05 Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Beheersen van de geluidproductie

  1. Rijkswaterstaat is vanuit de Wet milieubeheer verplicht de geluidproductie langs rijkswegen te beheersen. Bij het wijzigen, aanleggen en onderhouden van rijkswegen houdt Rijkswaterstaat altijd in de gaten of het geluid per referentiepunt onder het vastgestelde plafond blijft. Zo wordt voorkomen dat de geluidbelasting op woningen niet onbeheerst toeneemt en omwonenden (meer) geluidoverlast ervaren. 

    Om te bepalen of de geluidproductie per referentiepunt onder het geluidproductieplafond blijft, voert Rijkswaterstaat jaarlijks berekeningen uit. Voor ieder referentiepunt wordt dan opnieuw gekeken naar alle factoren die een rol spelen bij het geluid op de rijksweg. Zoals verkeerstoename of een wijziging van de maximumsnelheid.
    Wanneer uit de berekeningen blijkt dat het geluid op een bepaald referentiepunt het vastgestelde geluidproductie overschrijdt of dreigt te overschrijden, worden maatregelen onderzocht.

    De resultaten van de berekening – en de eventuele maatregelen – worden uitgewerkt in het ‘nalevingsverslag Geluidproductieplafonds’.  Dit nalevingsverslag biedt Rijkswaterstaat ieder jaar vanaf 2014 op 1 oktober aan, aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het verslag wordt vervolgens openbaar gemaakt via het Geluidregister.

Geluidproductieplafonds

  1. Hoe hoog het geluidniveau langs een rijksweg mag zijn, hangt af van de locatie. Aan weerszijden van de rijkswegen zijn ongeveer 60.000 referentiepunten ingesteld. Dat zijn geen fysieke punten, maar virtuele punten in een digitaal rekenmodel. Voor ieder punt is een maximaal toegestane geluidproductie berekend. Dit maximum wordt het geluidproductieplafond genoemd. De referentiepunten liggen steeds op 50 meter afstand van de weg, op 4 meter hoogte en 100 meter uit elkaar.

    Voor ieder referentiepunt geldt een apart geluidproductieplafond, passend bij de verkeerssituatie ter plekke. Hoe snel rijdt het verkeer? Is het er erg druk? Zijn er geluidschermen of geluidwallen geplaatst? Of ligt er misschien stiller asfalt?

    Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de naleving van de geluidproductieplafonds.

  2. Voor twee derde van de rijkswegen is de hoogte van het geluidproductieplafond gebaseerd op de verkeerssituatie in 2008, met daar bovenop de zogenaamde werkruimte van 1,5 dB. Binnen deze werkruimte  kan de geluidproductie toe- en afnemen. Deze werkruimte is ingebouwd om o.a. de normale fluctuaties van jaar tot jaar in de omvang van het verkeer en verkeersgroei op te vangen totdat het plafond is bereikt. 

    Voor de overige rijkswegen is gebruik gemaakt van gegevens uit besluiten van wegprojecten die voor 2012 al waren goedgekeurd. In deze besluiten is namelijk onderzoek gedaan naar het geluid en de verkeersontwikkeling in de toekomst. De geluidproductieplafonds die op projectbesluiten zijn gebaseerd, hebben daarom ook geen werkruimte van 1,5 dB.

    De hoogte van alle geluidproductieplafonds zijn in 2012 wettelijk vastgesteld en kunnen niet zomaar worden verhoogd.

  3. Het komt wel eens voor dat geen enkele maatregel voldoende is om onder het geluidproductieplafond te blijven. Of alle opties kosten te veel geld voor wat ze opleveren. De maatregelen zijn dan niet doelmatig. In dat geval zit er niets anders op dan de minister van Infrastructuur en Waterstaat te vragen het geluidproductieplafond te verhogen. De minister kijkt of alle opties zorgvuldig zijn overwogen en besluit of verhoging van het geluidproductieplafond acceptabel is of niet. 

    Het verhogen van het geluidproductieplafond kan niet zomaar. Er zijn uitgebreide mogelijkheden voor omwonenden om hun mening over het voorstel van Rijkswaterstaat of het besluit van de minister te geven.

Berekenen van geluid

  1. Alleen door langdurig te meten zou het mogelijk zijn om een jaargemiddeld geluidniveau Lden voor een bepaalde plek vast te stellen. Maar omdat er bijna 60.000 referentiepunten zijn, is het praktisch onmogelijk om dit voor ieder punt te doen. Ook is het niet mogelijk om met meten een voorspelling te doen voor de ontwikkeling van het geluid. Daarom gebruikt Rijkswaterstaat een wettelijk rekenmodel in haar geluidonderzoek.

  2. De computer berekent de hoeveelheid geluid op een referentiepunt met behulp van een wettelijk rekenmodel. Hierbij wordt rekening gehouden met allerlei factoren die van invloed zijn op het geluid. Bijvoorbeeld het type wegdek, het aantal voertuigen op de weg, de rijsnelheid en of er geluidschermen aanwezig zijn. Ook wordt gekeken naar verkeersvoorspellingen en –modellen. 

    Het onafhankelijke Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) doet ieder jaar steekproefsgewijs metingen bij referentiepunten ter controle van het rekenmodel. Op enkele referentiepunten voeren zij permanent metingen uit. Wanneer een meting dusdanig afwijkt van de berekeningen van Rijkswaterstaat, wordt gekeken of het rekenmodel moet worden aangepast.

  3. De geluidproductieplafonds voor de rijkswegen worden berekend door het geluid van alle rijkswegen (in een gebied) bij elkaar op te tellen. De geluidproductieplafonds voor spoor worden apart berekend en niet opgeteld bij het geluid voor de rijkswegen. De geluidsbelasting voor gemeentelijke en provinciale wegen valt onder de huidige Wet geluidhinder en wordt niet opgeteld bij het geluid van de rijkswegen.

Geluid op de gevel

  1. Het geluid van rijkswegen komt terecht op de gevel van woningen die langs de weg staan. De hoeveelheid geluid die op de woningen terecht komt, mag volgens de Wet milieubeheer bij voorkeur niet boven 50 dB uitkomen. 50 dB is de voorkeursgrenswaarde. 

    De maximale geluidbelasting op de gevel van woningen is 65 dB. Dit is de grenswaarde. Een hogere geluidbelasting dan 65 dB staat de wet niet toe. Tenzij de minister van Infrastructuur en Waterstaat dit heeft goedgekeurd. 

    Wanneer welke grenswaarde wordt gehanteerd, hangt af van de situatie. Dit komt omdat de wet verschillende geluidnormen kent voor verschillende situaties. Zo zijn er grenswaarden aan geluid op woningen bij het onderhouden en het wijzigen van bestaande wegen. En grenswaarden bij de aanleg van een nieuwe weg.

    Tot eind 2020 onderzoekt Rijkswaterstaat de geluidbelasting op woningen langs rijkswegen. Daar waar de wettelijke norm wordt overschreden, worden oplossingen voorgesteld. Bijvoorbeeld stil asfalt of een geluidscherm of geluidwal. Deze voorgestelde geluidmaatregelen worden beschreven in de zogenoemde saneringsplannen.