05 Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Algemeen

  1. Een tunnel is een kunstmatig aangelegde (onder)doorgang of overkapping die als doel heeft transport tussen 2 punten mogelijk te maken.

  2. De meeste tunnels worden aangelegd om een water-, snel- of spoorweg te passeren. Ook worden tunnels gebouwd om milieuhinder te verminderen, om de barrière op te heffen die een snelweg vormt en om natuurgebieden te ontzien en efficiënter om te gaan met de beschikbare ruimte in ons dichtbevolkte land.

  3. Globaal zijn Nederlandse tunnels in te delen in 2 soorten: tunnels waarbij de weg ondergronds ligt om een water-, snel- of spoorweg te passeren, en landtunnels die worden aangelegd om milieuhinder te verminderen of de barrièrewerking van snelwegen op te heffen. Landtunnels zijn in de praktijk vaak bovengrondse, overkapte snelwegen.

  4. Rijkswaterstaat beheert 18 wegtunnels. De komende jaren komen daar nog 6 tunnels bij.

    Tunnels in beheer

    Naam
    (Rijks)weg
    Gemeente
    Jaar van openstelling
    Velsertunnel
    A22
    Velsen
    1957
    Coentunnel
    A10
    Amsterdam
    1966/2013
    Schipholtunnel
    A4
    Haarlemmermeer
    1966
    Beneluxtunnel
    A4
    Schiedam/Rotterdam
    1967
    Heinenoordtunnel
    A29
    Barendrecht/Binnenmaas
    1969
    Vlaketunnel
    A58
    Reimerswaal/Kapelle
    1975
    Drechttunnel
    A16
    Dordrecht/Zwijndrecht
    1977
    Botlektunnel
    A15
    Rotterdam
    1980
    Zeeburgertunnel
    A10
    Amsterdam
    1990
    Noordtunnel
    A15
    Alblasserdam/Hendrik-Ido-Ambacht
    1991
    Wijkertunnel
    A9
    Beverwijk/Velsen
    1996
    Sijtwendetunnel
    N14
    Leidschendam-Voorburg
    2003
    Thomassentunnel
    N15
    Rotterdam
    2004
    Tunnel Swalmen
    A73
    Roermond
    2008
    Roertunnel
    A73
    Roermond
    2008
    Leidsche Rijntunnel
    A2
    Utrecht
    2011
    Salland Twentetunnel
    N35
    Hellendoorn
    2015
    Ketheltunnel
    A4
    Schiedam
    2015


    Tunnels in bouwfase

    Naam
    (Rijks)weg
    Gemeente
    Jaar van openstelling
    Koning Willem Alexandertunnel
    A2
    Maastricht
    2016
    Gaasperdammertunnel
    A9
    Amsterdam
    2020 (prognose)


    Tunnels in planfase

    Naam
    (Rijks)weg
    Gemeente
    Jaar van openstelling
    ZuidasDok
    A10
    Amsterdam
    2019 (prognose)
    Blankenburgtunnel
    A24
    Rotterdam
    2022 (prognose)
    Aalkeettunnel
    A24
    Vlaardingen
    2022 (prognose)
    Tunnel A16
    A13-A16
    Lansingerland
    onbekend

Veiligheid

  1. Onze tunnels behoren tot de veiligste in Europa en voldoen aan de huidige
    veiligheidsnormen. Door de strenge wetgeving - de Nederlandse Tunnelwet is strenger dan de Europese veiligheidsrichtlijn voor tunnels - en het structurele onderhoud aan de tunnels kunnen we garanderen dat we veilige tunnels hebben.

  2. Onze wegverkeersleiders houden tunnels 24 uur per dag en 7 dagen per week vanuit verkeerscentrales in de gaten. Dit doen ze met camera’s en detectiesystemen. Bij incidenten kunnen ze de tunnel afsluiten, installaties in de tunnel bedienen en de hulpdiensten alarmeren.

  3. Om het verkeer veilig te kunnen begeleiden en incidenten goed te kunnen afhandelen, zijn tunnels uitgerust met een groot aantal systemen die vanuit een verkeerscentrale worden bediend. Daarbij gaat het onder meer om:

    • Verkeerssystemen, zoals matrixborden, detectielussen, verkeerslichten en afsluitbomen.
    • Veiligheidssystemen, zoals verlichting, zichtmeters, camera’s, luidsprekers, een omroepinstallatie, brandblussers, ventilatoren voor de afvoer van rook, vluchtdeuren met audiovisuele bewijzering, en een vluchtgang met overdruk en een intercom.
  4. Rijkswaterstaat stelt alles in het werk om incidenten in tunnels te voorkomen. Is er toch een incident, dan doen we ons uiterste best u zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. Onze wegverkeersleiders spelen hierbij een belangrijke rol. Zij bewaken al onze tunnels 24 uur per dag, 7 dagen per week. Zij houden het verkeer in de tunnels nauw in de gaten met
    detectiesystemen en camera’s. Bij incidenten kunnen zij de tunnel sluiten, installaties in de tunnel bedienen en de hulpdiensten alarmeren.

