xx Een beladen dag

Weginspecteur Marcel Blog
Nieuwsbericht

Een beladen dag

Op 11 februari 2014 rijden mijn collega en ik naar een cursusdag Tunnelveiligheid in Zwolle. Een voor mij toch al beladen dag, die er vanaf toen nog een extra lading heeft bijgekregen.

11 februari was normaal gesproken de verjaardag van mijn moeder. Maar sinds haar overlijden, altijd een dag vol herinneringen. Ook deze 11e februari - 4 jaar geleden - denk ik aan haar, terwijl mijn collega en ik op pad gaan.

Als eerste ter plaatste

In onze gele pick-up rijden we richting Zwolle. Onderweg praten we over van alles en nog wat. Plotseling zien we dat er ter hoogte van de afslag Heerde-Zuid op de tegenoverliggende weg een ongeval is gebeurd. We aarzelen geen moment, keren bij de afrit en bellen de centrale. Ik geef de exacte locatie op de A50 door, maar kan verder natuurlijk nog weinig melden. Wij zijn als eerste hulpdienst ter plaatse. Snel tref ik de eerste veiligheidsmaatregelen: ik zet mijn auto 120 meter voor het incident in fend off positie (overdwars op de weg), plaats een verdrijvingspijl op mijn autodrip (het uitklapbare digitale informatiebord) om het verkeer om het incident heen te leiden, en zet met oranje kegels de weg af.

Gehavende auto’s

Ik zie 3 auto’s en een paar mensen op de linkerrijstrook staan. Ik spreek hen aan en vraag of ze in orde zijn. Ze mankeren niets, maar wijzen op 2 auto’s op de vluchtstrook, waar het slechter mee is gesteld. Ik steek snel maar voorzichtig de weg over en loop naar de gehavende auto’s op de vluchtstrook. Vooral 1 auto is flink ingedeukt. Bij de minder beschadigde auto staat een man met zijn handen voorover gebogen op de motorkap: ‘Ze is dood, ze is dood’, is het enige wat hij kan uitbrengen. Het akelige gevoel bekruipt me, dat het wel eens héél ernstig kan zijn. Ik probeer de man te kalmeren en geef hem aan een van de omstanders mee, om hem bij het andere voertuig weg te houden.

Met lood in mijn schoenen loop ik naar het zwaar gehavende voertuig

‘Ze heeft nog pols, meneer’

Met lood in mijn schoenen loop ik naar het zwaar gehavende voertuig. Ik zie daar hoe een jongeman de pols van het slachtoffer vasthoudt. Hij kijkt me indringend aan en zegt, ‘Ze heeft nog pols meneer, ze heeft nog pols!’ Ik kijk in de auto en zie het slachtoffer, een vrouw van begin 20. Haar gezicht is asgrauw. Dit ziet er zeer slecht uit. De jongeman vertelt dat hij de bijrijder was, de vrouw zat achter het stuur. Ik geef aan dat ik het nu van hem overneem: ‘Ga maar naast de auto zitten en houd je hoofd goed stil. De ambulance is onderweg.’

Ambulance

De klap moet enorm zijn geweest: de zwaar gewonde bestuurster is na de crash op de bijrijdersstoel terechtgekomen. Ik spreek het slachtoffer aan, maar ze reageert niet. Ik voel in haar nek, maar voel weinig. Ik ben opgelucht als ik op dat moment de ambulance de vluchtstrook zie oprijden.

Traumaheli

Ik geef mijn bevindingen door aan de ambulancemedewerkster, ‘Oh mijn god’ is het eerste wat ze zegt. Ambulance en andere hulpdiensten - inclusief een traumaheli - nemen het nu van me over. Ik focus me op mijn rol als weginspecteur en richt me op de afzettingen. Inmiddels zijn enkele collega-weginspecteurs ter plaatse om te assisteren. Ze nemen het van mij en mijn collega over, we waren immers op weg naar een cursus…

Hartstimulatie

Voor we wegrijden informeer ik nog snel hoe het met het slachtoffer is. Ze is onder hartstimulatie naar het ziekenhuis gebracht. Toch een kleine opluchting, alhoewel mijn onderbuik zegt dat ze het niet zal halen.

Het incident trekt als een film aan me voorbij

Samen met mijn cursusgenoot vervolgen we onze weg richting Zwolle. Daar aangekomen rook ik eerst een sigaartje en drink een bak koffie. Ondertussen worden we door collega's opgevangen om over het incident te praten. Eenmaal in het leslokaal kan ik me nauwelijks concentreren: het incident trekt steeds als een film aan me voorbij. Na afloop van de cursus heb ik dan ook het idee, dat ik eigenlijk niks heb opgepikt.

Onheilsplek

Op weg naar huis rijden mijn collega en ik weer langs de onheilsplek. Een vreemde gewaarwording, het verkeer raast er gewoon overheen alsof er niks is gebeurd. Eenmaal thuis krijg ik barstende koppijn. Snel kijk ik nog even of er nieuws is over het incident. Daar lees ik waar ik al bang voor was, het slachtoffer is overleden.

Heftig

Wat een beladen dag. Zo’n heftig incident en dan juist op de dag dat mijn moeder jarig zou zijn. Elke 11e februari zijn mijn gedachten sindsdien niet alleen bij mijn moeder, maar ook bij het incident en het veel te jonge slachtoffer.

Weginspecteur Marcel

Als weginspecteur werk ik in de regio Oost-Nederland. Tijdens mijn werk kom ik in diverse situaties terecht, van kleine tot grote incidenten.