dat betekent dat er iemand met een plan is gekomen. En die heeft ervoor gezorgd dat we nu geen natte voeten krijgen. En ik denk dat een hoop mensen zich dat helemaal niet realiseren. Die denken; nou dat gaat allemaal vanzelf. Mis, dat is niet zo. (Beelden bij de Maeslantkering). (Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het beeld wordt geel met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op rijkswaterstaat.nl.NAP. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2018.)

Planning en controle van NAP-peilmerken

Controle van de peilmerken gebeurt nu volgens een vaste planning. Vanaf 2020 gaat Rijkswaterstaat de peilmerken echter veranderingsgericht meten. Dan wordt er op grond van bewegingsinformatie van satellieten en het gedrag van de peilmerken in het verleden, besloten waar controle nodig is.

Planning 2018
2018 Provincies Groningen en Friesland

NAP-peilmerken op de kaart

Actuele gegevens over de peilmerken zijn te bekijken via de Geoweb-applicatie NAPinfo. Voor het gebruik van Geoweb NAPinfo is ook een handleiding (PDF, 1,69 MB) beschikbaar. De peilmerken zijn ook beschikbaar via PDOK (publieke dienstverlening op de kaart) onder de kaartlaag NAPinfo, als Web Map Service (WMS) en als Web Feature Service (WFS).

Heeft u meer informatie nodig voor uw beroepsuitvoering, neem dan contact op met de Servicedesk Data.