    Hieronder vertellen we u wat er gebeurt bij het ergst denkbare scenario, brand in een tunnel:

    Als verkeer in een tunnel tot stilstand komt, krijgt de wegverkeersleider automatisch een waarschuwing via een alarm. Hij ziet via de camerabeelden wat er aan de hand is. Bij brand drukt hij op de calamiteitenknop. Hiermee schakelt hij de veiligheidssystemen in en zet hij de ventilatie aan die de rook afvoert. Ook waarschuwt hij direct de brandweer. Verder sluit hij de wegen naar de tunnel af. Zodra hij dit doet, worden omleidingsroutes ingesteld.

    In de tunnel start een geluidsband, die weggebruikers oproept hun auto te verlaten en te vluchten. Verlichting geeft de vluchtroute aan. Iedere 50 meter is er een hulppost met blusmiddelen en een telefoon, die in directe verbinding staat met de wegverkeersleider. Bij de nooddeuren klinken geluidssignalen, zodat vluchtende weggebruikers deze ook in het donker of bij sterke rookontwikkeling kunnen vinden. De vluchtrichting staat bij de ingang naar de vluchtgang aangegeven.

    Bij brand bestrijdt de brandweer het vuur via de vluchtdeuren van de naastgelegen tunnel. Het brandweerpersoneel beslist per geval hoe zij dit het veiligst kunnen doen. Als het nodig is, brengt de brandweer gewonden via de vluchtdeuren naar de veilige tunnelbuis, waar ambulancepersoneel de gewonden verder opvangt. De politie zorgt voor de afhandeling van het verkeer en vangt gevluchte mensen op.

  5. Rook of brand in een tunnel betekent direct gevaar. Als u rook of brand ziet aan uw eigen voertuig of verderop in de tunnel, dan moet u evacueren:

    • Staat u eigen auto in brand? Zet dan uw alarmlichten aan en parkeer uw auto zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand.
    • Staat een ander voertuig in brand? Houd afstand en zet uw alarmlichten aan.
    • Keer nooit om en rijd niet achteruit!
    • Zet uw motor uit en laat uw sleutel in het contact zitten.
    • Verlaat uw voertuig samen met uw passagiers, het liefst met een veiligheidsvest aan.
    • Volg de instructies uit de luidsprekers op.
    • Loop langs de tunnelwand van de brand vandaan en verlaat de tunnel via de dichtstbijzijnde nooduitgang.
    • In de hulppostkast hangt een brandblusser waarmee een kleine, beginnende brand kan worden geblust.
  6. Rij indien mogelijk de tunnel uit en parkeer uw voertuig op de vluchtstrook of vluchthaven, buiten de tunnel. Als u de tunnel niet kunt verlaten:

    • Zet uw alarmlichten aan en parkeer zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand.
    •  Zet uw motor uit en laat uw sleutel in het contact zitten. Hulpdiensten kunnen uw voertuig dan eventueel verplaatsen.
    • Verlaat samen met uw passagiers voorzichtig uw voertuig, het liefst met een veiligheidsvest aan. Steek nooit de weg over!
    • Zorg dat uw passagiers 50 meter voorbij uw voertuig gaan staan. Zij lopen dan geen gevaar als achteroprijdend verkeer op uw voertuig botst.
    • Loop langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost. Neem via de telefoon contact op met de wegverkeersleider, zodat hij maatregelen kan nemen en u veiligheidsinstructies kan geven. In de hulppostkast hangt ook een brandblusser waarmee een kleine, beginnende brand kan worden geblust. 
    • Wacht zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand op hulp.

Gebruik

    • Velsertunnel: 20,7 miljoen
    • Coentunnel: 58,8 miljoen
    • Schipholtunnel: 62,8 miljoen
    • Beneluxtunnel: 48,8 miljoen
    • Heinenoordtunnel: 30,9 miljoen
    • Vlaketunnel: 15,5 miljoen
    • Drechttunnel: 53,0 miljoen
    • Botlektunnel: 41,1 miljoen
    • Zeeburgertunnel: 38,8 miljoen
    • Noordtunnel: 38,1 miljoen
    • Wijkertunnel: 20,3 miljoen
    • Sijtwendetunnel: 60,2 miljoen
    • Thomassentunnel: 18,8 miljoen
    • Tunnel Swalmen: 33,1 miljoen
    • Roertunnel: 15,8 miljoen
    • Leidsche Rijntunnel: 67,5 miljoen
    • Salland Twentetunnel (tunnel Nijverdal): nog niet bekend
    • Ketheltunnel: nog niet bekend

    Gebaseerd op de meest recente gegevens. Het aantal voertuigen dat door onze tunnels rijdt, verschilt ieder jaar.

