04 Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Maatregelen Rijkswaterstaat

  1. De laatste decennia is onze luchtkwaliteit sterk verbeterd. Dit komt door maatregelen als het aanscherpen van emissie-eisen voor nieuwe personenauto’s, bestelwagens en vrachtwagens, het stimuleren van elektrisch rijden en schoner openbaar vervoer  Maar maatregelen blijven nodig om ook de luchtkwaliteit in grote steden en rond intensieve veehouderijen te verbeteren.

  2. Enkele maatregelen die Rijkswaterstaat neemt zijn: 

    • het plaatsen van schermen langs de snelweg
    • zorgen voor betere doorstroming van verkeer 
    • het afgeven van vergunningen voor snellaadpunten voor elektrische auto’s langs rijkswegen

Oorzaken

  1. Er zijn verschillende stoffen die de lucht vervuilen. De belangrijkste zijn stikstofdioxide, fijn stof, koolstofmonoxide, methaan, ozon, ammoniak en zwaveldioxide. Deze stoffen zijn al aanwezig in de natuur, maar komen ook in de lucht door landbouw, verkeer, scheepvaart en industrie.

  2. Het effect van bomen en planten langs de rijkswegen is klein. Deze hebben nauwelijks invloed op de concentraties fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. De bomen kunnen de luchtkwaliteit naast de weg zelfs verslechteren, omdat ze de luchtstroming vertragen, waardoor de luchtverontreiniging bij de weg blijft hangen.

Regelgeving

  1. In de Wet milieubeheer zijn normen voor de luchtkwaliteit opgenomen. Die normen zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. De EU heeft grenswaarden vastgesteld voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en het nog fijnere PM2,5): 

    • Vanaf 2015 mag de hoeveelheid stikstofdioxide per jaar gemiddeld niet hoger zijn dan 40 microgram per m3. 
    • Vanaf 11 juni 2011 mag de gemiddelde hoeveelheid fijnstof (PM10) per dag niet meer dan 35 dagen boven de 50 microgram per m3 uitkomen. Dit komt neer op 31,2 microgram per m3 op jaarbasis. 
    • Vanaf 2015 mag de hoeveelheid fijn fijnstof (PM2,5) per jaar gemiddeld niet meer zijn dan 25 microgram per m3.
  2. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt gemonitord of de luchtkwaliteit in Nederland voldoet aan de normen door berekeningen. Naast deze berekeningen, voert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) metingen uit. Ook controleert het RIVM met zijn metingen of de NSL-rekenmethode nog klopt. Daarnaast hebben verschillende gemeenten, zoals bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht, een eigen meetprogramma voor hun stad. Ook de GGD voert meetcampagnes uit.

  3. Koolstofdioxide is niet schadelijk voor de gezondheid, ook niet langs een drukke weg. Koolstofdioxide zorgt wel voor opwarming van de aarde. De aanpak van koolstofdioxide vindt plaats op landelijk niveau. Over de vermindering van koolstofdioxide uitstoot zijn internationale afspraken gemaakt.