    • Velsertunnel: 100 km/h
    • Coentunnel: 100 km/h
    • Schipholtunnel: 100 km/h
    • Beneluxtunnel: 100 km/h
    • Heinenoordtunnel: 100 km/h
    • Vlaketunnel: 130 km/h
    • Drechttunnel: 100 km/h
    • Botlektunnel: 100 km/h
    • Zeeburgertunnel: 100 km/h
    • Noordtunnel: 100 km/h
    • Wijkertunnel: 120 km/h
    • Sijtwendetunnel: 70 km/h
    • Thomassentunnel: 100 km/h
    • Tunnel Swalmen: 100 km/h
    • Roertunnel: 100 km/h
    • Leidsche Rijntunnel: 100 km/h
    • Salland Twentetunnel (tunnel Nijverdal): 80 km/h
    • Ketheltunnel: 100 km/h

  1. Bij de meeste tunnels meten we met geautomatiseerde systemen een paar kilometer voor de tunnel de hoogte van voertuigen. Dat doen we om schade aan onze tunnels door een te hoog voertuig te voorkomen. Als u een melding krijgt dat uw voertuig te hoog is, moet u bij de volgende afrit de snelweg verlaten. Doet u dat niet en wordt bij het 2e meetpunt opnieuw vastgesteld dat uw voertuig te hoog is, dan sluit de verkeersleider in de verkeerscentrale de rijbanen naar de tunnel af. Als u stilstaat voor de tunnel komt een weginspecteur de hoogte van uw wagen nogmaals opmeten. Hierdoor loopt niet alleen u, maar lopen ook alle andere weggebruikers een vertraging op van gemiddeld 10 tot 20 minuten. Bovendien kunt u een boete krijgen van 700 tot 900 euro, als uw voertuig hoger is dat de wettelijke toegestane hoogte van vier meter.

  2. Via de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) kunt u een ontheffing aanvragen, inclusief een alternatieve route.

  3. Om te zorgen dat onze tunnels veilig blijven en maximaal beschikbaar zijn, voeren we onderhoud uit. Daarbij maken we onderscheid tussen regulier onderhoud en groot onderhoud. Dagelijks voeren we regulier onderhoud uit. Naast het schoonhouden van bijvoorbeeld de tunnelwanden, kijken we de verlichting, ventilatoren, camera’s en geluidsinstallaties na. Ook controleren we de hulppostkasten. Daarnaast testen we regelmatig of alle installaties in de tunnels nog goed werken. Kleine reparaties voeren we direct uit. En storingen verhelpen we zo snel mogelijk. Het reguliere onderhoud voeren we zo veel mogelijk ’s nachts en in de weekenden uit om de hinder voor het wegverkeer te minimaliseren.

  4. Tunneldosering is een maatregel, waarbij we het aantal voertuigen beperken dat een tunnel inrijdt. Dat doen we uit veiligheidsoverwegingen. Natuurlijk zijn onze tunnels uitgerust met goede veiligheidsvoorzieningen. Zolang het verkeer in een tunnel doorrijdt, kunnen we hiermee de veiligheid van weggebruikers voldoende garanderen. Zelfs bij het ergst denkbare scenario, brand in een tunnel. Staat er in een tunnel echter een file, dan nemen vooral bij brand de risico’s toe. Bij brand blazen de tunnelventilatoren de rook en hitte in de rijrichting uit de tunnel. Dat werkt alleen als er voorbij de brand geen file staat, omdat anders alle mensen in deze file in de rook komen te staan. Daarom zorgen we er bij een aantal filegevoelige tunnels voor dat het verkeer niet stil komt te staan in de tunnel.

  5. Er zijn verschillende redenen waarom we een tunnelbuis (tijdelijk) afsluiten. We doen dat bijvoorbeeld wanneer er een ongeluk is gebeurd in de tunnel, als de veiligheidsinstallatie onverhoopt uitvallen of als een te hoge vrachtwagen de tunnel wil inrijden. Ook sluiten we bij een beperkt aantal tunnels een tunnelbuis soms af als er een file in de tunnel dreigt te ontstaan. Verder sluiten we een tunnelbuis wel eens af voor onderhouds- en renovatiewerkzaamheden.